Stratenmakers hebben de keurmeesters vervangen

De wettelijk verplichte keuring van vee en vlees is goedkoper geworden en deels geprivatiseerd.

Dat is ten koste gegaan van de kwaliteit van de keuringen.

De slachterij staat los van de inhoud van dit stuk. Foto Hollandse Hoogte Animals , pigs , pig , from piglet to cutlet , agriculture , breedig , The short life of Piglet No 0146 took 6 months from its birth at a farmers stable to its death at the slaughterhouse.slaughterer , © 2007 Lux / Wache / Agentur Focus Uit serie: Van biggetje tot kotelet (39x) Hollandse Hoogte

„Nee, u heeft geen enkele vooropleiding in de vleessector nodig”, zegt een woordvoerder van de Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) over een vacature voor vleeskeurder in een slachterij. Functieomschrijving: „Je verricht keuringen aan de slachtband en je houdt toezicht en controle.”

Kandidaten hoeven geen varken van dichtbij te hebben gezien. „Wij geven een interne opleiding van vier maanden met wat handel, wetskennis en anatomie. Maar dat moet u zien als het halen van een rijbewijs. Het vak moet u daarna in de praktijk leren.”

Tot 2006 was de keuring in handen van keurmeesters in overheidsdienst. Toen Anton Breunis in 1972 solliciteerde voor de opleiding tot keurmeester pluimvee, had hij al een poeliersdiploma op zak. „Zo’n diploma was een vereiste”, zegt Breunis, „of anders moest je wel een diploma hebben van de landbouwschool of een praktijkdiploma veehouderij”.

De keurmeesters zijn afgeschaft onder druk van het bedrijfsleven, dat goedkopere keuringen wilde. „De tarieven van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees zullen worden verhoogd naar een kostendekkend niveau”, schreef toenmalig minister van Landbouw Piet Bukman (CDA) in 1991 aan de Tweede Kamer. Maar het is Bukman noch zijn opvolgers gelukt. De vroegere RVV en zijn opvolger, de Voedsel en Warenautoriteit (VWA), kampen met chronisch geldgebrek. In de tussentijd zijn de keuringen wel afgeslankt en deels geprivatiseerd.

Nu blijkt dat er door geldgebrek van alles mis is bij de Voedsel en Warenautoriteit. Dat, althans, was de boodschap van een aantal documenten die eerder dit jaar uitlekten. Vandaag komt staatsraad Rein Jan Hoekstra (CDA) op verzoek van minister Gerda Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, CDA) met een rapport over de betekenis van de uitgelekte documenten.

Wat lekte er uit? Door geldgebrek is „de ondergrens op het toezicht bereikt, zo niet overschreden”, schreef inspecteur-generaal Kleinmeulman van de Voedsel en Warenautoriteit vorig jaar aan de ministeries van Landbouw en Volksgezondheid. Met name de controle op vee en vlees is een „knelpunt”.

„Op varkensslachterijen kunnen dieren levend in de broeibakken terechtkomen zonder dat dit opgemerkt wordt”, staat in weer een ander rapport. De broeibak is een goot met heet water waar een varkenskarkas doorheen wordt gesleept om het ontharen te vergemakkelijken. Normaal gesproken nadat de halsslagader is doorgesneden en het dier is leeggebloed.

„Bij pluimvee kan het gebeuren dat de dieren door onvoldoende verdoving niet goed aangesneden worden”, stelt het rapport verder. De kippenslacht is volledig geautomatiseerd, dus als de kippen niet goed verdoofd zijn en spartelend aan de lopende band hangen, kan het mes de halsslagaders nooit goed raken. Soms is het dus een een bloederig rommeltje op de lopende band.

Oud-keurmeester Anton Breunis meent dat het „toezicht op de verwerking van vlees absoluut is verslechterd”. Breunis is een van de weinigen die bereid zijn met naam en toenaam in de publiciteit te komen. Betrokkenen in de sector willen niet praten, of alleen anoniem. Hun verhalen staan bol van misstanden in slachterijen, maar die zijn oncontroleerbaar. Ook bij belangengroep Varkens in Nood en de Partij voor de Dieren komen veel anonieme verhalen over misstanden binnen.

Zolang de overheid probeert de kosten van de keuringen op het bedrijfsleven te verhalen, zo lang ook probeert de vleessector de overheid al te dwingen om de keuringen te vereenvoudigen en de tarieven te verlagen. De sector heeft daartoe het beeld van de luie ambtenaar gecultiveerd: „Keurmeesters pauzeren 40 procent van de dag”, schreef de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), de belangenorganisatie, ooit in een jaarverslag.

De sector is succesvol met zijn lobby. In 1999 betaalden bedrijven 144 miljoen gulden (65 miljoen euro) aan de toenmalige RVV, aldus een onderzoek van accountantskantoor Ernst & Young. Bij gelijkblijvende kosten zou dat bedrag, gecorrigeerd voor inflatie, in 2006 zijn uitgekomen op 77 miljoen euro. Er werd echter dat jaar maar 42,7 miljoen euro betaald. De werkelijke kosten voor de VWA waren veel hoger: 53,7 miljoen euro.

Het grootste succes van het bedrijfsleven is de afschaffing van het ambt van keurmeester, twee jaar geleden. In plaats daarvan lopen er nu in de slachthuizen zogeheten ‘officiële assistenten’ rond van het particuliere bedrijf Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector, dat in handen is van de vleessector zelf.

In 2005 werkte keurmeester Anton Breunis, inmiddels 55 jaar oud, aan de inwerking van deze assistenten mee. Hun kwalificaties? „Stratenmakers, was een veelgehoorde kreet”, zegt Breunis. KDS had gehoopt te kunnen profiteren van de kennis van de bestaande keurmeesters door 181 van de in totaal 552 keurmeesters over te nemen. Die zagen dat niet zitten. Slechts veertig maakten de overstap. Breunis koos vervroegd pensioen.

En dus moest KDS plotseling veel meer nieuw personeel opleiden. De kosten liepen op tot 8,9 miljoen euro, aldus een analyse van de privatisering door Ernst & Young uit november 2006. De rekening belandde bij het ministerie van Landbouw. De accountants stellen dat niet duidelijk is waarom het ministerie betaalde voor een doel „waar een private partij structureel baat bij heeft”. Conclusie van Ernst & Young over de hele privatisering: de overheid droeg de lasten, het bedrijfsleven kreeg de lusten.

Intussen blijkt alleen in het bedrijfsleven nog geld verdiend te worden aan de vleeskeuring, namelijk door KDS. Dit heeft een exclusief contract met de Voedsel en Warenautoriteit voor levering van de ‘assistenten’. KDS dient daarvoor een rekening in bij de VWA: 15,6 miljoen euro in 2006.

Het bedrijf laat de overheid ook betalen voor opleidingskosten: 3,3 miljoen euro. Op een totale omzet van 20,4 miljoen maakte KDS een winst van 1,6 miljoen euro. Belastingvrij. Het bedrijf is namelijk door de Belastingdienst aangemerkt als „indirect overheidslichaam”.

Waarom heeft de overheid in 2004 eigenlijk de overeenkomst voor privatisering gesloten, inclusief een beperking van de kosten die ze mag berekenen voor de keuringen? De privatisering was een „wens van het bedrijfsleven”, zegt toenmalig minister Cees Veerman, „om de kosten omlaag te krijgen”. Maar waarom heeft de overheid ingestemd met een vrijwillige beperking van de rekening? Veerman: „Dat weet ik gewoon niet. De Tweede Kamer stemde niet in met kostendekkendheid.”

Tweede Kamerlid Joop Atsma, landbouwwoordvoerder van het CDA, belichaamt dit verzet: „De lasten van het bedrijfsleven moeten worden verlicht. Als de overheid zelf meer geld in de VWA wil steken, dan moet ze dat doen. Maar niet ten koste van het bedrijfsleven.” Staat dit standpunt niet haaks op dat van de CDA-ministers van Landbouw, die juist wel streven naar kostendekkendheid? „De Kamer heeft z’n eigen verantwoordelijkheid”, zegt Atsma.

Verburg ziet de bui al hangen. Om kostendekkendheid in 2011 te bereiken, schreef ze eind vorig jaar aan de Kamer, zal ze met de sector zoeken naar „mogelijkheden voor doelmatigheidsverbeteringen van de VWA-inzet”.

Lees de rapporten over de VWA op nrcnext.nl/links