Een Bataafse castratietang

De castratietang van de Bataven, voor gebruik op vee. Foto ACVU ACVU

Een ijzeren tang die enkele jaren geleden bij Tiel is opgegraven in een Bataafs dorp blijkt een Romeinse castreertang te zijn. Dat blijkt uit onderzoek van archeoloog Stijn Heeren van de Vrije Universiteit in Amsterdam, die de tang onlangs heeft bestudeerd voor zijn proefschrift over de romanisering van het Bataafse gebied (1ste-3de eeuw na Christus). In de hele Romeinse wereld is tot nu toe een tiental castreertangen gevonden.

In een oude publicatie zag hij zeven vergelijkbare tangen afgebeeld: model notenkraker, dertig tot veertig centimeter lang, met ribbels in het midden van de benen. Verder was er een foto van een wijaltaar uit Gallië waarop een zelfde tang in het groot was afgebeeld, alsmede mannen die bij paarden bezig waren met tangen de zaadleiders boven de ballen dicht te knijpen. “Een veearts vertelde me dat ze dergelijke tangen nog steeds voor castratie gebruiken, maar dan van hout.”

De Bataven stonden bekend om hun paardenfokkerij. “Maar ze hielden ook vee”, zegt Heeren, „en ze zullen de tang ook gebruikt hebben om een stier te castreren. Ossen werden in die tijd als ploegdieren voor akkerbouw gebruikt.”

Het toeval wil dat in Vindolanda, een Romeinse legerplaats in Noord-Engeland bij de Muur van Hadrianus, op een schrijfplankje een toepasselijk briefje van een Bataafse soldaat in Romeinse dienst bewaard is gebleven. Daarin vraagt hij zijn broer thuis om een castreertang (forfex), die hem tegen betaling is beloofd, naar hem op te sturen.