Het is ver weg, maar in het geïsoleerde Morenci in de VS is wél werk

De kopermijnen in Arizona bloeien op, er zijn zo’n 200 openstaande vacatures.

De interesse is niet groot. Er zijn weinig woningen in de woestijn.

Een van de vele gezinnen die bivakkeren in stacaravans rond de kopermijnen in Morenci. Foto AP Een van de vele gezinnen die bivakkeren in stacaravans rond de kopermijnen in Morenci. Door de plotselinge opleving van de mijnen is er een drastisch tekort aan woonruimte. Foto AP The Boardmans are shown in their FEMA Trailer near the Phelps Dodge copper mine in Morenci, Ariz., July 5, 2007. Blaine 4, plays with a truck while his brother, Timothy, 9, watches TV, Their mom, Stacie, is holding one of their three dogs. Formaldehyde has been detected in trailers at Copper Verde Park in Morenci. Stacie Boardman says her family has been ill since moving in six months ago. (AP Photo/Arizona Republic Jack Kurtz) Associated Press

Zelf noemen de bewoners de plek the man camp, het mannenkamp, ook al wonen de meeste van de tientallen mijnwerkers hier met vrouw en kinderen. De verzameling caravans van het merk Dutchmen, aan het einde van een zandweg in de woestijn van Arizona, is de thuisbasis van Amerikanen die juist onder de huidige economische omstandigheden met open armen door hun werkgever worden ontvangen.

Neem Josh Hartsock. De 23-jarige heeft zijn middelbare school niet afgemaakt en wist vorige zomer een ongedachte carrièrestap te maken. Hij reed 2.500 kilometer vanuit het noorden van het land naar mijndorp Morenci, op de grens van de staten Arizona en New Mexico. En kon meteen aan de slag.

Terwijl de rest van Amerika zich schrap zet voor economisch zware tijden, maken geïsoleerde gebieden zoals Morenci plots een nieuwe goudkoorts door. Vanaf dag één rijdt Hartsock rond in de dagbouwkopermijn met een van de honderd laadwagens van ruim zeven meter hoog en een capaciteit van 270 ton aan gruis.

Hartsocks aanvangsfunctie is goed voor 13,50 dollar per uur (8,90 euro) bruto en Hartsock vertelt met trots in zijn stem en pruimtabak in zijn mond over de eerste door de werkgever betaalde ziektekostenverzekering (inclusief tand- en oogheelkundig werk) van zijn leven. Daarbovenop krijgt het gezin Hartsock nog eens 65 dollar per dag woonvergoeding van de mijnbouwer. Een ongekende meevaller voor de Amerikaanse onderklasse, waartoe Hartsock behoort.

Werkgevers als die van Josh Hartsock worden door de explosie van de mondiale koperprijs aangemoedigd zoveel mogelijk mensen aan te nemen en zoveel mogelijk te produceren. Op papier lijkt dat een win-winsituatie.

Maar in de alledaagse praktijk van Morenci wordt duidelijk dat de lokale omstandigheden de zaak compliceren. Tussen vraag van werknemer en aanbod van werkgever ligt namelijk een woestijn zonder woningen.

Freeport-McMoran, eigenaar van de mijn – en van het grootste kopermijnbedrijf ter wereld – heeft in Morenci 200 openstaande vacatures. Drie jaar geleden werkten in de mijn aan de rand van het dorp 2.500 mensen, dat zijn er nu al bijna 1.000 meer. Het aantal vacatures zal nog toenemen: vorige maand opende het bedrijf een nieuwe mijn even verderop. Twee andere mijnbouwconcerns zijn tegelijkertijd actief in de buurt.

Misschien is Amerika al in recessie. Waarom komen er dan toch zo weinig werkzoekenden naar Morenci? Verafgelegenheid van de mijnen en gebrek aan beschikbare woningen, wordt er gezegd. De afstanden zijn zelfs voor Amerikaanse begrippen groot, de lege streek halverwege de stad Rodeo en het San Carlos Apache Reservaat heeft een inwonersconcentratie van twee per vierkante kilometer, en is daarmee 200 keer zo leeg als Nederland. De dichtstbijzijnde stad van naam is Tucson, drie uur en een kwartier aan cactuslandschap verderop.

Morenci is een van de laatste company towns van het land. De 230 vierkante kilometer aan mijn, woestijn en dorp zijn in handen van en worden geëxploiteerd door Freeport-McMoran. Het spartaanse Morenci Motel, de wegen, het vastgoed dat winkeliers van het mijnbedrijf huren voor hun bescheiden supermarkt, de bowlingbaan. De stacaravans. Allemaal van Freeport.

Het bedrijf investeert nu in huizen voor de nieuwe werknemers. Het heeft een slaaphuis gebouwd voor mijnwerkers die hier zonder gezin zijn en de eerste prefabwoningen op het parkeerterrein naast de bowlingbaan zijn opgeleverd. Druppels op een gloeiende plaat; 300 werknemers staan op de wachtlijst voor een woning – de nood is zo hoog dat een enkeling in een tent in de woestijn bivakkeert.

„Wij zagen deze opleving, de kracht ervan en het tekort aan huizen en werknemers niet aankomen. Ik denk dat niemand dit heeft voorzien”, zegt woordvoerder Kimball Hansen van Freeport, terwijl hij met zijn bezoek in zijn pick-uptruck naar het laagste punt van een van de vijf open mijngroeven rijdt.

Vijf jaar geleden bestond deze groeve nog niet, onder invloed van de overspannen kopermarkt werd de 300 meter diepe pit uitgegraven – voor Freeport op recordsnelheid. „In deze markt is het lastig personeel te vinden”, bevestigt Hansen. „Laat staan gekwalificeerd personeel.”

De ommekeer voor de mijnbouw in Arizona kwam inderdaad onverwachts. Tot voor kort was krimp decennialang het kenmerk van deze sector. Nu wordt zelfs overwogen een andere mijn, even verderop, te heropenen. Hansen: „Ook al realiseert iedereen zich dat de kopermarkt cyclisch is en de prijs ooit weer zal afzwakken.” Maar weinigen in Arizona staan erbij stil dat de economische groei van China en India hoofdoorzaak is van de opleving van de sector.

Dat in de stacaravans een voor kinderen schadelijk niveau van het gas formaldehyde is aangetroffen, nemen de nieuwe werknemers op de koop toe. Hartsocks optrekje, net als alle andere caravans, staat op het conto van het mijnbouwbedrijf. In de brandende zon kondigt pitbull Gator het bezoek aan, naast zijn kooi staat een modderige gemotoriseerde vierwieler. „Daarmee scheurt Cody door het zand. Vindt-ie mooi”, zegt vader Josh. „Ik ga die quad straks opvoeren.” Cody, de zoon van twee, zit nu even niet op het voertuig maar kroelt met papa binnen op de bank.

Op het aanrecht speelt zijn zusje van vier met een broodmes en twee nichtjes krioelen ook door de bedompte ruimte. „Zeg nou zelf”, vraagt Hartsock zonder een spoor van ironie. „Beter dan dit wordt het toch niet?”

Mijndorp Moreni
    • Freek Staps