Ontheemd in Palm Beach

Het feestje bij Société Générale kon natuurlijk dit keer niet doorgaan. De bedrijfstop van de bank reist al jaren naar Manhattan. Er wordt een grote zaal gehuurd en de beurshandelaren van SocGen doen vervolgens met hun bazen een groot simulatiespel. Ze doen dan een wedstrijdje, zoiets als karten en steengrillen bij een bedrijfsuitje zeg maar. Maar dan toch weer anders. Want SocGen is groot in de derivatenhandel. Wat die dekselse jongelui van de dealing room allemaal construeren, gaat de leiding weliswaar boven de pet, maar er zijn miljarden mee verdiend. Het feestje is het jaarlijkse uitroepteken achter een geslaagde verandering van de bedrijfscultuur: jong, dynamisch en bovenal agressief zijn de trefwoorden. Manhattan, here we come.

Dat ging dus niet dit keer want een 31-jarige tweederangs employé Jérôme Kerviel – die hoorde er niet echt bij daar in Manhattan – had de bank in zijn eentje een paar miljard lichter gemaakt.

In de wereld van het grootkapitaal is in korte tijd enorm veel veranderd. Zolang je niet door Amerika rijdt, blijft dat allemaal een beetje exotisch en abstract. Alleen daar staan al die bordjes ‘te koop’ in de tuin en alleen daar heeft iedereen het erover. Als je huis ineens een kwart minder waard blijkt dan worden dingen heel concreet.

Er is iets ernstigs aan de hand, zoveel lijkt zeker. Maar in de analyses en de oordelen ontbreekt nog samenhang. Er is een school van rationele economen, voor wie het simpel is: we zijn getuige geweest van een innovatie in de financiële sector, d.w.z. de verhandelbaarheid van risico’s is dramatisch vergroot. Zoiets bevordert de welvaart, maar inherent aan innovaties zijn nu eenmaal ook missers. Robeco-econoom Lex Hoogduin (Opinie & Debat, 8 maart ) was in Nederland een aardig voorbeeld van deze school: opruimen van de rotzooi kost geld, maar per saldo zijn we beter af.

Amerikaanse beleidseconomen wijzen vooral naar Bush en zijn trawanten. Zij verlaagden aan het begin van hun bewind dramatisch de belastingen, vooral voor de rijken onder het roemruchte motto van Dick Cheney: „We hebben gewonnen, dus we hebben recht op dat geld”. Dat geld ging niet rechtstreeks naar consumptie – wat moet je ermee als je al genoeg hebt? Het leidde tot een berg overtolligheid op zoek naar rendement. Los van de ordinair-politieke motivatie lag er ook een verkeerde analyse aan deze belastingverlaging ten grondslag: er was na de internetkrach helemaal geen tekort aan productiecapaciteit in de industrie, maar slechts onderbezetting. Extra geld zoekt dan zijn weg niet in innovatie en investering, het maakt alleen dingen duurder die je niet kunt invoeren: huizen, de onroerend goed bubble.

Je kunt deze bankencrisis ook als symptoom van een veel bredere Amerikaanse crisis opvatten. De grootmacht blijft hardnekkig boven zijn stand leven – met dank aan China. Zo beschouwd is het absurd dat de Amerikaanse overheid – Democraten en Republikeinen – nu een miljardeninjectie geven om het volk weer aan het consumeren te krijgen. Want bij dat consumeren ligt nou juist het probleem. De altijd scherpzinnige baas van Morgan Stanley in Azië, Stephen Roach, meldt vanuit Hongkong hoofdschuddend: „Doordrenkt met verdringing en met de kippigheid van een verkiezingsjaar blijft Washington blind voor de voor ons liggende gevaren.” Zijn devies: steek het belastinggeld in verbetering van de exportpositie en van de krakkemikkige infrastructuur.

Nog een stap verder, maar al helemaal taboe onder presidentskandidaten, is de vaststelling dat we getuige zijn van overgangsgekraak, waarbij financieel-economische machtsverhoudingen in korte tijd fundamenteel verschuiven van het Westen naar het Oosten en naar de olielanden. Aziatische en Arabische grootaandeelhouders zitten plotseling op de eerste rij – nog een beetje verlegen en onwennig, maar dat zal op een gegeven moment wel overgaan.

Al helemaal buiten de Amerikaanse hoofdstroom liggen de analyses die kortweg de verloedering van een heel stelsel waarnemen. De vroegere speculant en huidige filantroop George Soros laat dit geluid bijvoorbeeld horen. Banken die op jacht naar miljarden hun verantwoordelijkheidsgevoel zijn kwijtgeraakt, whizzkids die hun talenten verspillen met casino-algoritmes om de buit binnen te halen. De meest recente absurditeit in deze sector, opgevist door Henry Hu van Texas University: bepaalde aandeelhouders met de passende credit default swaps hebben er belang bij dat het bedrijf waarvan ze aandelen bezitten, failliet gaat. Het zijn ingewikkelde constructies maar beschouw het als je huis in brand steken en van twee brandverzekeringen het volle pond ontvangen. Legaal.

Maar wat zegt het een kiezer dat de Amerikaanse centrale bank weer 200 miljard dollar „in het systeem” heeft gepompt? Of een omvallende gigant als Bear Stearns met lijm ter waarde van 30 miljard aan een andere bank heeft geplakt, zoals eergisteren?

Dan spreken die drie net ontslagen bankiers meer tot de verbeelding die in een hoorzitting in Washington kwamen uitleggen waarom hun salarissen en bonussen vele honderden miljoenen moeten bedragen en dat het nu eenmaal gebruikelijk is dat je aan de bancaire top wint bij succes en wint bij falen: win-win dus. Intrigerend genoeg vertelden ze alle drie omstandig dat ze in heel bescheiden omstandigheden waren opgegroeid. Alsof ze moesten bewijzen dat ze niet geheel en al vervreemd en onthecht van hun eigen maatschappij waren geraakt. Ze doen aan liefdadigheid. Wie trouwens een aantal miljoenen per jaar weggeeft, kan in Palm Beach altijd deelnemen aan het Charity Glamour and Golf tournooi. Weldoeners onder elkaar, ver weg van de wereld.

Kortom, waar zijn we getuige van? Tragische verdringing, De Grote Verschuiving in de wereld, systeemverloedering of gewoon een technische edoch heilzame oneffenheid?

Reageren kan via nrc.nl/knapen (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie).

    • Ben Knapen