‘Wij zeggen tegen kabinet: laat je niet gek maken’

Nederland ontsnapt niet aan de kredietcrisis. De economische groei zakt in. Maar de vooruitzichten zijn wel met grote onzekerheid omgeven. Vraaggesprek met directeur Teulings van het Centraal Planbureau.

Directeur Coen Teulings van het Centraal Planbureau: „Het slechte nieuws uit Amerika maakt me niet hoopvoller.” Foto Roel Rozenburg Den Haag: 17.3.2008 Directeur CPB Teurlings. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Het is zover. Al maanden hebben politici in Den Haag, bankiers in Amsterdam, beleggers op de beurs en ondernemers in het land de blik angstvallig op Amerika gericht. Zou de turbulentie op de huizenmarkt, in de financiële sector en in de reële economie ook in Europa pijn gaan doen?

De weerslag is inderdaad onontkoombaar. Ook de Nederlandse economie kan niet ontsnappen aan de gevolgen van de Amerikaanse kredietcrisis. Volgens de vandaag gepubliceerde prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) zal de economische groei dit jaar en volgend jaar sterk afzwakken.

Groeide de Nederlandse economie in 2007 nog uitbundig met 3,5 procent, dit jaar valt de groei terug tot 2,25 procent en voor 2009 wordt slechts 1,75 procent groei verwacht – een terugval van bijna 2 procentpunt. En, zegt Coen Teulings (49), directeur van het Centraal Planbureau, er onmiddellijk bij: „De onzekerheid is erg groot.”

Op de prognoses van het CPB wordt het regeerakkoord gebaseerd, zij geven het kader aan voor de minister van Financiën. Wat is het belangrijkste nieuws dat Teulings, ook PvdA’er, heeft voor minister Bos (Financiën, PvdA)? Onzekerheid?

Teulings: „Begin dit jaar, in januari, heb ik in de Verenigde Staten met het Internationaal Monetair Fonds gesproken. Sindsdien is al het nieuws in zekere zin toch slecht nieuws geweest. Het beeld is verder verslechterd. Tot nog toe zagen we in Europa weinig tekenen van de kredietcrisis in de reële economie. Maar het is onvermijdelijk dat we later dit jaar een klap krijgen.

„Het economisch beeld levert gemengd nieuws op voor minister Bos. Beschouw je de minister niet verantwoordelijk voor de Nederlandse economie, maar wel voor de rijksbegroting dan hebben we zelfs een mooi cijfer voor hem. We verwachten een forse verbetering van het financieringssaldo. Geen tekort, maar een overschot dit jaar van 1,1 procent en zelfs 1,4 procent in 2009.”

Terwijl de economische groei inzakt?

„De hoge economische groei van vorig jaar werkt nog door in de hogere belastinginkomsten. Zeker zo belangrijk zijn de extra gasinkomsten als gevolg van de stijgende olieprijzen. De gasbaten komen volgend jaar uit op ruim 13 miljard euro ofwel 2,2 procent van het bruto binnenlands product. Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van acht jaar geleden [toen de olieprijs op 10 dollar per vat stond, red.] Hier staan wel weer extra overheidsuitgaven tegenover voor onderwijs, kinderopvang en veiligheid. Maar het saldo is positief. Zolang je tenminste de extra gasbaten en de groeiuitloop van 2007 meerekent. Laat je die weg, dan verslechtert het saldo dit jaar en volgend jaar.”

Vereist de sterk dalende groei extra maatregelen?

„Bij een financiële crisis zie je altijd twee reflexen opkomen. Sommigen zeggen: we hebben lastenverlichting nodig want anders raakt de economie in versneld tempo in een recessie. Anderen zeggen het omgekeerde: de overheid moet de broekriem aanhalen, want het gaat zo slecht. Deze tegengestelde reacties, beide ingegeven door de conjunctuur, vind ik buitengewoon opmerkelijk, omdat we sinds de komst van Gerrit Zalm in 1994 als minister van Financiën immers een structureel begrotingsbeleid hebben.

„In de jaren na de oliecrisis, begin jaren zeventig, maakte de politiek zelf groeiramingen, die systematisch te hoog waren. Daardoor liep het financieringstekort uit de hand. Zalm heeft daar een eind aan gemaakt. Sindsdien wordt aan het begin van de kabinetsperiode een financieel kader vastgesteld. Dat wordt als uitgangspunt genomen voor het beleid, zodat politici zich niet voortdurend door incidentele of conjuncturele ontwikkelingen van hun doel laten afleiden.

„Er is nu ook geen reden om bijzondere maatregelen te treffen. Uit onze economische analyse blijkt dat de huidige situatie prima binnen het begrotingskader kan worden gehanteerd. Consistentie van het beleid is op dit moment voor Nederland veel vruchtbaarder dan ad-hocreacties. Daarom ook zeggen we tegen het kabinet: laat je niet gek maken door de schijnbare mooie overheidsfinanciën, die door de doorwerking van de hoge groei en de gasbaten worden bepaald. Kom je beloftes na, houd je aan je afspraken op budgettair en monetair gebied.”

Werknemers willen ook iets terugzien in hun portemonnee van de economische bloei, zo bleek uit de politieacties. Zit er nog iets in voor de burger?

„Dit jaar is het jaar waarin we moeten doorbijten. Dat was in het regeerakkoord al voorzien. De hoge grondstoffenprijzen leiden onvermijdelijk tot aantasting van koopkracht. We zijn een stukje minder rijk. Hierbij speelt de januskop van de Nederlandse economie een rol. Aan de ene kant zie je acties in de collectieve sector van werknemers die hun deel van die groei opeisen. Ook gezien de krapte op de arbeidsmarkt – we hebben dit jaar 200.000 vacatures – zou je vermoeden dat er allerlei opwaartse druk op de lonen ontstaat.

„Anderzijds zie je het vertrouwen van consumenten en producenten aanmerkelijk dalen. De groei van bedrijfsinvesteringen zal volgend jaar scherp terugvallen. Ook de werkloosheid zal weer iets oplopen, van 4 naar 4,5 procent van de beroepsbevolking, alhoewel deze zeer laag blijft. Mensen zijn zich donders goed bewust van de crisis op de financiële markten en welke gevolgen dat voor de reële economie kan hebben. Kijk je naar de feiten, dan zie je dat de contractlonen zich heel redelijk ontwikkelen.”

Is protectionisme een serieuze bedreiging?

„Protectionisme en marktwerking hebben veel met elkaar te maken. Protectionisme is eigenlijk het omgekeerde van marktwerking, omdat je de binnenlandse markt voor internationale concurrentie afschermt. Ik begrijp de gevoelens van mensen die zeggen ‘even een time-out’ best. Daar moeten we niet van schrikken.

„Bij alle operaties op het gebied van marktwerking heb je vaak kleine deelgroepen die erop achteruitgaan, ten gunste van het geheel dat erop vooruitgaat. Uit internationaal onderzoek blijkt dat marktwerking de afgelopen jaren aanzienlijk heeft bijgedragen aan de productiviteitsstijging in Nederland. Concurrentiedruk zet bedrijven actief aan tot het zoeken naar nieuwe technieken. In veel landen is vanaf 1980 marktwerking doorgevoerd, bijvoorbeeld in Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Nederland. Dat heeft een enorme bijdrage geleverd aan productiviteitsstijging. In het goederenvervoer per spoor en in de luchtvaart zie je zelfs een verbijsterende groei als gevolg van marktwerking.”

In welke sectoren is er behoefte aan nog meer marktwerking?

„Dan denk ik bijvoorbeeld aan de zorg. In die sector zie je dat de combinatie markt en zorg snel tot onvrede leidt als dingen mislopen, omdat zorg zo dichtbij veel mensen staat. Bijsturen door het ministerie en de zorgautoriteit is onvermijdelijk. Er wordt nog maar kort met marktwerking geëxperimenteerd en je zult verdere experimenten zien, ook zonder dat de politiek beslissingen neemt – gewoon omdat de Zorgverzekeringswet innovatie in de sector uitlokt. De kern van de zaak is dat de zorguitgaven de komende jaren zullen stijgen, dus is het des te belangrijker dat we de organisatie van de zorg goed op orde krijgen. Voor het publieke debat is het besef belangrijk dat marktwerking enorm kan bijdragen aan het goed functioneren van de economie.”

Kan Nederland, kan Europa tegen een stootje?

„Om goed tegen een stootje van de conjunctuur te kunnen is het vooral van belang dat landen hun zaakjes structureel goed geregeld hebben. In Duitsland is de laatste jaren enige hervormingsbereidheid ontstaan. Frankrijk is nog maar net begonnen. Europa zou er baat bij hebben als deze landen, en ook Italië, grotere stappen zetten. Nederland staat er in Europa structureel heel goed voor. Dat is het resultaat van 25 jaar succesvol hervormingsbeleid van diverse kabinetten. Vergelijk je Nederlands positie nu met die in de recessie rond 2000, dan hadden we toen door de ingezakte aandelenmarkten en krimpende pensioenvermogens een extra groot probleem. Dat losten we met hogere pensioenpremies op. Nu hebben we een kleiner dan gemiddeld probleem.”

Dus?

„Ook al gaat het Nederland structureel goed vergeleken met andere landen, dat maakt ons nog niet geheel ongevoelig voor conjuncturele tegenslag. We zijn als het ware in onze zomer ruw gestoord door een opkomende herfst. En die herfst heet kredietcrisis. Hoelang dat gaat duren is ongewis en het nieuws uit de VS maakt me er niet hoopvoller op.”

    • Michèle de Waard