Rockers aan de kinderpop

Kinderpop is big business geworden. Popmusici spelen steeds vaker voor kinderen.

Na VOF de Kunst volgen nu ook Easy Aloha’s en de nieuwe formatie Cowboy Billie Boem.

Op het balkon, rij dertien, zit een fan. Luidkeels zingt hij alle nummers mee, over een koe in de wei en een banaan in Afrika. Even later zit hij te glunderen in de foyer. In de ene hand houdt hij een flesje fris, in de andere hand klemt hij een kaart met de handtekeningen van Cowboy Billie Boem en de Indiaan.

Cowboy Billie Boem treedt zo’n zestig keer per jaar op – meestal zijn de zalen, net als vanmiddag in cultureel centrum De Kattendans in Bergeijk, uitverkocht. Cowboy Billie Boem bestaat uit Bart Pullens, de cowboy, en Marcel Sophie, de indiaan. Ad Grooten schrijft de teksten. De laatste twee maken ook deel uit van de (volwassen) folkband Pater Moeskroen.

Grooten en Sophie zijn niet de enige popmuzikanten die de overstap naar kinderpop hebben gemaakt. De Easy Aloha’s, bekend om hun retrotunes, brachten eind vorig jaar een nieuwe cd uit: Eddie Ekster maakt een lied. Dj-duo Wipneus en Pim, dat al jaren met een nostalgische discoshow rond toert, heeft sinds een jaar een kindershow. En zanger/gitarist Jan van der Plas van sixtiesband Les Zazous maakt tegenwoordig discoliedjes voor kinderen.

Hoewel de muzikanten in hetzelfde genre werken, de minipop, verschilt hun muziek sterk van elkaar. Eddie Ekster klinkt nauwelijks als een kinderplaat; eerder doet het album denken aan een jazzy loungeplaat met een gedempte trompet en een omfloerste stem – die zingt over een uil die een boer laat, dat dan weer wel.

In de nummers van Cowboy Billie Boem klinkt de invloed van Pater Moeskroen duidelijk door. De kinderliedjes worden op folk-achtige wijze gebracht, met accordeon, banjo en kazoo’s. Zo klinkt een liedje over de mosselman als een Ierse folksong.

De minidisco van Jan van der Plas en zijn vrouw Didi Dubbeldam ten slotte, komt het meest in de buurt van een grote kinderact als K3. De teksten zijn eenvoudiger en het ritme is eenduidiger dan bij Cowboy Billie Boem; de minidisco immers, is vooral bedoeld om op te dansen.

Misschien is nederpopband VOF de Kunst het bekendste voorbeeld. Als een van de eerste stapte die over op kinderpop; van Eén kopje koffie naar Dikkertje Dap van Annie M.G. Schmidt. Inmiddels heeft VOF de Kunst volgens eigen zeggen meer dan een miljoen kinder-cd’s in Nederland verkocht.

In hun voetspoor volgen andere popmusici – al legt de meerderheid zich nog altijd sporadisch op het kinderlied toe. Dat heeft inmiddels een aantal vermakelijke nummers opgeleverd. Zo circuleert er van de Belgische groep Vive La Fête een Franstalige electroversie van Hop Paardje Hop, en van het eveneens Belgische Maskesmachine het dromerige Lief Chineesje.

De redenen voor het maken van kinderliedjes zijn divers. De artiesten die het eenmalig doen, vinden het vooral leuk. De muzikanten die zich op kinderpop toeleggen, hebben daarnaast ook andere motieven. Sommige bands zijn over hun top heen (Pater Moeskroen scoorde in 1991 zijn enige en dus laatste hit, Roodkapje) of hebben die top net niet gehaald (Les Zazous). Zij gaan op zoek naar een andere, alternatieve afzetmarkt. En, toeval of niet, de rockers die kinderliedjes gaan maken, zitten meestal op dat moment zelf in de kleine kinderen.

Kinderpop is dus big business. Vorig jaar werden er in Nederlandse winkels 645.000 cd’s en dvd’s met kindermuziek verkocht, met een bijbehorende omzet van een krappe vijf miljoen euro, bijna 4 procent meer dan in 2006, zo blijkt uit cijfers van marktonderzoekbureau GfK Benelux.

Toch, benadrukken zowel Jan van der Plas als Marcel Sophie van Cowboy Billie Boem, is schrijven voor kinderen vooral leuk. Van der Plas: „Er zijn geen regels, geen stijlvoorschriften. Je kunt precies de tekst volgen: gaat de muis de trap op, dan gaat de muziek omhoog en andersom.” Kinderen hoeven ook niet te leren van liedjes, vindt zijn vrouw Didi. „Een liedje over de ozonlaag zal ik niet zo snel schrijven”, zegt ze. „Zitten die kinderen al niet de hele week op school?” Wel moeten de liedjes melodieus zijn. Want, weet Sophie: „Kinderen zijn gevoelig voor melodie en herhaling.”

Maar naast alle overeenkomsten tussen ‘grote’ en ‘kleine’ pop zijn er ook verschillen. Die gaan vooral over de manier waarop de muziek aan de man wordt gebracht. De Easy Aloha’s verkopen hun cd met bijbehorend boekje in de boekhandel; Cowboy Billie Boem verkoopt zijn albums vooral na afloop van de optredens; DD Company van het echtpaar Van der Plas slijt zijn cd’s via hotelketens, campings en vakantieparken. In alle gevallen vermijden ze de reguliere platenwinkel.

„Ben je wel eens met een kind in een cd-winkel geweest?” vraagt Van der Plas. „Bij binnenkomst slaat hij zijn handen over de oren omdat de muziek zo hard staat. En dan kan hij ook nog eens niet bij de cd’s, want het rek hangt zó hoog.”

Op campings en in hotels gaat dat anders. Daar organiseert de leiding ‘minidisco’ – niet zelden op de muziek van Van der Plas. „En dan moeten pappa en mamma aan het einde van de vakantie wel heel sterk in hun schoenen staan om, met een reis van twee uur of langer voor de boeg, niet met een cd het vakantiepark af te rijden”, zegt hij.

Popmuzikanten mogen dan vaker kinderliedjes spelen, popzalen maken de ommezwaai minder makkelijk. Joy Arpots, programmeur bij het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg, kent de problemen. Continuïteit is belangrijk, zegt hij. „Zet op iedere eerste zondag van de maand een kinderact neer. Dan weten de ouders dat ze die dag bij je terecht kunnen.”

Er zijn meer valkuilen. Zalen die niets om het concert heen regelen: „Dan is het kind al verveeld voor het concert is begonnen.” Maar wie zijn zaken regelt, kan volle zalen trekken. De kinderprogramma’s van Vredenburg zijn het eerst uitverkocht, aldus Arpots.

En toch; onvermijdelijk komt het moment dat Cowboy Billie Boem en zijn banaan in Afrika hebben afgedaan. Dan trekt Britney Spears de aandacht. Wat er dan gebeurt met de handtekeningen ? Die belanden in de vuilnisbak. Of in een doos op zolder. Waar ze langzaam vergelen.

    • Yaël Vinckx