Claus’ toneelwerken werden klassiekers

Van de grote naoorlogse schrijvers blonk alleen Hugo Claus uit op het gebied van toneel. Hij was de Vlaamse variant op de boze jonge mannen uit Amerika en Engeland.

Toneelschrijver

Reve heeft het een keer geprobeerd, Wolkers heeft het een paar keer geprobeerd, Mulisch heeft het vaak geprobeerd, maar de enige van de grote naoorlogse schrijvers die er in slaagde ook op toneelgebied uit te blinken is Hugo Claus.

Sterker nog, naast Herman Heijermans is hij de enige Nederlandstalige dramaschrijver uit de 20ste eeuw die beklijft. In een theaterklimaat waarin nieuwe Nederlandse toneelteksten het zelden verder brengen dan één reeks uitvoeringen, is het werk van Claus de grote uitzondering. Zijn klassiekers Een bruid in de morgen (1955), Suiker (1958) en Vrijdag (1969) blijven repertoire houden. In een halve eeuw schreef hij 35 toneelstukken en 31 bewerkingen en vertalingen. Hij vestigde zich daarmee als „de godfather van de moderne Nederlandstalige toneelschrijfkunst” (Rob de Graaf).

Regisseur Ton Lutz ontdekte Claus voor het toneel. Begin jaren vijftig liep de schrijver rond met een toneelstuk waarin incest en zelfmoord voorkwamen. Geen gezelschap wilde zijn handen branden aan dit „onevenwichtige stuk”. Lutz begon in 1955 net als artistiek leider bij het Rotterdams Toneel, en Claus was de man die hij zocht: een Vlaamse variant op de boze jongemannen uit Amerika en Engeland. Hoewel enige critici morele bezwaren hadden, besefte iedereen dat een veelbelovend toneelschrijver was opgestaan.

Claus was sterk beïnvloed door Antonin Artaud, en diens ideeën over het oer-ritualistische ‘Theater van de Wreedheid’, maar was ook beïnvloed door Amerikaanse realisten als Tennessee Williams. Net als zij gebruikt hij filmtechnieken als de flashback en de flash forward, en zijn stukken hadden een soortgelijke rauwheid en bandeloze begeerte die de nette samenleving tevergeefs probeert te onderdrukken. Andere constanten in zijn werk: wreedheid, incest, sterke vrouwen, onvolwassen mannen, moederbinding, adoratie. Zijn grote werken spelen zich af in een katholiek Vlaams milieu, onder burgers of arbeiders. Voor de laatste is hij opmerkelijk milder dan voor de burgers.

Zowel in Een bruid in de morgen, Suiker als Vrijdag plaatst Claus een pure, verheven liefde in een banale omgeving die die liefde wil vernietigen. Opmerkelijk is dat het in twee gevallen om incest gaat. Claus veroordeelt die liefde niet. Hij veroordeelt juist de behoudende krachten die deze pure uitingen van begeerte kapot maken. Voor de meest toeschouwers is dit nog altijd een stap te ver, wat een ongemakkelijke frictie oplevert. De botsing tussen het banale en het verhevene laat hij ook terugkomen in de taal. De pure personages krijgen vaak een poëtischer register dan hun banale omgeving.

Vanaf eind jaren zestig raakte Claus nauwer betrokken bij het theater. In 1969 schreef hij samen met Harry Mulisch het libretto van Reconstructie voor het Holland Festival. Hij begon ook te regisseren, klassiekers en eigen werk, van Vrijdag (1969) tot Jessica! (1977). In 1968 en 1970 probeerde hij een theatergezelschap op te richten.

De laatste jaren zijn drie van zijn oude werken heropgevoerd. De ongelukkige aanpak van Het Nationale Toneel (Een bruid in de morgen) en Het Toneel Speelt (Dans van de reiger) benadrukte de leeftijd en de gebreken van de stukken. Maar met de indrukwekkende heropvoering van Vrijdag, misschien wel zijn beste toneelstuk, liet ZTHollandia in 2004 zien dat Claus’ toneelwerken wel degelijk klassiek zijn geworden.

    • Wilfred Takken