Domme dubbelgangers a.u.b.

Mensen willen best een beschaafde robot hebben om mee samen te werken.

Zolang ze maar niet teveel op ons gaan lijken.

De Japanse robotwetenschapper Hiroshi Ishiguro ontwierp een kopie van zichzelf, juli 2006 (kosten: 258.000 dollar). Foto AP Prof. Hiroshi Ishiguro, right, of Osaka University looks at an android robot that looks exactly like him in Kyoto, western Japan, on Thursday July 20, 2006. The robot, which cost about 30 million yen (US$258,000) to develop, is remote-controlled to speak and can wear carbon copy expressions of Ishiguro. The robot Ishiguro, its face covered with silicone rubber, stands at 175 centimeters, the height of the professor, who completed the robot based on a real person to collect basic data for a future robot which can communicate with the human beings. (AP Photo/Asahi Shimbun, Hiroyuki Yamamoto) ** JAPAN OUT NO SALES ONLINE OUT MANDATORY CREDIT ** Associated Press

„Toen mijn dochtertje haar voor het eerst zag, werd ze een beetje verlegen en bang”, vertelt Hiroshi Ishiguro. De Japanse robotwetenschapper had ooit een bewegende robot gemaakt naar het evenbeeld van zijn achtjarige dochter. De dubbelganger bleek niet zo in de smaak te vallen bij het meisje, ze vond het maar een akelig ding.

Ishiguro bouwde een paar jaar geleden ook een goed lijkende, interactieve replica van zichzelf (kosten: 258.000 dollar), naar eigen zeggen om in te zetten bij saaie vergaderingen. Hijzelf was gast op de derde internationale conferentie over mens-robot interactie, die het gezaghebbende Amerikaanse Institute for Electric and Electronic Engineers en de internationale beroepsorganisatie Association for Computing Machinery afgelopen weekend in Felix Merites in Amsterdam organiseerden.

Niet iedereen wil humanoids, machines die er precies zo uitzien als mensen, en in gedrag niet van hen zijn te onderscheiden. Alhoewel ze al zo’n vijftig jaar worden verwacht, lukt het ook maar niet ze te bouwen. Robots zijn nog altijd tamelijk dom en onbeholpen, hoewel de rekenkracht van computers enorm is toegenomen en de technieken voor beweging zijn verbeterd.

Dus vragen wetenschappers: hoe zien we robots het liefst? Wat willen we eigenlijk dat ze voor ons doen? Niet alleen de klussen die saai, vies en gevaarlijk zijn. Robot, van het Tsjechische robota, betekent zwaar, monotoon werk: ideaal om door een machine te laten uitvoeren. Maar uit onderzoek van Leila Takayama, promovendus aan de Stanford University blijkt dat mensen juist willen samenwerken met robots.

Via een online enquête vroeg Takayama 250 mensen hoe ze dachten over werken met robots en welke taken geschikt zouden zijn voor machines. „Uit de resultaten bleek dat mensen bang zijn om vervangen te worden”, vertelt ze in Amsterdam. „Ze vertrouwen robots niet alle klussen toe. Robots mogen vooral werk doen waarbij geheugen een rol speelt of waarbij ze snel moeten waarnemen. Mensen willen op de plekken blijven zitten waar creativiteit en sociale contacten belangrijk zijn.”

Robots zijn nog niet slim genoeg om die taken uit te voeren, omdat wij mensen niet weten hoe we dingen doen, zegt Harold Bekkering, hoogleraar cognitieve psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „We willen dat robots menselijke capaciteiten hebben, dus kijken we hoe wij dingen doen en bouwen dat na. Maar we hebben nog geen idee over ons eigen functioneren.” Sociaal gedrag, gesproken communicatie: voor de mens geen moeite, voor een robot nog veel te complex.

Een grote frustratie is ook dat robots dommer zijn dan mensen verwachten, denkt Leila Takayama. „We zijn heel goed in het bouwen van een mooi uiterlijk of een goede interface. Maar dat belooft vaak meer dan de robot of computer kan.” Het is dus een slecht idee om robots te veel op mensen te laten lijken, vindt ze. „Dan verwachten mensen te veel en raken ze gefrustreerd over de robot.” 

Niet iedereen op Amsterdamse conferentie is het daarmee eens. Onderzoeker Sören Krach van de universiteit van Aken en Frank Hegel van de Bielefeld universiteit in Duitsland, concludeerden dat robots die op een mens lijken juist beter werken. Ze maten de hersenactiviteit van proefpersonen in een fMRI-scanner, terwijl ze een prisoner’s dilemma game speelden tegen vier verschillende partners: een computer, een robot met alle draadjes zichtbaar, een robot die op een mens leek en een mens.

Bij zo’n prisoner’s dilemma game is het zaak zo snel mogelijk de strategie van de tegenpartij te ontdekken. Werkt de ander mee, of tegen? Wie dat goed kan inschatten, verdient de meeste punten. Dit spelletje wordt vaak gebruikt om te onderzoeken welke hersendelen actief zijn bij het hebben van een theory of mind: het toeschrijven van gedachten aan een ander. Mensen denken niet dat een computer gedachten heeft, wel dat andere mensen kunnen denken.

Uit het onderzoek van Krach en Hegel bleek dat de hersenge-bieden waarvan wordt gedacht dat deze betrokken zijn bij een theory of mind het minst actief waren bij het spelen tegen een computer. Bij de robot die er uitzag als een machine, was de hersenactiviteit iets sterker en bij de ‘antropomorfe’ robot nog meer. De hersengebieden bleken het meest actief bij het spelen tegen een mens.

Alhoewel voor de vier tegenpartijen precies van te voren was uitgeschreven welke keuzes ze gingen maken – strategie bepalen had dus geen zin, maar dat wist de proefpersoon niet – vonden de proefpersonen toch het spelen tegen de mens het allerleukst. Die speelde volgens hen ook het intelligentst.

Maar de gelijkenis moet niet te ver gaan. Want heeft een robot het uiterlijk van een mens, maar beweegt of praat hij onnatuurlijk, dan worden mensen er bang van, net zoals het achtjarige dochtertje van Ishiguro.

    • Carola Houtekamer
    • Marco Boonstra