De geschiedenis van Amsterdam in 3 à 4 hypes

Is Amsterdam eigenlijk nog altijd atoomvrij?

Ik praatte toentertijd in onze straat soms met een aardig jongetje van een jaar of tien, dat op een dag – het moet dus eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn geweest, de dagen van Mient Jan Faber en Ed van Thijn zal ik maar zeggen – ontzettend opgelucht op me af kwam en zei: ‘Er komt nooit meer een bom!’

‘Wat heerlijk’, riep ik terug, want ik kon dat kind toch moeilijk z’n blijdschap afpakken door openlijk te betwijfelen of de rot-Russen, en later de rot-Chinezen, en nóg weer later een vooralsnog onbekende nieuwe rot-vijand van het Vrije Westen (aan moslims dacht men nog zelden), in het heetst van de strijd nog wel zouden weten dat de hoofdstad van Nederland atoomvrij was?

Naïef als ik toen was, en eigenlijk altijd ben gebleven, heb ik ook nooit goed begrepen wat het betekende als een stad zei dat ze het was. Mooi gebaar natuurlijk. Het gemeentebestuur liet meteen een bord timmeren dat op alle invalswegen, onder het ANWB-bord met de stadsnaam en naast het bord dat vertelde met welk Duits dorp de stad tweeling was, liet zien dat je hier asiel moest zoeken, omdat alle bewoners lid waren van het Interkerkelijk Vredesberaad.

Maar hoefde een jongetje van tien ook werkelijk niet meer bang te zijn voor een SS-20 uit de Sovjet-Unie?

Ik geloof dat atoomvrije steden principieel weigerden mee te doen aan maatregelen waarmee de toenmalige BB (‘Bescherming Bevolking’) het dodental bij een eventueel tweede Hiroshima hoopte te beperken. In tegenstelling tot ’s Gravenhage, waar ze onder Huis ten Bosch een heel villapark met zwembaden schijnen te hebben aangelegd, heeft Amsterdam zelfs geen begin willen maken met een eenvoudige atoomschuilkelder voor de mindere man. Dat was misschien ook de essentie van het beleid: veel ellende werd jongetjes van tien bespaard omdat ze in geval van nood op slag dood zouden zijn.

Kort nadat we in Amsterdam atoomvrij waren geworden, ging de stad een stedenband aan met Managua, de hoofdstad van Nicaragua, waarmee de burgemeester zich namens ons allemaal solidair had verklaard. Weer iets dat ik niet echt heb begrepen. Dat je in een Wereldwinkel zakjes Curaçaose mangelen moest kopen omdat je daar sandinistische boeren mee hielp kon ik nog volgen, ofschoon het oorzakelijk verband me ontging. Maar wie garandeerde me dat die Daniel Ortega, met wie Ed van Thijn boezemvriend was geworden zoals Harry Mulisch ooit met Fidel Castro, een betrouwbare marxist was?

Je had dus Atoomvrij, daarna had je Nicaragua, tussendoor heeft de burgemeester nog serieus overwogen om het Leidseplein naar Mandela te vernoemen – dus je zou denken: nou zullen ze zich in Amsterdam toch wel even op de vlakte houden.

Maar nee. Fijnstof hadden ze nog niet gehad.

Het woord fijnstof staat niet eens in de jongste (‘veertiende, herziene’) druk van Van Dale’s Groot Woordenboek, dus als ik zeg dat ik niet weet wat het is, kan niemand me iets maken. Maar ook van een woord dat (nog) geen officiële erkenning geniet, raken ze in Amsterdam als raad en bestuur met graagte een paar maanden hysterisch, zeker als het over Milieu gaat, en zeker als GroenLinks in het college zit.

Auto’s van vóór het bouwjaar 1992 mogen straks ‘binnen de ring’ niet meer rijden (eeuwig voor de deur blijven staan mag wél) want de stad die al atoomvrij was, die al een stedenband met Managua onderhield en waarvan de Stadsschouwburg al bijna op het Mandelaplein had gestaan, moet in haar geheel nu een milieuzone worden.

Ik ken provincialen die wel eens kwaadaardig denken: gooi d’r toch een bom op.

    • Jan Blokker