‘Soldaten zijn de bergen van het volk’

Ook in de autonome gebieden buiten Tibet is het Chinese leger uitgerukt. Veel Tibetanen leven daar vredig samen met de Han-Chinezen.

Een Tibetaanse actiegroep gaf zondag foto’s vrij van Tibetanen die het leger zou hebben gedood. Foto AP In this photo released by Tibetan Centre for Human Rights and Democracy Sunday, March 16, 2008, Tibetans donate money towards the prayers for the bodies of the Tibetans who were shot dead by Chinese soldiers during a demonstration at Kirti Monastery in Sichuan province, China. The bodies were brought into the monastery by Tibetan protesters for prayers. (AP/Tibetan Centre for Human Rights and Democracy, HO ) ** NO SALES ONE TIME USE ONLY ** Associated Press

Honderden donkergroene vrachtwagens van het Chinese Volksleger kruipen via de tweebaansweg door tunnels en over de bergpassen naar het 3.000 meter hooggelegen Kangding, hoofdstad van de Tibetaanse autonome prefectuur Ganzi in de Chinese provincie Sichuan. Achterin slapen de met helmen, schilden, wapenstokken en lichte wapens uitgeruste manschappen.

Eenmaal aangekomen in het half-Chinees, half-Tibetaanse bergstadje – Dardo in het Tibetaans – worden de konvooien door de stad geleid door officieren die zich per geblindeerde Toyota Landcruiser verplaatsen. Slogans op de bruggen verwelkomen de militaire konvooien: „De soldaten zijn de bergen waar het volk tegenaan kan leunen” en „De Partij bevrijdde het Tibetaanse volk uit het diepe water en de brandende vuren van de feodale slavenstaat.”

Hoewel er geen opstandige monnik te bekennen is – ze komen sinds vorige week niet uit hun eeuwenoude kloosters – krijgen de soldaten opdracht met glanzende groene helmen en zwarte schilden in rotten van drie door het stadje te marcheren. Er worden oefeningen gehouden in het verdedigen van overheidsgebouwen tegen een aanstormende meute.

De orders echoën door het dal met hotels, restaurants, boerenmarkten en een spectaculair uitzicht op bergtoppen met eeuwige sneeuw. Maar de straten bij het gouvernementsgebouw, het hoofdkwartier van de Communistische Partij van China en het politiebureau zijn verlaten, er staan geen auto’s meer geparkeerd en de meeste winkels van Tibetanen én Han-Chinezen zijn gesloten.

Het machtsvertoon heeft maar één doel, en dat is iedere Tibetaan in deze regio die door de Tibetanen tot de Kham (Groot-Tibet) wordt gerekend, te intimideren. De wegen naar de westelijk gelegen bergpassen die naar de Tibetaanse Autonome Regio met hoofdstad Lhasa leiden, zijn afgesloten door middel van militaire controleposten. „Waar is dit allemaal voor nodig? De verhoudingen tussen ons en de Han-Chinezen in Kangding is al jaren heel goed, er wordt ook veel onderling getrouwd”, zegt de Tibetaan Zha Xi Duo Ji, een pas gepensioneerde toeristengids en buschauffeur. Hij volgt de manoeuvres van de soldaten vanuit zijn tuintje, bij een van de kloosters met rode en goudkleurige daken.

Vervolg Tibet: pagina 5

Veel jonge Tibetanen nemen voorbeeld aan China

Hij vertelt „beslist geen aanhanger” te zijn van de Chinese communisten, maar ze hebben volgens hem wel „Ganzi en vooral Kangding tot ontwikkeling gebracht”. Hij vertelt dat sommige Tibetanen de Chinezen „diep haten” en dat het waar is dat de Chinezen decennialang de Tibetanen hebben gediscrimineerd. „Die haat zit diepgeworteld, maar na het einde van de Culturele Revolutie gaat het veel beter met ons. De monniken hebben hier alle vrijheid om te bidden en veel Tibetanen doen goede zaken. Dat was onder Mao wel anders. Ik heb nu een hele goede gezondheidszorgverzekering en ik heb pensioen.”

Inmiddels zijn tienduizenden soldaten van het Chinese Volksleger naar stadjes als Kangding gedirigeerd. In alle dorpen van westelijk Sichuan en de eveneens aan de Tibetaanse Autonome Regio grenzende provincies Qinghai en Gansu, waar in hooggelegen dorpen ongeveer drie miljoen Tibetanen leven, zijn Chinese eenheden gestationeerd.

Net als de gepensioneerde Zha Xi Duo Ji kan de Tibetaanse hotel-eigenaar Lao Rong Deng Zhen de uitspraken van de Dalai Lama dat de Chinezen „culturele genocide” plegen en „de rebellie in Lhasa” niet goedkeuren. „Kijk zelf, bezoek de kloosters, die staan hier al sinds 1644, de monniken kunnen ongestoord hun gang gaan en ik kan daar iedere dag zonder problemen bidden.”

Zha Xi’s grootvader was in dienst van de Tu Si, de plaatselijke keizer. Zijn vader werkte voor de monniken. Slavenlevens, gromt Zha Xi en maakt een wegwerpend gebaar met zijn hand. „Het leven van onze familie en dat van vele anderen is er sinds de jaren zeventig enorm op vooruit gegaan”, zegt de veertiger die zijn werkend leven begon als vrachtwagenchauffeur en nu een hotel in Tibetaanse stijl uitbaat. Hij legt uit dat de levensopvattingen van de Han-Chinezen en Tibetanen altijd ver uiteengelopen hebben.

„De Chinezen zijn materialistisch ingesteld, werken hard en willen het beste van het leven maken. Ze willen rijk worden. De Tibetanen zoeken spiritueel geluk en geven niets om het aardse leven. Maar ook steeds meer Tibetanen willen niet langer in extreem diepe armoede leven en dat leidt tot spanningen, ook in de Tibetaanse gemeenschappen. Jongeren, maar ook mijn generatie, zoeken aansluiting bij de ontwikkeling van China. Ouderen en monniken hebben daar moeite mee. Het is echt niet meer zo dat iedereen het gezag van de Dalai Lama erkent, vooral de jongeren niet die naar Chinese universiteiten zijn gegaan en Mandarijn spreken.

De Tibetaan denkt dat de opstand in Lhasa min of meer toevallig tot stand gekomen is. ,,Geen Tibetaan wil een onafhankelijke staat, behalve een groep in ballingschap. Die groep manipuleert de simpele zielen.”

Zeren Zhim, de eigenaresse van Coffee, een koffieshop annex internetcafé, is een van de weinigen in Kangding die de Chinese overheid durft te bekritiseren, maar dat komt misschien omdat zij zelf half-Chinees is. Haar moeder is een Tibetaanse, haar vader is van het Han-volk. „De Tibetanen hebben het net als elke minderheid moeilijk. Door de economische ontwikkeling van het toerisme gaat het hier wat beter, maar verder naar het noorden hebben de boeren het zeer zwaar ondanks het feit dat zij veel hulp van de Chinese overheid krijgen”, vertelt Zeren.

Zeren vertelt: „Er wordt daar een hele nieuwe stad gebouwd, Nieuw Kangding. Alle bouwvakkers zijn Han-Chinezen, terwijl er werkloze Tibetanen zijn. We hebben hier in de buurt een groot natuurpark. Bij de ingang moeten hotels en restaurants komen, maar er staan ook een klein klooster en een graftempel. Het sloopplan heeft tot veel verzet geleid en is uitgesteld, maar dat klooster staat er over een jaar niet meer. Dat weet ik zeker. Wij Chinezen zijn pragmatisch als het om culturele dingen gaat. We slopen, als het moet, ook de graven van onze voorouders.”

In Nieuw Kangding, een wijk met pastelkleurige appartementen, een park met nieuwe beplanting tegen een spectaculair decor van besneeuwde bergketens, komen net bussen met bouwvakkers aan. Allemaal jonge mannen die de boerderijen van het Sichuaanse plateau hebben verruild voor de bouwstellingen. Alleen welvarende Tibetanen, een minderheid in een minderheid, kunnen hier terecht als huurder of koper. De wijk wordt gebouwd in het kader van het vijfjarenplan om van Ganzi in westelijke Sichuan een toeristische wereldattractie te maken.

Dat gebeurt met een inmiddels wereldwijd bekende Chinese dadendrang. Op vier plaatsen zijn in de gedeeltelijk omgelegde rivier gigantische dammen gebouwd voor de opwekking van elektriciteit en een paar kilometer verderop, op 4.000 meter hoogte, wordt gewerkt aan de luchthaven van Kangding.

De testlanding van een Airbus 319 van Air China was in heel China voorpaginanieuws. Als de luchthaven later dit jaar wordt geopend door president Hu Jintao is de ontsluiting van dit deel van de Kham – het afgesloten Tibet – een feit. Zegt de gepensioneerde Zha Xi Duo Ji, die ondanks de ijle lucht als een klimgeit de steile helling naar zijn huis oploopt: „Ik ken veel oudere mensen die dat slecht voor Tibet vinden. Ik denk dat het onze redding is”.

    • Oscar Garschagen