Duits centrum gedenkt ontheemden

Duitsland krijgt zijn eigen gedenkplaats ter herinnering aan de miljoenen ontheemden in en na de Tweede Wereldoorlog. Het moet een centrum worden voor vlucht en verdrevenen dat de ontheemden in een brede, Europese historische context plaatst.

Met een door compromissen getekend besluit hierover hoopt de Duitse regering een einde te kunnen maken aan een slepend binnenlands debat en een hoogoplopende ruzie met buurland Polen. Dat is steeds tegen de stichting van zo’n gedenkoord geweest omdat het de Duitsers teveel als slachtoffers zou karakteriseren – en niet als daders.

In en na de Tweede Wereldoorlog zijn miljoenen mensen uit hun vaderland verdreven. Eerst waren het de nazi’s die Polen, Tsjechen, Hongaren en anderen dwongen huis en haard te verlaten, vaak onder de verschrikkelijkste omstandigheden. Aan het eind van de oorlog en daarna – tot 1950 – werden twaalf tot veertien miljoen Duitsers uit hun woongebieden verdreven, aanvankelijk door het oprukkende Sovjet-leger en later door wraakzuchtigen. Bij de verdrijvingen zijn veel Duitsers omgekomen.

De Duitse Bund der Vertriebenen – de bond voor ballingen – heeft jarenlang onder voorzitterschap van CDU-politica Erika Steinbach gestreden voor de oprichting in Berlijn van een centrum ter herinnering aan alleen de verdreven Duitsers. Steinbach haalde zich met pittige uitlatingen hierover niet alleen de woede op de hals van Polen, maar ook van Duitse politici en historici.

In het Deutschlandhaus in de Berlijnse wijk Kreuzberg komt nu een „zichtbaar aandenken aan vlucht en verdrijving”, aldus minister van Cultuur Bernd Neumann gisteren. Als belangrijk compromis zullen in de adviesraad van het nieuwe documentatie- en tentoonstellingscentrum naast Duitsers ook Poolse, Tsjechische en Hongaarse historici zitten.

Hiermee wordt het gedenkoord breder van opzet dan ooit de bedoeling van Erika Steinbachs Bund der Vertriebenen was.