Hij schilderde wat met zinnen niet te zeggen was

Zijn leven lang was Hugo Claus ook actief als beeldend kunstenaar. Maar in die hoedanigheid was hij impulsief en grillig.

Schilderij van Hugo Claus Foto Cobra Museum Cobra Museum

Beeldend kunstenaar

Toen het Cobra Museum in 2005 een retrospectief wijdde aan de beeldende kunst van Hugo Claus, moest de schrijver-schilder lang nadenken over een titel. Het werd uiteindelijk Souvenirs, herinneringen, vertelt Lieke Fijen van het museum: „Zijn kunstwerken waren voor hem vooral overblijfselen, vertelde hij, een verzameling neergeslagen ervaringen. ”

Dat is een aardige typering van het beeldende werk van Claus. De zeer veelzijdige literator was een ‘dubbeltalent’, dat zich zijn leven lang ook manifesteerde als beeldend kunstenaar. Maar zijn tekeningen, gouaches, schilderijen en aquarellen hebben in zijn indrukwekkende oeuvre niet dezelfde plaats als zijn gedichten, romans en toneelstukken. Anders dan zijn literaire werk heeft zijn beeldende kunst iets impulsiefs en grilligs.

In een interview met deze krant zei Claus daarover in 1982: „Mijn impulsen om doeken te maken, zijn niet de impulsen van een schilder. Het is voor mij meer een tijdverdrijf, ik schilder zoals andere mensen modelvliegtuigjes bouwen.” Kunsthistoricus Rudi Fuchs schreef in een essay voor de tentoonstelling in het Cobra Museum: „Maar het beeldende werk van Hugo Claus, ook al is het verward en wispelturig, is zeker veel meer dan de vrijetijdsbesteding van een amateur.”

In Parijs kwam Claus in de vroege jaren vijftig in contact met de Cobrabeweging. De schilderijen, tekeningen en ook collages die hij maakte, hadden ook wel wat weg van Karel Appel en Alechinsky. Ogenschijnlijk losjes verbeeldde hij landschappen, vrouwen, gezichten, maskers en gedrochten. „Veel vervorming en overdrijving bij het karikaturale af”, schrijft Fuchs in zijn opstel.

Fuchs stelde in 2004 een Claus-tentoonstelling samen in Brussel. „Zo denk ik dat Hugo Claus in zijn beeldende werk iets zoekt dat aan de andere kant ligt van de woorden.” In een gedicht sprak Claus bijvoorbeeld over de „hazenlip” van een vrouwenbuik. Precies beschrijven hoe die eruit ziet zou „de strakheid van het gedicht aantasten”, zegt Fuchs. Schilderen kon hij zoiets wel.

Claus is zijn hele leven blijven schilderen. Typerend voor de losheid waarmee hij dit deed, is dat veel van werken geen titels hebben en dat hij vaak ook niet meer wist wanneer hij iets had gemaakt. Maar toch, zei in het interview: „Wat ik gemaakt heb is wel aanzienlijk beter dan het werk van veel andere schilders.”

    • Karel Berkhout