In de Gazastrook leven de christenen in angst

Na een serie aanslagen en bedreigingen leeft de kleine christelijke gemeenschap van de Gazastrook in angst. „We zijn voor onze veiligheid aan Hamas overgeleverd.”

In de ontvangstkamer van de 1.600 jaar oude Grieks-orthodoxe St. Porphyrius-kerk ontvangt vader Artemios drie agenten van de moslimfundamentalistische Hamasbeweging. Ze praten over de recente bedreigingen tegen de christelijke minderheid van de Gazastrook. Artemios in zwarte jurk en ketting met kruis op de borst, de Hamasagenten met de kalasjnikov nonchalant over hun schouder. De kerk krijgt 24-uursbewaking van een Hamaspatrouille, maar Artemios is er niet gerust op.

In de afgelopen maanden zijn christenen en christelijke symbolen het doelwit geworden van aanslagen in de Gazastrook. Eind februari kreeg de baptistenkerk bezoek van onbekende mannen die de uitlevering van zes christenen eisten. Alle zes leven sindsdien ondergedoken. Twee weken daarvoor was er een aanslag op het christelijke jongerencentrum YMCA. In januari was de Amerikaanse school doelwit en in oktober vorig jaar werd de boekhandelaar van de enige christelijke boekwinkel vermoord. Een half jaar eerder was die boekwinkel al getroffen door een brandbom.

„Het wordt met de dag moeilijker om de mensen gerust te stellen”, zegt vader Artemios wanneer de agenten zijn vertrokken. De Gazastrook telt slechts 3.500 christenen op een bevolking van anderhalf miljoen Palestijnen. Vijftien jaar geleden waren dat er nog 8.000. „We kunnen onszelf niet verdedigen. Daarom zijn we aan Hamas overgeleverd, of we dat nou leuk vinden of niet. Het is hun taak als machthebbers om de minderheden te beschermen.”

Hamas – de winnaar van de Palestijnse verkiezingen in 2006 – verdreef de Palestijnse Autoriteit in juni vorig jaar uit de Gazastrook. President Mahmoud Abbas heeft sindsdien op de bezette Westelijke Jordaanoever een nieuwe regering gevormd, maar die heeft in de Gazastrook vrijwel niets te vertellen.

„Ik weet niet of Hamas oprecht is wanneer ze beloven dat ze ons zullen beschermen”, zegt vader Artemios. „Misschien doen ze alleen alsof, maar tot dusver hebben ze wel enig gevoel voor verantwoordelijkheid getoond. Ze weten dat een aanval op de christenen internationale gevolgen kan hebben. Als ze een christelijke crimineel oppakken, zijn ze zelfs voorzichtiger dan bij een moslim.”

In de bibliotheek van de YMCA is het nog altijd een ravage. Tussen het puin op de grond liggen de resten van encyclopedieën, woordenboeken, lesboeken, kinderboeken en schriften. Aan de muur hangt een beschadigde afbeelding van de Heilige Maria.

Eissa Saba (48) wil er eigenlijk niet meer over praten. Hij is al 24 jaar directeur van de YMCA dat zich 55 jaar geleden vestigde in de Gazastrook. Hij is doodmoe van alle stemmingmakerij. „Het heeft niets met religieuze spanningen te maken”, zegt hij. De faciliteiten werden veel gebruikt door studenten van de islamitische universiteit. Allerlei maatschappelijke organisaties zijn het doelwit, meent hij. „Iedereen – moslim of christen – die het volk vooruit probeert te helpen met sport, cultuur en onderwijs is potentieel doelwit.”

Toch zit de schrik er vooral bij de christenen goed in. Na de mis in de rooms-katholieke kerk in het oude stadsdeel Al-Zaitoun praten de mensen nergens anders over. „Natuurlijk zijn we bang. Vind je het gek, ze willen ons allemaal vermoorden”, zegt een andere Eissa (36), eigenaar van een kledingzaak, wanneer hij de kerk uitkomt. Voor de poort houdt een patrouilleauto met Hamaspolitie de wacht. „We weten niet wie achter de aanslagen zit, maar ze hebben het wel specifiek op ons gemunt.”

Nada (30), een secretaresse op een nabijgelegen middelbare school, zegt dat de relatie tussen christenen en moslims in de Gazastrook altijd goed is geweest. „Maar sinds de aanval op de YMCA leven we in angst. We lezen op internet dat alle christenen in de Gazastrook uit de weg geruimd moeten worden.”

Hoewel de recente aanslagen op christelijke doelwitten in sommige media als Hamasoperaties zijn bestempeld, gelooft geen van de ondervraagden daar ook maar iets van. Hamas heeft de aanvallen juist scherp veroordeeld.

„Iedereen – ook christenen, hulpverleners en buitenlandse journalisten – kan op bescherming van Hamas rekenen”, zegt Yusuf Zahar, hoofd van de politie in Gazastad tijdens een gesprek in zijn kantoor. Volgens hem zijn de aanslagen bedoeld om de positie van Hamas te ondermijnen. „Ze proberen ons te provoceren door de stabiliteit van onze samenleving te verstoren. Het heeft niets met religie te maken.”

Maar wie zijn de daders? Vrijwel iedereen in de Gazastrook verdenkt Gish al-Islam (het Islamitisch Leger), de jihadistische militie van Mumtaz Dogmush, een berucht clanhoofd, die de Britse BBC-journalist Alan Johnston vorig jaar vier maanden lang gijzelde. „En ik zou niet verbaasd zijn als Ramallah de opdrachtgever is”, zegt Zahar verwijzend naar de zetel van president Abbas op de Westelijke Jordaanoever.

Gevraagd naar bewijzen zegt Zahar niet in details te kunnen treden zolang het politieonderzoek nog voortduurt. Maar Hamas-kopstukken voorspellen een groot offensief tegen Gish al-Islam. „We moeten voor eens en altijd een eind maken aan deze misdadigers”, aldus Ahmed Yusuf, en Hamasadviseur. „We kunnen niet toelaten dat ze in opdracht van intriganten de Gazastrook afschilderen als het Donkere Rijk.”

„Liever vandaag dan morgen, het probleem moet met wortel en al worden uitgeroeid”, zegt vader Artemios weinig vergevingsgezind. Ook hij gelooft dat de aanslagen zijn bedoeld om Hamas in verlegenheid te brengen. Maar hij maakt zich geen illusies over de houding van de machthebbers in de Gazastrook. Aan de oude zandstenen muur achter hem hangt een portret van wijlen PLO-leider Yasser Arafat: „Hij hield tenminste oprecht van ons.”