Wereldwijd verloren gletsjers nog nooit zoveel ijs als in 2006

Rotterdam. Wereldwijd is het ijsverlies van gletsjers in een versnelling geraakt. Nooit eerder sinds het begin van de waarnemingen rond 1970 ging zoveel ijs verloren als in het jaar 2006. Dat concludeert de World Glacier Monitoring Service (WGMS) na een eerste analyse van metingen aan 80 gletsjers verspreid over de hele wereld. Vooral de gletsjers van de Alpen hebben veel ijs verloren. De enige gletsjer in de Pyreneeën had een record ijsverlies. Wilfried Haerberli, directeur van de WGMS, beschrijft de ontwikkelingen als een versnelling waarvan het eind nog niet in zicht is. Van 170 gletsjers bestaan lange reeksen waarnemingen aan de lengte. Ruwweg valt te concluderen dat veel gletsjers na 1820 korter worden. Tegen 1900 raakt die verkorting in een versnelling. Maar regionaal trad of treedt ook stabilisatie op. Uit het recentere onderzoek aan de massabalans van gletsjers concludeert het Intergovernmental Panel on Climate Change in zijn laatste rapport dat de meeste gletsjers rond 1970 `in balans` waren of zelfs ijs ophoopten. Daarna is het snel bergafwaarts gegaan. Vooral rond Alaska en Patagonië verliezen gletsjers veel ijs. De balans voor Europa is niet ongunstig. Het enorme verlies in de Apen wordt gecompenseerd door ijsaangroei in Scandinavië.