Een wapen tegen het gemakzuchtig denken

Geen woord over lerarenstakingen, urennormen of slechte salarissen.

Vandaag deel 2: ode aan het vak Geschiedenis.

Illustratie Leonie Bos Bos, Leonie

‘Wat heb je eigenlijk aan geschiedenis?’ is een vraag die gemiddeld zo’n twee keer per week langskomt. Het antwoord hangt af van mijn humeur. In een geïrriteerde stemming: „Wat heb je eigenlijk aan tv kijken, achter een voetbal aan rennen, te veel geld uitgeven in een bar, wat heb je eigenlijk aan leven?” In een schoolmeesterbui: „Je moet het gewoon weten!” In een vlaag van elitisme: „Geschiedenis is belangrijk en interessant en dat kan jij nog niet begrijpen omdat jouw norm voor kwaliteit McDonalds en Britney Spears is.” In een wijze bui: „Door kennis van het verleden kunnen we het heden begrijpen.” In een filosofische stemming citeer ik Aristoteles. ‘Ieder mens heeft het verlangen te weten’, zei de Filosoof en hij heeft gelijk. Ieder kind begrijpt dat we gewoon willen weten, dat we nieuwsgierig zijn. Daarom zijn we geïnteresseerd in de grotten van Lascaux, een ijsmummie uit de prehistorie, Griekse mythologie, piramides, het dagboek van Colombus, de laatste uren van Hitler, de bestorming van de Bastille. We willen gewoon weten. Hoe, waarom en waartoe.

Maar niet altijd. Saaiheid is een oerkracht waar elke leraar tegen moet vechten. Saaiheid ligt, als je puber bent en vijf dagen in de week vastgebonden zit op een stoel, altijd op de loer. Geschiedenis is, zoals alles op school, gewoon saai. Maar geschiedenis nog net iets meer, omdat je er niets aan hebt.

„Hoe bedoel je dat je er niets aan hebt?”, vraag ik op mijn beurt aan de leerling.

„Je kan er geen geld mee verdienen.”

Geld ja, altijd weer dat geld. Het fijne aan kennis van de geschiedenis is dat het de mogelijkheid geeft vraagtekens te zetten bij de vanzelfsprekenden van het heden. In dit geval moet ik de leerlingen erop wijzen dat Jezus vroeger geroemd werd voor het hardhandig verwijderen van de geldwisselaars in de tempel en dat de God van de protestanten pas vanaf de zestiende eeuw zijn goedkeuring uitsprak over geld verdienen. Je belangeloos overgeven aan het bevredigen van het verlangen te weten, werd opeens verdacht. Kennis diende nu tot het vergroten van de bankrekening, niet meer primair tot een verrijking van de geest. Zoiets als onze kenniseconomie, ja. Nu, toen kennis een middel tot macht werd, ging het snel bergafwaarts met het prestige van de geschiedenis. In de Renaissance en de Reformatie lag in het verleden nog de waarheid (immers: wedergeboorte van de Oudheid en een hervorming door een terugkeer naar het vroege christendom), maar dat was met de opkomst van natuurwetenschap en Verlichting afgelopen. Met uitvindingen kom je vooruit. Verhalen over keizers, koningen en heiligen zijn hoogstens vermaak. Descartes vergeleek de geschiedenis met een oude stad met scheve gebouwen en onoverzichtelijke straten, een chaos waarvan we verschoond moesten worden. Weg met de geschiedenis. Dat is, nu ik het er toch over heb, ook wat de Franse revolutionairen geprobeerd hebben. Ze wilden een streep zetten onder een verleden van ongelijkheid en onvrijheid, een verleden van adel en religie. Geen verleden meer. Geen religie meer. Laten we in naam van de Rede de bijbel maar schrappen. Ja, inderdaad een soort Wilders-aanpak. Maar om bij het begin terug te keren: op de vraag wat je aan geschiedenis hebt zou een Franse revolutionair antwoorden: ‘Helemaal niets’. Niets meer dan dat je er het onrecht en bijgeloof van de oude samenleving kunt zien. Het verleden is achterlijk. De toekomst is aan de Vooruitgang.

Ongeveer op dit moment klinkt vanuit de klas meestal het verwijt: „Maar wat bedoelt u nu precies? Is geschiedenis dan niet belangrijk? Kunnen we door kennis van het verleden het heden dan niet beter begrijpen? En wat moeten we nu weten voor het proefwerk? U vertelt dan dit en dan dat. Het is allemaal zo verwarrend.”

Dit verwijt stemt me altijd uitermate tevreden. Vanuit de ontstane irritatie over de verwarring kunnen we namelijk tot de kern van de zaak komen. Dat zit zo: de belangrijkste les is dat je pas wat van de geschiedenis kunt begrijpen als je het hele idee opgeeft dat je het precies kunt weten. Geschiedenis is geen verzameling feitjes die je in je hoofd kunt stampen. Geschiedenis is een kakofonie van stemmen die we kritisch moeten aanhoren. Het is een oefening in het begrijpen van het andere standpunt, een uitdaging aan verstand en verbeelding om die vreemde, verschillende stemmen tot ons te laten doordringen. Geschiedenis is zo bezien een wapen tegen het gemakzuchtig denken.

In de strijd tegen de gemakzucht probeer ik leerlingen steeds te wijzen op de vertekening van de geschiedenis, de reductie van de kakofonie tot een simpele slogan. De kranten, zeker de gratis rommel, verschaffen daarvoor elke dag weer mooi lesmateriaal. Zo maakte ik deze week kennis met de zelfgekroonde Napoleon van de vastgoedwereld, een flukse man die in zijn werkkamer fier poseerde voor een schilderij van de kleine generaal. Omdat Napoleon tot de eindexamenstof behoort, konden we dit stukje gratis journalistiek eens kritisch onder de loep nemen. De vastgoedkerel doceerde de ‘journalist’ die het gedwee overnam: ‘Napoleon bracht structuur in het Europa van toen. Ik schep orde in de fraudegevoelige vastgoedwereld’. Structuur in Europa? Dat is zoiets als Hitler prijzen voor de fraaie snelwegen! Zeker, Napoleon bracht iets van orde in Europa (achternamen, code Napoleon, afschaffen van adellijke voorrechten), maar dat is maar een deel van het verhaal. En een deel van het verhaal: daar kom je als geschiedkundige niet mee weg! In de examenbundel lezen we over oorlogen, dood en verderf, soldaten die bezwijken in de vrieskou, plundering van de door Napoleon ‘bevrijde’ landen. Ik wijs op Jacques Pressers beroemde Napoleonboek Napoleon: voor en tegen en zo zwelt de kakofonie van stemmen aan en horen we Stendhal, Beethoven en Goethe, de enthousiaste Hegel die Napoleon ‘de wereldziel op een paard’ noemde, Tolstoj die Napoleon niets meer vond dan vies schuim op de vloedgolf van de Franse Revolutie en ik wijs op een parallel tussen de Napoleontische oorlogen die net als de aanval van de VS op Irak en de Vietnamoorlog als bevrijdingsoorlogen werden gepresenteerd, terwijl de bevrijden het juist als een onderdrukking ervoeren. Napoleon bracht structuur in Europa? Dat is een erg gemakzuchtige conclusie. De Franse revolutie bracht zowel vrijheid als oorlog, gelijkheid en de guillotine, broederschap en broedermoord. En Napoleon als bevrijder? Was zijn keizerrijk niet juist het tegenovergestelde van wat de Franse revolutie had beoogd en ...

... dan is er altijd een bel die redding biedt om de kakofonie aan stemmen het zwijgen op te leggen, zodat het verlangen tot weten ingewisseld kan worden voor het verlangen al de schoolkennis te vergeten, in de aula te keten, of waarom niet: het verlangen in alle rust een boterham te eten.

Ton de Munck (1973) studeerde geschiedenis en filosofie. Sinds tien jaar is hij werkzaam in het onderwijs. Op het moment geeft hij les aan het Montessori lyceum te Rotterdam.

    • Ton de Munck