Kluizenaar op een boekenberg

Boudewijn Büch raakte verwikkeld in het web van zijn eigen fantasieën.

Een documentaire over zijn leven – vanavond op tv – is bepaald geen eerbetoon.

Boudewijn was scheppende terwijl hij vertelde over zijn leven, zegt Adriaan van Dis in de film die Coen Verbraak maakte over Boudewijn Maria Ignatius Büch (1949-2002). De typering van Van Dis geeft de tragiek van de geportretteerde dichter, schrijver en tv-maker goed weer. Büch creëerde zijn eigen biografie, om die in fictie om te zetten. Een ingewikkeld creatief proces dat soms hartstochtelijke literatuur opleverde, maar waaraan zijn directe omgeving vaak ook moest geloven. Büch hield er hevige vriendschappen op na, die even bruusk ophielden als ze begonnen waren. Nu weten die vrienden waarom: hij sloeg op de vlucht zodra hij ontmaskerd dreigde te worden.

In Boudewijn Büch – de dichter, de dodo en het demasqué vertelt Verbraak overigens niets nieuws. Eerder schreef Rudie Kagie een demystificatie van Büch en schetsten ook Frans Mouws en Harry G.M. Prick een ontluisterend beeld. Blijkbaar appelleert het ontmaskeren van een fantast aan een zekere sensatiezucht. En zoals in het sprookje van de kledingloze keizer wordt het volk niet graag bij de neus genomen. In de film wordt Büch dan ook niet altijd in even fraaie bewoordingen neergezet. Goed, je kon enorm met hem lachen, hij was inspirerend en absorbeerde en ventileerde een enorme hoeveelheid kennis.

Maar al snel komt in de film het demasqué op gang. Büch vertelde aan ieder die het maar horen wilde dat zijn Duitse vader in de Tweede Wereldoorlog als vliegenier zijn eigen stad moest bombarderen en later zelfmoord pleegde. Niets van waar. Evenmin als de miljoenenerfenis die zijn vader naliet. Büch gaf zich in Leiden uit voor een in twee vakken afgestudeerde doctorandus. Toen al verzamelde hij op grote schaal boeken, maar de rekeningen bleven onbetaald. Na zijn faillissement lapte een aantal vrienden maandelijks een vast bedrag, opdat Büch in zijn levensonderhoud kon voorzien.

In Het Dolhuis beschrijft Büch een katholiek krankzinnigengesticht, waar hij als kind een jaar zou hebben verbleven. In interviews bekrachtigde hij de authenticiteit van dit verslag. In werkelijkheid verbleef Büch vijf weken in een vakantiekolonie. Het meest tergende relaas is dat van Büchs ‘zoontje’, dat voor het boek en de gelijknamige film De kleine blonde dood model stond. De schrijver betrok zijn beste vrienden bij zijn verdriet over diens nakende dood. Het jongetje was in werkelijkheid niet alleen Büchs zoontje niet, hij is bovendien nog altijd springlevend. Ook de pedo- dan wel homoseksualiteit waarmee Büch koketteerde, zo blijkt in de film, berust op fantasie. Bij Büchs belezenheid worden eveneens vraagtekens geplaatst: hij was dan wel bibliofiel, maar een échte Goethekenner? Het proza en de poëzie van Büch worden in de film door de schrijvers Van Dis, Komrij en ’t Hart genadeloos gemarginaliseerd. En Büchs televisiefaam berustte evenmin op iets. Komrij: „Je kan beroemd op de televisie worden zonder iets te kunnen.’’

Boudewijn Büch maakte een kunstwerk van zijn leven, luidt de conclusie van deze film, maar was in werkelijkheid diep ongelukkig. Verscheidene vrienden en vriendinnen noemen zijn eenzaamheid, die nog eens extra schrijnend werd door de oorzaak daarvan: hij was verwikkeld geraakt in het web van zijn eigen fantasieën. Büch veroorzaakte conflicten met ieder die te nabij kwam en werd een kluizenaar op zijn verzamelde boekenberg. Toen na dertien jaar zijn reisprogramma bij de VARA stopte, was het isolement compleet. Hij vertoonde zich alleen nog aan de buitenwereld in het programma Barend en Van Dorp. In de film zien we hem er met zijn handschoentjes aan een oud boek aanprijzen. Drie dagen later stierf hij, lezend in Krankheit und Wirkung van Friedrich Nietzsche.

Boudewijn Büch – de dichter, de dodo en het demasqué is niet bepaald een eerbetoon van de VARA aan haar jong gestorven coryfee. Dat hoeft ook niet, in de opzet die in de titel ligt besloten is Verbraak uitstekend geslaagd. Deze ontmaskering heeft wel tot gevolg dat een eenzijdig beeld wordt geschetst van een man die waarachtig wel meer was dan een aartsleugenaar. De nadruk ligt sterk op de mensen die bedrogen zijn en daar niet altijd zonder wrok op terugblikken. Naar een verklaring voor Büchs dwangmatig fictionaliseren wordt niet eens gezocht. Er ontbreken bovendien enkele sleutelfiguren die zich nog altijd liefdevol over Büch uitlaten.

De film laat een fragment zien uit een interview met Theo van Gogh, die Büch expliciet vraagt naar het waarheidsgehalte van De kleine blonde dood. We zien Büch nerveus wat verbale omtrekkende bewegingen maken. Met de keuze van dit fragment suggereert de filmmaker dat Van Gogh op dat moment Büch lelijk in het nauw bracht. Het vervolg, dat Verbraak niet laat zien, staat te lezen in Van Goghs bundel Een prettig gesprek. Büch: „Ik zou het een buitengewoon groot compliment hebben gevonden als mensen hadden gezegd: Dat iemand zo’n prachtig boek kan verzinnen! Maar nee, omdat je van de tv bent, moet er ook een werkelijkheid achterzitten”. Een mooi voorbeeld van het curieuze spel dat Büch met de werkelijkheid speelde. Maar dat hoorde blijkbaar in dit demasqué niet thuis.

Kijk vanavond naar Büch op, Nederland 2 vanaf 22.55 uur