Een blok marmer of een wassen beeld

Je zou kunnen zeggen dat de Nederlandse televisie gisteravond genereus aandacht besteedde aan het overlijden van schrijver en kunstenaar Hugo Claus. Het NOS Journaal van acht uur opende er zo uitgebreid mee dat het bulletin langer duurde dan gebruikelijk. Remco Campert herinnerde zich bewogen hoe Claus hem bij hun laatste ontmoeting in de knie had geknepen en ook in EénVandaag, Nova en Pauw en Witteman kwamen generatiegenoten als Harry Mulisch, Simon Vinkenoog en Cees Nooteboom aan het woord, alsmede uitgever Robbert Ammerlaan en „beoogd biograaf” Piet Piryns. De wereld draait door verwelkomde zelfs de verre van Bekende Nederlander Gerrit Kouwenaar om een ooit door Claus aan hem opgedragen gedicht voor te lezen.

Toch vroeg ik mij af wat een jonge kijker, voor wie Hugo Claus niet meer is dan een vaag bekende naam, van al deze items zou overhouden. Er is een Groot Schrijver doodgegaan, die ook af en toe schilderde. Hij was een vrouwenliefhebber en had relaties met voormalige sterren als Kitty Courbois en Sylvia Kristel. Het filmbeeld van Hugo achterop de scooter van Sylvia ontbrak in geen enkel programma. Ook hield hij van lekker eten, van oesters en kaaskroketjes. Het feit dat hij zelf het moment van zijn dood uitkoos zal ook wel blijven hangen, evenals het mislopen van de Nobelprijs.

Het werk van Claus werd vooral samengevat als een reeks romans, toneelstukken en gedichten, die culmineerde in een allesomvattend autobiografisch magnum opus: Het verdriet van België (1983). Het klopt wel allemaal, maar het is ook een povere balans.

Voor wat meer diepgravende informatie werden we verwezen naar de herhaling rond middernacht van een ontmoeting met Ivo Niehe uit 1996 en het voor dit soort gelegenheden in het leven geroepen digitale themakanaal Cultura. Daar werd een oud gesprekje met literair journalist Pieter Steinz herhaald, evenals een vorig jaar al opnieuw uitgezonden verzameling Claus-programma’s uit het archief. Behalve talkshows van Sonja Barend en Adriaan van Dis was dat ook een documentaire uit 1983 over Claus als filmmaker, „spelend met zijn meccanodoos” bij de opnamen voor De Leeuw van Vlaanderen. Dat was de minst interessante van Claus’ vijf films als regisseur, die stuk voor stuk in ons land nauwelijks waarneembare bezoekersaantallen trokken.

Als filmer noch als schrijver of kunstenaar was Claus geïnteresseerd in publiek succes. In de voortreffelijke documentaire van Guido de Bruyn uit 2004, Het leven & De werken van Hugo Claus, herhaald op Canvas, die in een klein uur wel de essentie van zijn oeuvre en persoon – in die volgorde – handzaam samenvat, legt Claus uit waarom hij het toneel een onzuivere kunstvorm vindt. Je moet daarin namelijk rekening houden met het publiek en dat leidt tot een zekere vergroving.

Natuurlijk was de aandacht op de Vlaamse televisie veel rijker. De hele editie van Terzake, het Belgische Nova, was gewijd aan Claus en dat is geen evidentie aan de vooravond van het aantreden van een nieuw kabinet, op het moment dat de poppetjes moeten worden ingevuld.

Er was meer aandacht voor zijn betekenis als beeldend kunstenaar, als antiklerikaal en vijand van de flaminganten. Jonge schrijvers als Erwin Mortier en Dimitri Verhulst prezen hun voorbeeld Claus als „universeel schrijver over de Vlaamse zandbak” en vergeleken hem met Boon en Walschap. Maar er was ook een parlementariër die vol trots vertelde dat hij net zijn eerste Claus-boek had gekocht – van een boekenbon.

Op zijn laatste dag als minister-president bezocht Guy Verhofstadt de nabestaanden van Claus en weigerde voor de camera te reageren. Wel schreef hij een buitengewoon goed verwoorde hommage, die in het Vlaamse journaal en Terzake voorgelezen werd: „Een begenadigd schrijver die de hemel uitdaagde tot de ouderdom hem polijstte tot een blok marmer waarop men oh zo graag steunen of rusten wil.” Onze premier poseerde vandaag op het Catshuis naast zijn eigen gelijkenis, die binnenkort als wassen beeld bij Madame Tussauds te zien zal zijn.

    • Hans Beerekamp