Bittere boodschap in schoonheid verpakt

Philip Jones Griffiths fotografeerde allerhande onderwerpen. Maar zijn fotojournalistieke visie zette hij het scherpst neer met een drieluik over de oorlog in Vietnam.

Philip Jones Griffith (Foto AP) This undated photo provided by Magnum Photos shows photographer Philip Jones Griffiths on assignment in Asia. Griffiths, 71, whose detailed photographic study of Vietnamese culture during the war helped crystallize public opinion against the conflict, died from cancer at his London home on Wednesday, March 19, 2008, Magnum's commercial director Rhiannon Davies said. (AP Photo/©Magnum Collection-Magnum Photos) Associated Press

In een loopbaan die bijna een halve eeuw omspande, fotografeerde Philip Jones Griffiths in ruim honderd landen. Hij deed verslag van het conflict in Noord Ierland, het koloniale bewind in wat toen nog Rhodesië heette en de Yom Kippur-oorlog in het Midden Oosten. In 1962 legde hij als eerste de misdragingen van het Franse leger in de Algerijnse vast. Maar zijn naam is vooral verbonden aan Vietnam Inc., dat hij in 1971 publiceerde over de oorlog in Vietnam.

Een bijtend boek was het; een meeslepende mengeling van foto’s uit de frontlinies en de dorpssteegjes, van dagelijkse gruwel en alledaags leven, van lege perszaaltjes en volle ziekenhuizen. Die foto’s lardeerde hij met ironisch getinte verhalen over de leugenachtige waarheden van het oorlogsbedrijf.

Zijn gedegen werkwijze en betrokkenheid maakten Jones Griffiths, in de nacht van dinsdag op woensdag op 72-jarige leeftijd in New York overleden, tot „de beste oorlogsverslaggever sinds Goya”. De woorden zijn van Henri Cartier-Bresson (1908-2004), medeoprichter van fotoagentschap Magnum, waaraan ook Jones Griffiths decennialang verbonden was.

Vietnam Inc. geldt inmiddels als een klassieker en was een de boeken die de Amerikaanse publieke opinie over de oorlog deed keren. Maar Jones Griffiths relativeerde dat graag. Hij was „de eerste, de enige noch de laatste” die oorlog een waanzinnig onderneming vond, zei hij in 2003. Moest hij niet de Amerikanen bedanken? „Embedded fotografen waren er niet in die tijd. Wat ik ook vond of zei, ik kon mijn gang gaan.”

Jones Griffiths, geboren in Wales en oorspronkelijk apotheker, begon eind jaren vijftig als freelancer voor de Guardian maar kwam al snel in dienst bij The Observer, waarvoor hij zijn eerste oorlogsreportages maakte. In 1966 arriveerde hij voor het eerst in Vietnam. Hij zou er met regelmaat terugkeren, ook toen de oorlog al lang en breed was afgelopen. Liefde op het eerste gezicht was het geweest, verklaarde hij in 2003. „Vietnam was net Wales. Het moest opboksen tegen een groot land dat dacht er de baas te kunnen spelen. ” Foto’s van die latere reizen zou hij opnemen in Agent Orange (2003, over de gevolgen van de chemische oorlogvoering) en Vietnam at Peace (2005, over de wederopbouw). Hoewel hij in de tussenliggende jaren uitvoerig uiteenlopende onderwerpen fotografeerde – droogte in India, armoede in Texas, de gevolgen van de oorlog in Koeweit – zou hij met het drieluik over Vietnam zijn fotojournalistieke visie het scherpst neerzetten. Hij wenste zich niet tevreden te stellen met het vastleggen van ‘visuele hoogtepuntjes’, zei hij in 2003. „Ik ben geen brandweerman die van het ene vuurtje naar het andere rent, maar een onderzoeker die wil weten wat er aan de hand is, hoe het zo gekomen is en wat de gevolgen zijn. ”

Die analytische benadering wist hij te combineren met het maken van foto’s die op een bittere manier onvergetelijk mooi konden zijn – van een badende soldaat in een bomkrater bijvoorbeeld, of het omzwachtelde gezicht van een napalmslachtoffer. „Zoiets lijkt wrang, maar is het niet”, zei hij in 2003. „Schoonheid helpt. Maar het is niet het doel. Het is gewoon de beste manier om een boodschap over te brengen. ”

    • Eddie Marsman