Een oubollige film maar mét bloot

De verfilming van Wolkers’ Zomerhitte is een poging om de amour fou uit Turks fruit te doen herleven.

Maar het regiedebuut van Monique van de Ven rammelt.

Kathleen (Sophie Hilbrand) en Bob (Waldermar Torenstra) in Zomerhitte. scene uit de film Zomerhitte (2008) FOTO: Independent Films Sophie Hilbrand Waldemar Torenstra Independent Films

Een film maken is niet eenvoudig. Dat geldt ook voor een debutant die toch al een veteraan is, zoals actrice Monique van de Ven. Na tientallen film en tv-optredens debuteert ze deze week als speelfilmregisseur met de verfilming van Jan Wolkers novelle Zomerhitte, het Boekenweekgeschenk in 2005. Begrijpelijk is het wel dat Van de Ven haar regiekunsten juist op dat verhaal wilde testen. Daarmee is voor haar namelijk de cirkel rond.

Van de Ven speelde haar eerste rol in 1973 in Turks fruit van Paul Verhoeven, de eerste verfilming van een boek van Jan Wolkers. Het werd de bestbezochte Nederlandse film aller tijden en hij werd in 1999 ook nog eens verkozen tot de beste Nederlandse film van de twintigste eeuw.

Zomerhitte was Wolkers laatste boek en een poging om de amour fou uit Turks fruit te doen herleven. Schilder Eric is vervangen door fotograaf Bob (Waldermar Torenstra) en televisiepersoonlijkheid Sophie Hilbrand is Kathleen, het Wolkersmeisje van nu. Plaats van handeling is Texel, het eiland dat niet alleen een Wolkersparadijs is van leven, dood, seks en natuur, maar in Zomerhitte ook een Costa! of Volle maan-achtig decor voor moderne jongeren en een drugsplotje met een housebeat.

Veel is er niet over te vertellen. Bob wordt verliefd op een meisje dat als de ‘Iris’ van Jacques Perk – „geboren uit zonnegloren en een vochtige zucht van de zee” voor zijn lens verschijnt.

Ze doet erg haar best om niet te zijn wie ze lijkt, maar ja (zie: drugsplotje). Dat misdaadverhaal was al het zwakke punt van het oorspronkelijke Boekenweekgeschenk en legt het op film helemaal af tegen de veel geavanceerdere verteltechnieken waaraan een beetje bioscoopganger inmiddels gewend is.

Een mysterieuze man (Jeroen Willems) kan natuurlijk niet te pas en te onpas opduiken zonder dat dat iets te betekenen heeft. Dus oei! Misschien is hij goed, of misschien is hij slecht, maar zeker is dat hij er iets mee te maken heeft.

Het helpt ook niet dat het oorspronkelijke verhaal van Wolkers nog geen honderd pagina’s dik was en dat de favoriete methode van scenarist/bewerker Edwin de Vries bestaat uit het weglaten van elke tweede bladzijde. Zo ging hij al te werk bij de Mulisch-adaptatie De ontdekking van de hemel.

Wel voegde hij aan de film een aantal nieuwe elementen toe: Bob is eigenlijk oorlogsverslaggever, die na een traumatische ervaring in Afghanistan als natuurfotograaf op Texel rust hoopt te vinden. Dat de natuur minstens zo wreed is als wat mensen elkaar allemaal aandoen ziet hij snel genoeg door zijn lens. De gimmick van het point of view shot van de fotograaf die als freeze frame wordt bevroren, wordt te pas en te onpas ingezet, zonder dat de thrillerpotenties daarvan worden benut.

Zo rammelen er wel meer dingen aan de film. Typische debutantenproblemen, zoals de houterige spelregie (heeft Van de Ven Hilbrand letterlijk haar dialogen voorgezegd?), het gebrek aan gelaagdheid, en vooral de voorspelbaarheid en de naïveteit van de personages (Nee, ze wist echt niet dat het om heroïne ging. Ja, hij vertrouwt iedere man in pak die zijn atelier komt binnenvallen).

Hilbrand en Torenstra, in het echte leven een stel, hebben op het witte doek geen greintje chemie. Dat Hilbrand een screen personality is, daar hoeft niemand aan te twijfelen. Dat een gezonde man daarvoor valt ook niet. Nu zal zij niet alleen als dat meisje van Spuiten & slikken de geschiedenis ingaan, maar als die vrouw die doet wat Monique van de Ven 35 jaar geleden niet deed, namelijk zich frontaal voor de camera bevredigen. Rode koontjes. Dat trekt vast wel weer een paar honderdduizend opgewonden puberjongetjes naar de bioscoop – geheel overeenkomstig de traditie van Wolkers en Verhoeven. Maar ook volgens het cliché van de Nederlandse film en z’n overdaad aan bloot, dat al dan niet functioneel is. Misschien is dit ondanks de oubollige indruk die de film maakt wel het enige echt vooruitstrevende aan Zomerhitte: seks en naaktheid zijn immers weer bijna net zo omstreden als in de jaren zeventig. Dat dit het belangrijkste is wat er over de film is te vertellen, is veelzeggend. Zomerhitte brandt op een zwakke vlam.

Zomerhitte. Regie: Monique van de Ven. Met: Sophie Hilbrand, Waldermar Torenstra, Jeroen Willems, Johan Leysen, Cees Geel. **

Kijk in welke bioscopen de besproken films draaien op nrcnext.nl/bioscoopagenda.