Huidige crisis lijkt op die van 1970

De reddingsactie van JP Morgan voor de financiële markten lijkt op die van een eeuw geleden, toen de industrieel en bankier J.P. Morgan Wall Street-bankiers en het Amerikaanse ministerie van Financiën bijeenbracht om in nood verkerende financiële instellingen te redden. Maar de huidige problemen hebben meer weg van de crisis onder de zakenbanken uit 1970 dan van de paniek in 1907. Eind jaren zestig leidden de toenemende dwarsverbanden tussen grote zakenbanken er net als nu toe dat geen enkele bank ‘het zich kon veroorloven failliet te gaan’. In 1970 zorgden de nog maar gedeeltelijk geïntroduceerde computersystemen voor een ware barrage aan mislukte transacties, waardoor het onmogelijk werd de onderlinge verplichtingen van de zakenbanken op waarde te schatten. In 2008 hebben de derivatenmarkten een soortgelijk ondoordringbaar netwerk van verplichtingen opgeleverd.

De crisis van 1970 kwam voort uit de gebrekkige invoering van computergestuurde backofficesystemen op Wall Street. De handelsvolumes bereikten in 1968/69 recordniveaus, en de zakenbanken met een zwak management of een minder geavanceerde technologie konden het tempo niet bijbenen. In sommige gevallen werden handmatige systemen al overboord gezet nog vóórdat de nieuwe, geautomatiseerde systemen goed en wel getest waren. Als gevolg daarvan nam het aantal ‘mislukte’ transacties, waarbij twee zakenbanken het niet eens konden worden over de details, hand over hand toe. Toen begin 1970 de aandelenkoersen daalden, zorgde het netwerk van onopgeloste handelsverplichtingen in samenhang met een daling van het beschikbare kapitaal voor problemen.

Maar omdat alles zo met elkaar vervlochten was, konden grote zakenbanken geen surséance van betaling aanvragen, omdat het in gebreke blijven bij de interbancaire verplichtingen een systeemcrisis zou kunnen veroorzaken. Daarom fuseerden ze, of gingen ze op zoek naar nieuw kapitaal. Uiteindelijk kostte het slechts zo’n 200 miljoen dollar – grofweg 3 miljard dollar in hedendaagse dollars – om ze in veilige haven te brengen. Bovendien werd destijds nog met vaste vergoedingen gewerkt, zodat de zakenbanken een beroep konden doen op kleine beleggers om een ‘crisisfonds’ aan te vullen. Niettemin gingen drie van de tien grootste zakenbanken kopje onder.

Waarschijnlijk functioneren de computersystemen van Bear Stearns naar behoren. Maar het netwerk van derivatenverplichtingen, met name de credit default swaps (een soort kredietverzekeringen), tussen Bear Stearns en zijn tegenspelers, is nog gevaarlijker dan het handelsnetwerk van 1970, omdat het tegenwoordig vooral is opgebouwd uit langetermijnverplichtingen. Bovendien is het lastig om veel derivaten op waarde te schatten, zodat er nog steeds grote verplichtingen kunnen bestaan tussen partijen die in de veronderstelling verkeerden dat hun transacties waren afgehandeld.

Ross Perot verloor 100 miljoen dollar, bijna de helft van zijn fortuin, als gevolg van zijn poging om DuPont Glore Forgan te redden. Soortgelijke, maar veel grotere reddingsacties vandaag de dag zullen niet slechts een paar excentrieke miljardairs in de portemonnee treffen, maar de hele Amerikaanse economie.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com

    • Martin Hutchinson