Overlast

De omwonenden van het Anne Frank Huis aan de Prinsengracht in Amsterdam zijn niet altijd te benijden. Op drukke dagen staat er vaak een lange rij wachtende bezoekers, die om de hoek van het gebouw langs de huizen krult tot in de richting van de Keizersgracht. Omdat de wachttijden – gemiddeld tien minuten – op zulke dagen kunnen oplopen tot een uur, ontstaat er overlast. Hangende, rumoerige toeristen, lawaai van taxi’s en lossende vrachtauto’s.

Als toevallige passant sta je daar niet zo bij stil. Je raakt eerder vervuld van enige trots dat al die toeristen – nu al een miljoen per jaar – naar deze belangrijke plek komen. Ik zag die rijen dus wel, maar de frustraties van de omwonenden kende ik niet. Todat ik gisteravond een informatiebijeenkomst voor de buurt bezocht. Ze werd in het Anne Frank Huis gehouden door het stadsdeel Centrum. Een zaaltje met keurige, mondige burgers die zich niet de kaas van het brood lieten eten door de autoriteiten aan gene zijde van de tafel.

Het stadsdeel heeft een oplossing bedacht: de Westermarkt zal aan de kant van de Prinsengracht bij wijze van proef met hekken worden afgesloten. De rij wachtenden gaat dan niet meer dicht langs de huizen van de Westermarkt, maar via de rijweg en langs de blinde muur van café Het Werck.

Iedereen blij? Nou nee.

Een foto van de hekken circuleerde door de zaal. Het bleken rood-witte, ontsierende gevaartes.

„Heel lelijk!” riepen mensen. En: „Waarom geen verzonken paaltjes?”

„Voor de proef hebben wij dit gekozen”, zei de rayonmanager van de gemeente.

„Gek dat de buurt niets in te brengen heeft”, riep een mevrouw.

„Die paaltjes zijn te duur”, zei de rayonmanager.

Dat is een argument dat op zulke avonden beter niet gebruikt kan worden door de gemeentelijke autoriteiten. „Dat Anne Frank Huis bulkt van het geld, die kunnen best meebetalen”, vonden enkele bewoners.

„Zullen we om de beurt praten?” vroeg de rayonmanager.

Zo ging het zo’n anderhalf uur door. Over de stoep langs het Huis die gevaarlijk smal is, over het ontbreken van toiletten buiten het Huis, zodat wachtenden tegen gevels gaan plassen, over de vermeende laksheid van het Huis om via internet tickets te verkopen.

Sommige bezwaren klonken flauw, andere leken gerechtvaardigd. Die toiletten bijvoorbeeld – dat moet toch mogelijk zijn?

Directeur Westra van het Anne Frank Huis vertelde me dat er jaarlijks nog maar 200.000 bezoekers waren toen hij er in de jaren zeventig kwam werken. Hoe moet dat in deze dichtbevolkte buurt als er straks twee miljoen mensen komen, vroeg ik. Die komen er niet, bezwoer hij me, 1,2 miljoen is de bovengrens, méér kan het Huis er niet verwerken.

Heel voorzichtig ben ik nog even over ‘de boom in de achtertuin’ begonnen, maar gemeente en Anne Frank Huis wachten in deze zaak rustig af. De boomsympathisanten, verenigd in de stichting Support Anne Frank Tree, moeten op eigen kosten – zo’n 70.000 euro – vóór eind mei een veilige constructie voor het behoud van de boom uitgevoerd hebben. Lukt dat niet, dan wordt de boom alsnog gekapt. „En je zult zien, dan komt er op die plaats een terras”, zei een buurtbewoner me. „Nee”, zei de rayonmanager, „daar komt nóóit een terras.”