Homo’s hebben Vondelpark niet nodig

Seks in parken is gewoon strafbaar. Oogluikend toezien is absurd, vinden Jeroen van Wijngaarden e.a. Er zijn genoeg andere ontmoetingsplekken.

De Amsterdamse wethouder Paul van Grieken (GroenLinks) heeft Amsterdam belachelijk gemaakt door een gedoogbeleid voor te stellen voor seks in het Vondelpark. Terwijl artikel 239 van het Wetboek van Strafrecht seks in het openbaar duidelijk verbiedt, wil deze wethouder extra prullenbakken plaatsen opdat het de wetsovertreders aan niets ontbreekt. Sterker nog, de wethouder roept de politie op om de andere kant op te kijken tijdens hun surveillance door het Vondelpark. Er zijn twee redenen waarom het voorstel van deze wethouder in de prullenbak thuis hoort. Beide redenen zijn in het publieke debat tot nu toe nauwelijks aan de orde gekomen.

Als eerste is het fenomeen ‘seks in het openbaar’ in het bekendste park van Nederland hopeloos achterhaald. Voorheen hadden tot de herenliefde aangetrokken Amsterdammers weinig andere keus dan dit soort plekken op te zoeken. Maar anno 2008 bevinden zich op loopafstand van het Vondelpark sauna’s en bars waar de nachtvlinders van het park met open armen worden ontvangen. Om niet te spreken van de datingsites op internet.

De mannen die tegenwoordig het Vondelpark opzoeken zijn dus niet genoodzaakt dat te doen. Zij hebben dankzij de homo-emancipatie in Amsterdam zelfs meer alternatieven voorhanden dan hetero’s. Kennelijk hebben zij een andere reden om de Vondelparkse bosjes in te duiken. Het is niet nodig daarover te speculeren. Waar het om gaat, is dat er geen emancipatorische noodzaak (meer) is om seks tussen mannen in het Vondelpark te gedogen. Het gedoogvoorstel van de GroenLinks-bestuurder komt dus zo laat dat het inmiddels achterhaald is.

Daarmee is overigens niet gezegd dat de homo-emancipatie geheel voltooid is. Het is dan ook bijna cynisch dat de wethouder de emancipatie van homo’s nu juist tegenwerkt door voor hen een apart handhavingsbeleid in het leven te willen roepen. De aandacht van de landelijke media en politiek, die het voorstel van de wethouder heeft teweeggebracht voor de seksuele uitspattingen van een subgroep in de homoscene werkt bovendien stigmatisering van homo’s in de hand.

Ten tweede druist het voorstel van de wethouder in tegen een aantal juridische beginselen. Niet alleen burgers, maar juist ook de overheid is uiteraard gehouden aan de wet. Het kan dus niet zo zijn dat een wethouder beleid voorstelt dat haaks staat op de inhoud en strekking van artikel 239 van het Wetboek van Strafrecht. Het gedoogvoorstel van wethouder Van Grieken is kortom niet in het belang van de wet, maar in het belang van de overtreders van de wet.

Bovendien is een wethouder helemaal niet bevoegd om te suggereren dat artikel 239 van het Wetboek van Strafrecht maar niet moet gelden in het Vondelpark. Het is aan de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk en niet aan een wethouder om ons de wet voor te schrijven.

Als dat wél zou kunnen, dan zou in dit geval in een ander stadsdeel van Amsterdam een wethouder kunnen zitten die vindt dat in ‘zijn’ park artikel 239 juist wél geldt. Daarmee zou de rechtszekerheid van homoseksuelen die graag de bosjes induiken ernstig in het gedrang komen. In het ene stadspark zouden zij de wet wel overtreden en in het andere juist weer niet.

Ten slotte valt op dat tot dusver iedereen aan het woord is geweest over deze kwestie behalve wethouder Van Grieken zelf. Het wordt tijd dat hij publiekelijk verantwoording aflegt voor het feit dat hij de stad Amsterdam ernstig voor schut heeft gezet.

Jeroen Van Wijngaarden, Marco Kreuger, Yvonn van der Linde-Haurissa, Daniël van der Ree, Odette van Thijn-Taminiau, Richard Valkering. Ze zijn allen lid van de fractie van de VVD in stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid.

De conceptnota Gebruik Vondelpark is na te lezen via nrcnext.nl/links

    • Jeroen van Wijngaarden E.A