Dodenakker lijdt onder ernstige verwaarlozing

Op een paar plaatsen in Nederlands zijn ‘groene kerkterreinen’ opgeknapt, maar veel van de zesduizend andere liggen er troosteloos bij.

Gebroken en omgevallen grafstenen. De Begraafplaats Emmastraat in Oude-Tonge is sinds 1977 gesloten. Foto’s NRC Handelsblad, Rien Zilvold Zilvold, Rien

„Begraafplaats gesloten verklaard sinds 1977”, luidt de tekst op een wit bord aan de ijzeren poort van de Begraafplaats Emmastraat in Oude-Tonge. Wie het kerkhof via een breed zandpad betreedt, ziet veel gras, wat afgewaaide takken en enkele weggegooide blikjes. Aan het eind bevinden zich de graven, waarvan sommige zware grafstenen zijn verzakt of gebroken, zoals die op de laatste rustplaats van Simon Eland Anemaet (1825-1891), oud-burgemeester van het dorp op Goeree-Overflakkee.

Het Oaldn Karkhof Buurse van de Nederlands Hervormde Kerk in het Twentse Buurse bood tot voor kort een even troosteloze aanblik als de dodenakker in Oude-Tonge. Maar op 20 februari begonnen vrijwilligers van heemkundekring Arfgood Buurse aan een grondige opknapbeurt. Het terrein achter de kleine kerk – „In deze plaatse zal ik vrede geven spreekt de Heere”, staat op de voorgevel – is geen wildernis meer, maar een verzorgd, toegankelijk parkje. Nog vóór de zomer moeten de beschadigde zerken en het hekwerk zijn hersteld op het kerkhof waar in 1971 de laatste begrafenis plaatsvond.

De gemeente Haaksbergen betaalt een substantieel deel van de restauratie in Buurse, de rest van het budget komt voor rekening van Landschapsbeheer Nederland. Met hulp van het Prins Bernhard Cultuurfonds, dat 100.000 euro beschikbaar stelde, is Landschapsbeheer het project Groene Kerkterreinen begonnen. Het doel: opknappen van vervallen begraafplaatsen (Buurse heeft de primeur) en groene kerkterreinen. Dat zijn, bijvoorbeeld, de bij de godshuizen gelegen voormalige moestuinen en boomgaarden.

Uit een voorlopige inventarisatie die Landschapsbeheer eind vorige maand publiceerde, bleek dat er in Nederland ongeveer zesduizend van zulke terreinen zijn. Een gedetailleerd totaalbeeld van het onderhoud ontbreekt, maar volgens Landschapsbeheer is er vaak sprake van „ernstige verwaarlozing”. Restauratie, zegt Landschapsbeheer, is hard nodig, anders verdwijnt een aantal cultuurhistorisch en ecologisch waardevolle terreinen voor altijd.

Onderzoeker Eward Timmerman en projectleider Edwin Raap van Landschapsbeheer omschrijven de oude kerkhoven als „markante plekken die bijdragen aan de identiteit van een dorp of een streek”. Het zijn in hun ogen bovendien „oases voor insecten, vogels en vleermuizen”. Ze wijzen erop dat zeldzame flora (heelbeen, mosbloem) prima gedijt in het groen rond de graven. Een aantal soorten en rassen komt zelfs alleen nog op deze plaatsen voor, vertellen ze ook.

Landschapsbeheer heeft zich bij het project Groene Kerkterreinen laten inspireren door Landschapsbeheer Groningen, dat samen met de stichting Oude Groninger Kerken sinds 1999 in die provincie vervallen begraafplaatsen in ere herstelt. De teller staat nu op tachtig, vertelt projectleider Marije Kattenwinkel. Ze zegt dat haar organisatie vrijwilligers werft en schoolt en dat de eigenaars van de kerkhoven – gemeenten en de kerken – altijd meebetalen. „Anders is zo’n klus niet te financieren. Gemiddeld kost een opknapbeurt toch gauw 15.000 euro.”

Landschapsbeheer Nederland denkt dat het relatief gemakkelijk is vrijwilligers te vinden, omdat mensen veel betekenis hechten aan rustplekken als kerkhoven en ze de belevingswaarde op prijs stellen. Vooralsnog lopen Overijssel, Zeeland en Noord-Holland voorop in het project ‘Groene Kerkterreinen’, de andere provincies moeten nog volgen.

Maar in Limburg heeft de provincie al het initiatief genomen. Daar is vorige week onder leiding van de Monumentenwacht de inventarisatie begonnen van de ‘vergeten’ begraafplaatsen, waarvan er naar schatting zeven- tot achthonderd zijn. In het kader van het Jaar van het Religieus Erfgoed heeft Limburg een miljoen euro beschikbaar gesteld voor het herstellen van religieus erfgoed. Daarvan is een ton bestemd voor de oude kerkhoven.

    • Guido de Vries