Masterpiece

Barack Obama houdt mij eerlijk gezegd meer bezig dan Geert Wilders.

Het is niet zo moeilijk om iets van Wilders te vinden. Sinds hij zichzelf vier jaar geleden met de geschifte Amerikaanse communistenjager Joe McCarthy vergeleek („Ik ben de moderne Joe McCarthy”), was het duidelijk wat we aan hem hadden – en wat we aan hem kregen. Hij was toen nog een gerespecteerd lid van de VVD. Het verhaal van Bolkestein dat hij pas daarna is geradicaliseerd, gaat dan ook niet op.

Wilders is altijd het malle neefje van Fortuyn geweest. Of we hem wel of niet met een antisemiet moeten vergelijken, doet niet zoveel terzake. Vergelijk hem met McCarthy, diens morele corruptie en zelfvernietigingsdrang – dat is voldoende, en bovendien is Wilders er zelf over begonnen.

Maar Obama? Dat is een stuk lastiger.

Ik was onder de indruk van hem toen ik hem ruim een jaar geleden voor het eerst zag speechen. Wat een redenaar! Maar ik voelde scepsis opkomen nadat ik zijn retoriek te vaak gehoord had. Hij begon op een dominee te lijken die de messias wilde zijn.

Deze week werd ik opeens gedwongen mijn scepsis met de nodige scepsis te bezien. Ik zag, hoorde en las de redevoering die Obama in Philadelphia hield en ik voelde mijn aanvankelijke enthousiasme terugkeren. Niet alleen: wat een redenaar! Maar vooral: wat een toespraak!

Kalm en kundig houdt hij zijn land een spiegel voor, die nog altijd beslagen is door de giftige, raciale dampen van het verleden. Hij wikt, weegt, nuanceert, relativeert, maar duikt niet weg voor principiële uitspraken, zoals deze: „We hoeven niet de geschiedenis te herhalen van het rassenonrecht in dit land. Maar we moeten wel bedenken dat een groot deel van de ongelijkheid in de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap van nu rechtstreeks is terug te voeren op de ongelijkheid die is doorgegeven door een eerdere generatie, en die weer had geleden onder de wrede erfenis van de slavernij en de rassenscheidingswetten.”

Er is heel wat moed voor nodig om als ‘zwarte’ kandidaat die dingen in een Amerikaanse verkiezingscampagne te zeggen. Zijn tegenstanders zullen hem juist op grond van deze toespraak neersabelen als een zwart-rood gevaar, een ‘commie’. Joe McCarthy zou wel raad met hem weten!

Je kunt ook zeggen: hier is geen sprake van ‘moed’, maar van ‘moeten’; hij werd tot deze toespraak gedwongen omdat hij gecompromitteerd was door zijn vriendschap met de radicale dominee Wright. Daar zit iets in. Toch zouden heel wat politici in zo’n situatie zijn weggevlucht in vage smoezen. Sommige van zijn medewerkers schijnen hem de toespraak ook ontraden te hebben.

Ik las in de Amerikaanse pers euforische commentaren bij columnisten en lezers. „Awesome! Fabulous! Superb! Brave!” Zelfs de sceptische columniste Maureen Dowd is bekeerd. Haar collega Nicholas D. Kristof smeekt de lezers van The New York Times: „If you haven’t seen or heard the speech, do so. It was a masterpiece…”

En ik? Wat moet ik nu met mijn voorkeur voor Hillary? Ik laat haar natuurlijk nog niet vallen, maar ik zal haar bij ons eerstvolgende contact wel vragen of ze Obama niet al té zwart wil maken.

Dit was G.B.J. Hiltermann, goedenavond.

    • Frits Abrahams