Goed idee hoor, kernenergie

Ingenieur Dekker schreef gisteren op deze pagina dat het afvalprobleem van kernenergie hanteerbaar is.

Ik ben benieuwd hoe hij bij die conclusie is aanbeland.

Illustratie Daisy Erades Erades, Daisy

Het is goed dat er weer meer over kernenergie wordt gedebatteerd. De uitdagingen zijn groot en Tsjernobyl is lang geleden. De perikelen rond het SER-advies van de afgelopen week lieten zien hoe verdeeld en gepolariseerd er gedacht wordt over de toekomst van kernenergie. Juist in zo’n situatie is het van belang dat het debat verder wordt gebracht op grond van rationele overwegingen, met logische argumenten.

Ik was dan ook verbaasd toen ik het artikel las van ir. Bert Dekker van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs KIVI-NIRIA getiteld ‘Alleen struisvogels mijden kernenergie’ (nrc.next, 18 maart). Mij lijkt dat ingenieurs uitgaan van de maakbaarheid van de samenleving, van de kracht van techniek en innovatie. Maar achter elkaar worden zaken als besparing, efficiency en duurzame bronnen afgeserveerd als onhaalbaar, te ingewikkeld en te duur. Al lezend was ik even bang dat het KIVI zou aankondigen zichzelf op te heffen vanuit de gedachte dat het toch niets meer kan doen. Maar gelukkig was daar nog kernenergie, al zestig jaar de vluchtheuvel voor onze energieproblemen. Even waren we weer terug in de late jaren zeventig van de vorige eeuw toen voorstanders van kernenergie uit de technische hoek ook met een gekleurde selectie, kleine verdraaiingen en leugentjes om bestwil de optie kernenergie bepleitten. Niet altijd geschraagd door feiten, wel met veel gevoel voor pathos en een zekere mate van arrogantie: ‘wij zijn eigenlijk de enigen die het probleem begrijpen en de oplossing zien’.

In plaats van te investeren in duurzame energiebronnen als wind, efficiënte zonsystemen en biomassa zijn we al ruim zestig jaar bezig met atoomcentrales. Wereldwijd zijn er duizenden miljarden euro’s geïnvesteerd in kernenergie, in de zoektocht naar een oplossing voor het afval, in beheersing van het gevaar voor proliferatie, in het beperken van de kans op ongelukken en in het opruimen van de troep als er dan toch weer wat misging. Ondanks die inspanningen en kosten zijn geen van de problemen opgelost. De rapportage van onderzoeks- en consultancybureau NRG/ECN heeft dat glashelder op een rijtje gezet en aangetoond. De huidige generatie reactoren met bijbehorende cyclus is vuil, duur en gevaarlijk. Kernenergie draagt wel degelijk bij aan de uitstoot van broeikasgassen, de huidige manier van uraniumwinning is desastreus voor natuur en gezondheid van grote gebieden en inwoners van landen als Niger, Namibië, Canada, Australië en Kazachstan. De kans op een ongeluk in een nucleaire installatie is misschien kleiner dan in een gemiddelde koekjesfabriek maar ook het KIVI weet heel goed dat de relevantie van het debat over veiligheid schuilt in de notie dat de gevolgen van een ramp met een kerncentrale veel desastreuzer zijn. Des te opmerkelijker is dan ook het pleidooi voor de bouw van kerncentrales van het type waarvan er nu welgeteld één daadwerkelijk in aanbouw is, in Finland. De constructie van die Finse kerncentrale blijkt een enorme uitdaging voor ingenieurs; de bouw is tweeënhalf jaar onderweg en heeft nu al ruim twee jaar vertraging opgelopen, de kosten zijn verdubbeld en de toezichthoudende instanties in Finland twijfelen openlijk aan de veiligheid en betrouwbaarheid van diverse systemen en het reactorvat.

Het afval is misschien wel het grootste bezwaar tegen verdere groei van kernenergie. Er is nog geen oplossing voor het hoogradioactieve afval dat letterlijk duizenden jaren van alles en iedereen geïsoleerd dient te worden opgeborgen. Het KIVI zegt dat er „gezien de ervaringen van de afgelopen decennia” reden is aan te nemen dat we het op gaan lossen. Het vereist heel wat hersengymnastiek om op basis van de geschiedenis en de huidige stand van zaken tot deze conclusie te komen en ik denk dat een realistisch kabinet dan ook de bal moet terugspelen: goed dat de ingenieurs er in geloven, maar ruim dan wel eerst even alle oude troep op voordat je nieuwe gaat maken.

Peer de Rijk is directeur van milieuorganisatie World Information Service on Energy (WISE).

Meer over WISE op de site tegenstroom.nl