Nooit meer zeulen met de filmblikken

De ontwikkeling van digitale filmprojectie in de bioscoop gaat in de Verenigde Staten plotseling heel snel. Maar in Nederland loeren de marktpartijen naar elkaar.

Vorige week maakten vier grote Hollywoodstudio’s bekend dat dit jaar maar liefst 10.000 filmzalen in de Verenigde Staten geschikt zullen worden gemaakt voor digitale filmvertoningen, bovenop de ruim 4.000 die er nu al zijn. Het gaat plotseling snel met de opmars van digitale cinema. Was een half jaar geleden nog maar 9,1 procent van de Amerikaanse bioscopen geschikt om films digitaal te projecteren, nu is de verwachting dat eind 2010 de helft van de bioscopen digitaal is.

De kosten om de 10.000 zalen digitaal te maken, bedragen 700 miljoen dollar, een flinke investering. De Hollywoodstudio’s zijn hier graag toe bereid, want in de geconverteerde zalen kunnen ook 3D-films digitaal worden vertoond worden. De studio’s zien 3D als de grootste melkkoe van de toekomst.

Nederland blijft vooralsnog achterlopen. Volgens de meest recente cijfers zijn er 31 filmzalen die digitaal kunnen draaien. Dan gaat het over apparatuur die voldoet aan de nieuwste technische eisen. Daarnaast bestaat er nog CinemaNet Nederland, waarvan het al iets verouderde digitale netwerk in 27 filmhuizen staat opgesteld. Hiermee worden vooral documentaires gedraaid die bij distributeur Cinema Delicatessen vandaan komen, zoals Faces en Heimatklänge.

Wat zijn nu eigenlijk de voordelen van digitale cinema? Tests waarin een film tegelijkertijd digitaal en via een ‘ouderwetse’ filmprojector op een doek werden vertoond, laten zien dat analoge filmprojectie niet meer superieur is aan digitale, wat nostalgisch ingestelde filmpuristen en celluloidverslaafden ook mogen beweren. Eén van de grote voordelen van digitale cinema zijn de lagere kosten van het kopiëren. Het maken van een digitale master (de moederkopie) is nog wel behoorlijk prijzig, maar daarna kan vrij goedkoop en zonder kwaliteitsverlies worden gekopieerd. En waar een analoge filmkopie groot en zwaar is, daar komt de digitale kopie als compacte harddisk, of zelfs via de ADSL-telefoonlijn bij de bioscoop binnen. De transportkosten zijn dus veel lager. Maar ook de toeschouwer kan baat hebben bij digitale projectie. Een digitale film heeft geen krasjes, is haarscherp en beweegt niet.

Digitale technologie leidt op kleine schaal al tot verbreding van het bioscoopaanbod. Zo gaat De Nederlandse Opera een aantal van zijn producties digitaal vertonen in filmtheaters, kun je al voorzichtig games spelen in de bioscoop en denkt Pathé er over om de Formule 1-races te gaan programmeren. Maar het belangrijkste argument om bioscoopexploitanten over de streep te trekken is de mogelijkheid van 3D-films. Omdat een bioscoopkaartje voor een 3D-film een paar euro duurder is, moet de bezoeker zo meebetalen aan het terugverdienen van de investering van de bioscoopeigenaar.

Toch heerst er in de Nederlandse bioscoopwereld een afwachtende houding, zo blijkt uit een rondgang. Een klassieke kip-ei-situatie vormt het grootste obstakel. Distributeurs leveren hun films nog niet digitaal aan, omdat er nog te weinig filmtheaters geschikt zijn om ze te draaien. Bioscopen wachten met investeren in digitale apparatuur tot het aanbod digitale films groter is.

En dan is er de kwestie van de kosten. Bioscoopeigenaren moeten flink investeren in nieuwe digitale apparatuur (minimaal zo’n 55.000 euro per zaal), terwijl de kosten voor de distributeur, door de lagere prijs van filmkopieën, alleen maar afnemen. Daarom onderhandelen beide partijen. Zou een distributeur bijvoorbeeld niet kunnen bijdragen aan het mogelijk maken van digitale vertoning van zijn film?

Peter Isaak, directeur van bioscoopketen Utopolis, onderstreept dat er nog een ‘afwachtende houding’ heerst bij distributeurs en exploitanten: „De vraag is nog steeds wie wat betaalt.” Kees Ryninks van CinemaNet Nederland is positief over de toekomst, ondanks de internationale kredietcrisis die ook de wereld van de digitale cinema in zijn greep heeft. Hij verklaart te streven naar een ‘big bang’. Ryninks wil eind 2008 120 doeken in filmhuizen digitaal hebben, twee in elk theater. Volgens hem is het zaak om nu de omslag te bewerkstelligen: „Als het te langzaam gaat, moeten distributeurs straks drie à vier jaar dubbel werk doen en zowel digitale als analoge filmkopieën aan theaters leveren. Dat is natuurlijk veel te duur.” Henk Camping, directeur van filmtheater ’t Hoogt in Utrecht wacht ook nog af, maar zegt hij: „Het komt, hoe dan ook.”