Hamas toont dit keer lijden, geen raketten

De Palestijnse organisatie Hamas leidde gisteren journalisten rond door de Gazastrook. Doel was naar de buitenwereld toe zijn vreedzame karakter te onderstrepen.

Voor de bus uit rijdt een politieauto met zwaailichten en gillende sirenes. Er achteraan: een open jeep met zwaar bewapende, in het zwart geklede Hamasveiligheidsagenten. Overal waar de bus stopt, zetten ze de straten af. Niet dat het echt nodig is, in Gaza rijden nog maar weinig auto’s sinds de strook door Israël vrijwel volledig is afgesloten van de buitenwereld.

De bus draait door nauwe, ongeplaveide straten en stopt in Jabaliya, een troosteloos vluchtelingenkamp tegen Gazastad aan. Gids Ahmad Asmar loopt voorop naar een zanderige vlakte, waar eind februari vier voetballende kinderen door een Israëlische raket om het leven kwamen.

De moeder van Omer Dardona, een van de slachtoffers, staat klaar om na te vertellen hoe zij haar zoon aantrof. Het leed van de dood van haar 13-jarige zoon werd enigszins verzacht door de imam, zegt ze. Die zei dat Omer als een martelaar is gestorven. Ze wijst naar boven. „Allah is groot! Allah is groot!” Ahmad Asmar kijkt op zijn horloge. Kom, we moeten eens verder.

En zo gaat het door, van ruïne naar plein, van het ziekenhuis naar nieuwe ruïne. Hamas, de fundamentalistische beweging die het in de Gazastrook voor het zeggen heeft, huurde een touringcar (Sunny Tours) en leidde 15 journalisten rond door de Gazastrook. Hamas wilde, volgens de uitnodiging, de wereld tonen tot welke chaos de Israëlische aanvallen van drie weken geleden hebben geleid. Bij lucht- en grondaanvallen, volgens Israël een antwoord op de raketbeschietingen vanuit de Gazastrook, kwamen in een paar dagen 130 inwoners van het dichtbevolkte gebied om het leven.

Hamas deed gisteren, de meereizende agenten daargelaten, niet te veel aan machtsvertoon. De organisatie leek een andere agenda te hebben: juist haar vreedzame karakter te onderstrepen. In de bus gaan partijvertegenwoordigers rond met statistieken: duizenden huizen vernield, honderden nieuwe martelaren in de laatste twee jaar, tientallen kinderen gewond.

Hamas onderhandelt via Egypte met Israël over een staakt-het-vuren. De boodschap van gisteren is dat het de Palestijnse beweging ernst is om te gaan praten met Israël over vrede. Israël weigert, omdat Hamas het bestaansrecht van de joodse staat ontkent.

Hamas lijkt te begrijpen dat nu vooral in het Westen aan missiewerk moet worden gedaan. De Verenigde Staten en de Europese Unie beschouwen de beweging als een terroristische organisatie, hoog tijd dus om te laten zien dat zij geen kwaad in de zin heeft.

„In Gaza gaat het niet om politiek, om raketten, of om Hamas”, zegt minister van Jeugd en Sport Basem Naim. Hij ontvangt de pers in een verduisterd zaaltje. „Wij zijn slachtoffers, alleen slachtoffers. Er wordt op onze kinderen geschoten. In het ziekenhuis zijn niet voldoende medicijnen meer, de elektriciteit werkt vaak niet.”

Hamas, zegt Naim, heeft keer op keer een permanent staakt-het-vuren aangeboden. Maar Israël heeft het van de hand gewezen. Eén waarschuwing heeft hij. De grens met Egypte kan Hamas ieder moment weer openen. Israël is bang voor heropening van die grens, uit vrees dat inwoners van de Gazastrook via Egypte alsnog het land binnenkomen.

We treffen het, zegt gids Ahmad Asmar. Zojuist zijn boze Palestijnse kinderen de straat op gegaan om te demonstreren tegen de holocaust – zoals Hamas de Israëlische aanvallen consequent noemt. In een straat in Gazastad staan tientallen kinderen, met spandoeken en borden, meestal in het Engels. Een voor een gaan ze voor een microfoon staan. „Wij eisen”, roept een klein meisje met luide stem, „ons recht om veilig in ons land te leven. We eisen ook het recht om ons vrij te kunnen bewegen zonder de angst om gedood te worden.”

    • Guus Valk