Filmsubsidie vooral naar 12 producenten

Het Nederlands Fonds voor de Film gaat twaalf producenten een voorkeurspositie geven bij de verdeling van subsidie. Dat blijkt uit plannen die het fonds voorlegt aan OCW voor de Cultuurnota 2009-2012.

In een toelichting op de plannen zei directeur Toine Berbers van het Filmfonds gisteren dat tweederde van de subsidie om speelfilms te maken, zo’n 9 miljoen euro, zal worden gereserveerd voor de twaalf meest succesvolle producenten van het afgelopen jaar. Dat kan zowel commercieel succes zijn (aantal bezoekers) als artistiek (programmering op buitenlandse festivals). Elk jaar wordt opnieuw bekeken welke twaalf producenten het afgelopen jaar het succesvolst waren.

Het Filmfonds streeft er met deze maatregel naar de de filmproductie te concentreren. Dat doet het ook door subsidies voor lange speelfilms alleen te verstrekken aan producenten die al twee films op hun naam hebben staan; nieuwelingen moeten hun project zelf financieren of onderbrengen bij een ervaren producent.

Berbers zei dat uit onderzoek van de afgelopen vijf jaar is gebleken dat het Filmfonds projecten van 138 producenten heeft gefinancierd. Volgens het Fonds leidt dit tot versnippering en draagt het niet bij tot de professionalisering van de filmsector.

In de afgelopen jaren kregen twaalf productiebedrijven volgens Berbers al gemiddeld 55 procent van het subsidiebudget voor speelfilms. Hij kon desondanks niet zeggen om welke bedrijven het gaat. In opdracht van het Fonds is regisseur Esmé Lammers bezig in samenwerking met de Universiteit Twente een model voor de ranking van filmmakers te ontwikkelen.

In hoeverre de bevoordeling van de gevestigde producenten de artistieke kwaliteit van de Nederlandse speelfilm zal bevorderen, bleef gisteren onduidelijk. Berbers zei dat ingediende filmplannen lijden aan gebrek aan „authenticiteit en oorspronkelijkheid’’. Maar het scenario blijft voor het Filmfonds de basis voor de beoordeling van filmprojecten, ondanks de jarenlange kritiek op dit systeem door filmmakers. En ondanks het feit dat Berbers zich bij het schrijven van zijn aanvraag voor de Cultuurnota naar eigen zeggen heeft laten adviseren door een groepje mensen uit de filmwereld die unaniem „een radicale ingreep’’ in de huidige praktijk bepleiten: „Het maakt niet uit wat het Filmfonds doet, als het maar ingrijpend is’’, vatte Berbers hun advies samen.