Lhotshampa hopen op meer rechten

Al ruim vijftien jaar verblijven ruim 100.000 Lhotshampa in kampen in Nepal. Bhutan weigert hen op te nemen. Westerse landen verlenen asiel aan tienduizenden van hen.

Somath Bahadur (30) heeft nog niet besloten op wie hij komende week zal stemmen bij de parlementsverkiezingen in Bhutan. Maar dat hij gaat stemmen, is wel de bedoeling, zegt hij. Het koninkrijkje in de Himalaya, ingeklemd tussen de grootmachten India en China, staat immers voor een historische gebeurtenis. Op aandringen van de koning zelf verandert Bhutan van een absolute monarchie in een moderne constitutionele monarchie, met een gekozen parlement. Maandag wordt de beslissende stap gezet met de verkiezing van 47 leden voor de Nationale Assemblee, de nieuwe ‘Tweede Kamer’.

Somath Bahandur behoort tot de minderheid in het overwegend (70 procent) boeddhistische Bhutan. Hij is een pandit, een hindoegeleerde. Hij beheert de lokale hindoetempel in het centrum van de hoofdstad Thimpu. Maar omdat ook hij een boterham moet verdienen, staat hij nu in het snoep- en levensmiddelenwinkeltje dat op naam van zijn vrouw staat. Nee, zegt hij, hindoes worden niet gediscrimineerd. De geloven staan dicht bij elkaar en „hindoes en boeddhisten kunnen heel goed met elkaar overweg”.

Banhandurs oom (50) knikt instemmend. Hij is ingenieur en werkt al 29 jaar op hetzelfde ministerie. Net als alle ambtenaren in Bhutan draagt hij een gho, het traditionele mantelgewaad dat met een riem om de middel bijeen wordt gehouden. Die nationale kleding is ook verplicht op school en bij formele gelegenheden.

De voorouders van Somath Bahandur en zijn oom waren migranten uit Nepal. Zij zijn zogeheten Lhotshampa, Nepalees sprekende Bhutanezen die vooral in het zuiden van het land wonen. Tot eind jaren tachtig werd het Nepalees als derde taal onderwezen op school, naast het Engels en het Dzongkha, de nationale taal van Bhutan. Maar in het huidige onderwijs is het Nepalees geschrapt en is er naast het Engels meer ruimte gekomen voor het Dzongkha en de Bhutanese cultuur en geschiedenis.

Dat het Nepalees niet meer op school wordt onderwezen, is wel jammer, vindt Bahandurs oom. Nu moet hij zijn twee kinderen thuis zelf een beetje Nepalees leren. Maar voor de rest, geen problemen, zegt hij. „Wij zijn allemaal Bhutanees en maken geen onderscheid.”

Hij aarzelt even. Nou ja, wat ook vervelend is, zegt hij dan, is dat hij nooit de kans krijgt om eens naar een congres in het buitenland te gaan, in Singapore bijvoorbeeld. Steeds wordt hem een paspoort geweigerd. Waarom? Veiligheidsredenen, krijgt hij te horen. Misschien omdat zijn nichtje begin jaren negentig met haar gezin naar Nepal trok. Daar verblijven ze al zeventien jaar in een vluchtelingenkamp. Misschien is hij daarom ook verdacht in de ogen van sommige Bhutanese veiligheidsfunctionarissen.

„Natuurlijk ben ik boos”, zegt hij. „Maar wat kan ik er aan doen? Bhutan is mijn land, ik ben Bhutanees staatsburger, ik ben rijksambtenaar, maar ik kan nergens naar toe. Ik hoop dat dit soort dingen gaat veranderen, nu er een gekozen parlement komt en een nieuwe regering.”

Somath Bahandurs oom refereert aan een donkere periode uit de recente geschiedenis van Bhutan. In het begin van de jaren negentig trokken zo’n 100.000 Lhotshampa weg uit het zuiden van Bhutan. Ze kwamen via Indiaas grondgebied terecht in kampen in het naburige Nepal. Volgens de vluchtelingen waren ze het slachtoffer van etnische zuivering, uitgevoerd in opdracht van de elite in de hoofdstad Thimpu om het boeddhistische karakter van Bhutan te bewaren. Volgens de Bhutanese regering ging het om Nepalees sprekende immigranten die illegaal in Bhutan verbleven en openlijk in opstand kwamen tegen het koningshuis en de Bhutanese staatsinstellingen.

In de afgelopen jaren is nooit een oplossing gevonden voor eventuele terugkeer van vluchtelingen. Nu wordt gewerkt aan een ‘internationale’ uitweg. De Verenigde Staten hebben gezegd tienduizenden mensen te willen opnemen, en ook een reeks andere landen, waaronder Nederland, wil vluchtelingen opvangen. Juist deze week, aan de vooravond van de democratische sprong voorwaarts in Bhutan, is een eerste groep vluchtelingen aangekomen in Auckland, Nieuw Zeeland.

„Humanitair gesproken is die optie een opluchting voor velen hier. Politiek gezien is het geen oplossing. We vechten voor ons recht op vrijheid en terugkeer”, reageert een van de leiders van de verdreven Lhotshampa door de telefoon vanuit Nepal. „De verkiezingen voldoen niet aan onze verwachtingen omdat wij worden uitgesloten. Ook veel Nepalees sprekenden in het zuiden van Bhutan zelf kunnen geen stemkaart krijgen. Dat is geen echte democratie.”

De autoriteiten in de hoofdstad Thimpu zijn niet in de stemming om naar dit soort kritiek te luisteren. „We hebben altijd gezegd: wie kan aantonen burger van Bhutan te zijn, mag terugkomen”, zegt een hoge functionaris. „Maar eerlijk gezegd: als je de mensen er naar vraagt, krijg je een emotionele reactie. We voelen ons verraden door de immigranten die met geweld probeerden onze instituties over te nemen. We zijn maar een fragiel landje en we moeten goed op onze soevereiniteit passen.”

Dat duidt op weinig vergevingsgezindheid. Maar misschien verandert de stemming na de komende verkiezingen. Op de kandidatenlijsten van de twee partijen staan vijftien Lhotshampa.

„Natuurlijk bekommeren we ons om het lot van de vluchtelingen en maken we ons zorgen over de status van Nepalees sprekenden in Bhutan die geen verkiezingskaart kunnen krijgen”, beschrijft een buitenlandse diplomaat in Thimpu de houding van de internationale gemeenschap. Maar, zegt hij, Bhutan is ook een land dat de afgelopen jaren grote successen heeft behaald met duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding.

„Als de nieuwe regering erin slaagt dat succesvolle beleid voort te zetten komt er hopelijk vanzelf meer ruimte om dit soort gevoelige kwesties te bespreken en op te lossen. Het hoeft natuurlijk niet, maar van het nieuwe, democratische gekozen parlement mag je een meer open en pragmatische houding verwachten.”

Misschien krijgt ook de oom van Banhandur, die wel staatsburger is maar niet mag reizen, dan alsnog een paspoort. Hij gaat in ieder geval wel stemmen.

    • Wim Brummelman