Keniaans parlement maakt weg vrij voor machtsdeling

Het parlement van Kenia heeft gisteren wetgeving goedgekeurd die nodig was om de voorgenomen machtsdeling tussen de regering en de oppositie mogelijk te maken. President Mwai Kibaki zal naar verwachting binnen enkele dagen een nieuw kabinet presenteren, mét leden van de oppositie.

De machtsdeling is bedoeld om het herstel van Kenia te bevorderen, bijna drie maanden nadat omstreden presidentsverkiezingen uitmondden in hevig geweld tussen aanhangers van regering en oppositie. Beide partijen kwamen vorige maand, onder zware internationale druk, overeen een coalitieregering te vormen. De goedkeuring door het parlement, dat gelijkelijk verdeeld is tussen regerings- en oppositiepartijen, gold als een formaliteit.

Door de amendering van gisteren voorziet de grondwet nu in de functie van minister-president, een positie die ingenomen zal worden door oppositieleider Raila Odinga. Bovendien mogen regeringspartij PNU en oppositiepartij ODM beide een vicepremier leveren.

Voorts nam het parlement de tekst van het verzoeningsakkoord van vorige maand aan. De tekst bepaalt dat de coalitie zal worden ontbonden als een van beide partijen uit de regering stapt. Er wordt niets gezegd over nieuwe verkiezingen in het geval de coalitie uiteenvalt.

De parlementaire zitting werd rechtstreeks uitgezonden op televisie. Kenia’s grootste dagblad, The Daily Nation, sprak vanochtend van „een historische dag voor Kenia”.

Waarnemers waarschuwen echter dat de machtsdeling ook potentiële conflictstof bevat. PNU en ODM moeten het nog eens worden over de precieze verantwoordelijkheden van de nieuwe premier. De oppositie wil deze meer bevoegdheden geven dan de regering.

Bovendien moeten PNU en ODM het eens worden over een evenredige verdeling van de kabinetsposten. Daarna wacht de aangekondigde hervorming van de grondwet, bedoeld om onderliggende problemen van het recente conflict – zoals landbezit – op te lossen. Afgesproken is dat er binnen een jaar een nieuwe grondwet moet liggen. (Reuters, AP, BBC)