Fed verlaagt rente met 0,75 procentpunt

Het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Federal Reserve, heeft gisteren het belangrijkste rentetarief fors verlaagd. Twee zakenbanken, Lehman Brothers en Goldman Sachs, kwamen met goede cijfers.

Dit zorgde voor een optimistische stemming op de Amerikaanse beurzen gisteren. De Dow-Jonesindex sloot uiteindelijk 3,5 procent hoger. Europa opende vanmorgen ook hoger, maar hernieuwde zorgen over problemen bij met name de Britse bank HBOS deden halverwege de ochtend de stemming omslaan. De Bank of England ontkende dat er sprake zou zijn van problemen bij HBOS, maar het aandeel daalde toch 17 procent. Rond de middag stonden de Europese aandelenbeurzen licht lager, in Londen leed de FTSE 100 een verlies van 1,2 procent.

De Fed voerde gisteren een renteverlaging door van 0,75 procentpunt tot 2,25 procent. Doel is de onrust op de financiële markten over de kredietcrisis weg te nemen. Het is de zesde renteverlaging op rij, waarmee het rentetarief de laagste stand bereikt heeft in ruim drie jaar. „De economische vooruitzichten zijn opnieuw grimmiger geworden”, zo stelde Fed-voorzitter Ben Bernanke in een toelichting. „De financiële markten staan nog steeds onder grote druk. De verscherping van de kredieteisen en de krimp op de huizenmarkt zullen de komende kwartalen waarschijnlijk nog een zware last blijven voor de economie.”

De Federal Reserve sprak daarnaast ook zorg uit over de inflatiegroei. Ook al verwacht de bank dat de vertraagde economische groei prijsstijgingen zal matigen, „de onzekerheid over de inflatieverwachtingen is gestegen. Het is noodzakelijk om deze ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen.”

Twee van de tien bankiers die mochten stemmen over een rente-ingreep hadden liever een „minder agressieve reactie” gezien. Een aantal beleggers hoopte juist op een forsere ingreep. Nadat de Fed dit weekend via een omweg zakenbank Bear Stearns van de ondergang had gered, vermoedden beleggers bij de centrale bank zo veel bezorgdheid dat een renteverlaging van een vol procentpunt gerechtvaardigd zou zijn. Omdat de verlaging daarmee vergeleken tegenviel, daalden koersen direct na de bekendmaking. Ze herstelden zich echter snel. De breedst opgebouwde graadmeter op Wall Street, de S&P 500, sloot 4,2 procent hoger.

Het aandeel van Bear Stearns steeg gisteren met meer dan 50 procent naar ruim 7 dollar. Beleggers gokken erop dat de huidige eigenaren de bank voor meer dan de geboden 2 dollar per aandeel aan JP Morgan Chase zullen verkopen. Zakenbanken Goldman Sachs en Lehman Brothers droegen bij aan dit optimisme, na dagen van forse verliezen. De twee banken maakten bekend dat hun kwartaalwinsten met meer dan de helft zijn gedaald door risicovolle investeringen. Ook moesten zij elk ruim 1 miljard euro afboeken op besmette hypotheekobligaties. Toch waren deze resultaten beter dan verwacht.

Volg het laatste nieuws via nrc.nl/kredietcrisis