Ervaren hulpje van de hulpverlener

Psychiatrische instellingen gebruiken steeds vaker (ex-)patiënten bij de hulpverlening. Ze werken als ‘ervaringsdeskundige’.

Cartoon bij: 'Hulpverlener van de hulpverlener Illustratie Tomas Schats Schats, Tomas

Van 1994 tot 2004 heeft Roland van den Nieuwenhuijzen (45) een sabbatical gehouden. Tenminste, dat staat op zijn cv. „Dat zetten anderen ook op hun cv als ze een jaar vrijaf hebben genomen om aan zelfontplooiing te doen”, zegt hij met een knipoog.

De ‘zelfontplooiing’ van Van den Nieuwenhuijzen bestond uit opnames op psychiatrische afdelingen, behandelingen in de verslavingszorg en het herstellen van psychoses, maar de details houdt hij liever voor zich. Sinds 2004 heeft hij weer een baan. Van den Nieuwenhuijzen is ervaringsdeskundig begeleider bij GGZE, een instelling voor psychosociale en psychiatrische hulpverlening in de regio Eindhoven. Daar geeft hij voorlichting en trainingen en houdt hij herstelgesprekken met cliënten. „Ik vind mijn ervaringen te kostbaar om ze niet te gebruiken”, zegt hij.

Dat vinden ook steeds meer instellingen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Het aantal ervaringsdeskundigen dat in de GGZ werkt, neemt toe. Bij het kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht wordt momenteel de inzet en waarde van ervaringsdeskundigheid binnen de GGZ onderzocht. Dat cliënten steeds meer zeggenschap krijgen is niet nieuw. „Sinds de jaren zestig, zeventig kennen we al cliëntenparticipatie”, zegt onderzoekster Simona Karbouniaris. „Dat zij zich gaan bemoeien met behandeling is een verdere ontwikkeling in de emancipatie van cliënten.”

De eerste uitkomsten van het onderzoek tonen dat ervaringsdeskundigen een toegevoegde waarde hebben bij het herstel van patiënten. „Ervaringsdeskundigen maken gemakkelijker contact met een cliënt en doen dat vanuit gedeelde ervaring en dus op basis van wederkerigheid”, zegt Karbouniaris. „Ze stellen de persoon en zijn levensverhaal centraal, terwijl veel hulpverleners redeneren vanuit de stoornis. Ervaringsdeskundigen vragen niet naar de diagnose, maar gaan in gesprek met de cliënt. En ze weten hoe de cliënt kan omgaan met zijn beperkingen in het dagelijks leven.”

Roland van den Nieuwenhuijzen ervoer zelf bij zijn eerste opname op een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis wat het betekent met een lotgenoot te kunnen praten. „Ik zat daar in het rookhok verdwaasd voor me uit te kijken. In de ene hand een peuk, in de andere een folder over schizofrenie. Niemand vertelde me iets. Niemand stond er bij stil wat het nou eigenlijk voor mij betekende om in het gekkenhuis terecht te komen. Want zo zag ik het, als een gekkenhuis. Een medepatiënt leerde me hoe het er daar aan toe ging. Ik haalde meer uit de gesprekken met haar dan uit de gesprekken met de hulpverleners. Ik had ook het idee dat zij er voor zichzelf zingeving uit haalde. Op dat moment dacht ik: als ik hier uit ben, wil ik zoals zij worden.”

GGZE heeft sinds een aantal jaar ervaringsdeskundigen in loondienst, vertelt projectleider Hanneke Henkens. Maar daar ging een traject van uitproberen en aftasten aan vooraf. Het initiatief om meer met ervaringsdeskundigheid te doen, kwam van de cliënten zelf. Henkens: „We merkten dat een aantal cliënten meer wilde met hun ervaringen. Ze waren een lange weg gegaan en wilden iets terug doen.”

Aarzelend werd begonnen met de inzet van cliënten op werkervaringsplekken binnen GGZE, om de terugkeer naar een reguliere baan te vergemakkelijken. Dat leidde tot veel discussie. „Er ontstonden vragen over of het wel kon, of het niet zorgde voor grote rolverwarring, een cliënt die ook een medewerker aan het worden was.”

In 2004 werden de eerste ervaringsdeskundigen in dienst genomen in een nieuwe functie, die van ervaringsdeskundig begeleider. De discussies over de inzet van deze nieuwe medewerkers vinden nog steeds plaats, hoewel er inmiddels al bijna twintig ervaringsdeskundig begeleiders bij GGZE werken. „Er is van sommige hulpverleners nog steeds forse weerstand”, zegt Henkens. „Ze zijn bang dat de ervaringsdeskundigen hun werk overnemen, of zeggen dat ze alleen met gekwalificeerde medewerkers willen werken. Ze zien ze als het hulpje van de hulpverlener. Ik ken een voorbeeld waarbij de hulpverlener de ervaringsdeskundige terug probeerde te duwen in de rol van patiënt.”

Je hoeft overigens niet ‘genezen’ te zijn om ervaringsdeskundig begeleider te worden, benadrukt Roland van den Nieuwenhuijzen. „Ervaringsdeskundigen zijn geen ex-patiënten, want veel mensen worden nooit ex-patiënt.” Daar zit één voordeel aan, zegt hij. „Hoe meer ellende ik meemaak, hoe deskundiger ik word.”