Een kleine auto rijdt ook prima

Als duurzaamheid serieus genomen wordt, dan moeten auto’s worden belast naar de hoeveelheid CO2 die ze uitstoten, vindt Klaas van Egmond.

Tekening Arcadio Arcadio

De huidige discussie over auto en milieu wordt de ultieme test voor duurzaamheid. Zijn we wel of niet bereid te denken vanuit de draagkracht van het milieu, in plaats vanuit onze materiële ambities? Zoals het er nu naar uitziet is het antwoord nee. De wet van behoud van comfort lijkt vooralsnog sterker dan natuurwetten van het fysieke milieu. In de ongeschreven Europese Grondwet staat blijkbaar dat iedereen recht heeft op een grote auto en het bijbehorende milieugebruik, zolang de techniek maar maximaal wordt ingezet om niet nog meer verontreiniging te produceren dan al het geval was.

De auto is een mooie testcase, want het is het duurzaamheidprobleem in het klein. Tot nu toe is er geen kilometer minder gereden of gevlogen omwille van het milieu en zijn alle kaarten gezet op technologie. Daarmee is inderdaad veel bereikt. Zo is bijvoorbeeld het smogprobleem zeer succesvol opgelost. Maar de techniek om schonere en zuiniger motoren te maken is ongedaan gemaakt door tegelijkertijd in steeds grotere en zwaardere auto’s te gaan rijden. Nu het energiegebruik en de CO2-uitstoot omlaag moeten, zetten we weer op grote schaal in op technologie; hybride auto’s en turbocompressoren. Maar aangezien dat waarschijnlijk onvoldoende soulaas biedt, komt onvermijdelijk het alternatief van de kleinere of lichtere auto in beeld. Maar de animo daarvoor is niet groot.

Zo stelde tijdens de ‘Klimaatshow’ die vorig jaar december werd uitgezonden, de presentator voor om de op het podium getoonde kleine (en technologisch geavanceerde) auto snel af te voeren, want ‘dat was natuurlijk geen auto’.

Bij de politieke discussies in Nederland en Europa wordt er dan ook nog steeds van uitgegaan dat grotere of zwaardere auto’s nu eenmaal meer CO2 moeten kunnen uitstoten dan kleinere. Hoewel mogelijk in afgezwakte vorm, blijft daarmee het systeem bestaan dat een SUV die relatief zuinig is voor zijn onzuinige soort, gesubsidieerd wordt en een kleine auto die iets minder presteert dan zijn zuinige soortgenoten, financieel wordt gestraft. Daarmee wordt onomwonden aangegeven dat verlies van enig comfort onbespreekbaar is en dat milieubeleid hetzelfde is als technologiebeleid. En als de auto-industrie die technologie niet op tijd klaar kan krijgen, dan moet het maar wat langer duren.

Als duurzaamheid ook maar enigszins serieus genomen zou worden, dan zouden auto’s belast moeten worden naar de absolute hoeveelheid CO2 die ze uitstoten. Dat is bij andere maatschappelijke sectoren zoals de industrie ook het geval. Die vallen onder het Europese systeem van emissiehandel en moeten betalen voor ieder CO2-molecuul dat ze uitstoten. Als dat ook voor auto’s gaat gelden, zal er een vrij natuurlijke combinatie van techniek en gedrag ontstaan, nog steeds zonder dat er één kilometer minder wordt gereden. Voor zover de techniek niet toereikend is zal er een verschuiving naar kleinere en lichtere auto’s optreden. En ja, dat betekent dan enige vermindering van comfort en niemand weet van te voren hoe weinig. Voor de statuszoekers hoeft het geen probleem te zijn want als iedereen in een iets kleinere auto gaat rijden, hebben ze nog steeds de grootste van de straat. Daartegenover staat een substantiële vermindering van de uitstoot van CO2. Uit verschillende studies blijkt dat een verschuiving naar een lichter en kleiner wagenpark al gauw megatonnen CO2 uitspaart en dan gaat het dus over een veelvoud van de besparingen die alle in Nederland opgestelde windmolens bij elkaar opleveren.

De nu te maken keuze is dus een ultieme test voor de geloofwaardigheid van de overvloedige duurzaamheidsretoriek. Als we deze test missen, kunnen we er beter over ophouden. Het enige wat we dan nog kunnen doen is maximaal technologie inzetten, hopen dat het goed afloopt en gewoon niet meer over duurzaamheid praten.

Klaas van Egmond is hoogleraar Milieukunde-Geowetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

    • Klaas van Egmond