Crisis, crisis. Welke crisis?

In de VS verlaagde de Fed gisteren alwéér de rente. Die bedraagt nu 2,25 procent.

In Nederland groeit de economie, blijkt vandaag uit de laatste cijfers. Hoe kan dat?

‘Amerika in recessie’, kopt de ene krant. ‘Honderden miljarden aan noodhulp’, schreeuwt een ander. ‘Zakenbank valt om’, meldt de derde. En met ‘Dollar nog nooit zo goedkoop’ is het kwartet compleet.

De wereldwijde kredietcrisis beheerst al maanden het nieuws. Dagelijks strijden onheilstijdingen om een plaatsje op de voorpagina’s van internationale zakenkranten. En de verliezen voor beleggers stapelen zich op. De daling op de aandelenbeurzen zorgde al voor een verlies van 3.200 miljard euro aan waarde voor beleggers. Eergisteren noemde oud-topbankier Alan Greenspan dit mogelijk de zwaarste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog en wees hij er op dat er in de Verenigde Staten 800.000 huizen leeg en te koop staan.

Dit weekeinde eiste de crisis in de Verenigde Staten zijn eerste grote slachtoffer: zakenbank Bear Stearns dreigde om te vallen en kon alleen gered worden door een overname door concurrent JP Morgan Chase. Om de onrust die daardoor ontstond te bezweren, verlaagde het stelsel van Amerikaanse centrale banken gisteravond voor de zesde keer op rij de rente, met 0,75 procentpunt naar 2,25 procent.

Maar voor de gemiddelde Nederlandse consument blijft de kredietcrisis een ver-van-mijn-bedshow. Internationale cijfers – zoals die van het Internationaal Monetair Fonds deze week – bevestigen het beeld van de relatieve rust in Europa en in Nederland in het bijzonder.

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bleek vorige maand zelfs dat 2007 een uitzonderlijk goed jaar was. De groei in het vierde kwartaal bedroeg 4,2 procent, de groei over heel 2007 kwam uit op 3,5 procent. Dit jaar loopt de groei iets terug, maar vandaag zal het Centraal Planbureau (CPB) bekend maken dat die groei waarschijnlijk nog steeds 2,25 procent op jaarbasis zal bedragen. Niet slecht. En dankzij de hoge olieprijs (en de daaraan gekoppelde gasprijs) loopt de schatkist van minister Wouter Bos inmiddels over van de meevallers.

Toch heeft de kredietcrisis wel invloed op de Nederlandse economie. Soms direct, soms indirect. Daarom: de crisis in zes vragen.

1.Blijft mijn pensioen waardevast?

Iedere werknemer in Nederland spaart voor zijn oude dag, vaak via een van de pensioenfondsen. Die pensioenfondsen beleggen inmiddels zo’n 700 miljard euro aan premies voor ‘ons’.

Nu de aandelenbeurzen wereldwijd onderuit gaan, komen ook die fondsen in gevaar. Volgens een recente berekening van De Nederlandsche Bank (die toezicht houdt op de pensioenfondsen) zou 10 procent een reservetekort hebben. Pensioenconsultant Mercer had gisteren slechter nieuws: de financiële buffers van één op de drie Nederlandse pensioenfondsen zouden te laag zijn. Dat betekent dat zij op termijn niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Ze zullen een herstelplan in moeten dienen, waarin ze aantonen binnen vijftien jaar hun zaken weer op orde te hebben. Fondsen met een daadwerkelijk dekkingstekort, moeten dat binnen drie jaar oplossen.

Voor pensioenfondsen geldt hetzelfde als voor hypotheken: ze zijn er voor de lange termijn. Daarom moet over de totale duur van het pensioen een bepaald rendement gehaald worden: het is niet de bedoeling bij elk zuchtje (beleggings)tegenwind de premie te verhogen.

Mocht de crisis zich nog verder verdiepen, of heel lang aanhouden, dan zijn premieverhogingen echter niet uitgesloten. Dat is pijnlijk voor werknemers, die een groter deel van hun inkomen aan hun pensioen kwijt zullen zijn.

Nijpender voor de pensioenfondsen is het probleem van de inflatie, die fors oploopt. Dat heeft niet zozeer te maken met de kredietcrisis, alswel met de economische groei van voorheen arme landen (China, India). De bevolking in die landen doet een steeds groter beroep op de beschikbare hoeveelheid voedsel, energie en andere grondstoffen in de wereld. Dat drijft de prijzen op: inflatie. Het gevolg is dat de waarde van een pensioen langzaam achteruit gaat, als deze niet wordt aangepast.

De Nederlandsche Bank liet gisteren weten dat de meeste pensioenregelingen het pensioen kunnen verhogen aan de hand van de loonontwikkeling (welvaartsvast) of de prijsontwikkeling (waardevast). De één krijgt de loonontwikkeling doorberekend, de ander de prijsontwikkeling – maar slechts een enkeling allebei. Aanhoudende inflatie bezorgt dus veel mensen een gestage uitholling van hun pensioenkapitaal.

2. Is sparen nog veilig?

De kredietcrisis heeft misschien wel de meeste invloed op het wat vage begrip consumentenvertrouwen. Dat is simpel gezegd de vertaling van al het slechte nieuws naar het gevoel van de burger. Drie dagen dalende beurskoersen op de voorpagina en het consumentenvertrouwen daalt. Die graadmeter is de afgelopen maanden gestaag teruggelopen tot het niveau van twee jaar geleden.

Dat is op zich geen ramp, behalve als het gedaalde vertrouwen zich omzet in lagere bestedingen van consumenten. Dan zal ook de groei van de economie vertragen. Of worden consumenten zo bang dat ze massaal het geld van hun bankrekening gaan halen. Zoals bij de Britse bank Northern Rock.

Maar zo ver is het (nog) niet. Als er hier onverhoopt toch een bank zou omvallen, hoeft dat bovendien geen probleem te zijn voor het gros van de spaarders. In het financieel toezicht is namelijk geregeld dat de Nederlandse Staat voor 100 procent garant staat voor de eerste 20.000 euro aan spaargeld. Over de tweede 20.000 euro geldt een garantie van 90 procent. Wie zekerheid wil, zet dus maximaal 40.000 euro bij één bank. En wie meer spaargeld heeft, kan rekeningen openen bij meerdere banken.

3. Kan ik een baan vinden?

Op de arbeidsmarkt is het nog goed toeven voor de gemiddelde werkzoekende. Het crisisgevoel van de jaren tachtig – na jaren studeren geen enkel vooruitzicht op een baan – is mijlenver weg. Het aantal werklozen is laag, het aantal vacatures hoog.

Slechts 4,5 procent van de beroepsbevolking heeft momenteel geen baan, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het vorige record dateert van 2001, toen 3,5 procent van de beroepsbevolking geen werk had. Op de toenmalige top van de internethype was de arbeidsmarkt zo krap dat werkgevers smeten met lease-auto’s, laptops en hoge salarissen om maar mensen aan te trekken. Die krapte dreigt nu weer.

Maar er is wel een probleem. Net als bij de pensioenen, is dat ook hier de stijgende inflatie. Door de geldontwaarding willen vakbonden dat de lonen ten minste zo hard stijgen als de inflatie. De politie sleepte er op die manier 3,5 procent loonsverhoging uit. Andere vakbonden gaan dat ook vragen – of nog meer.

Dat lijkt fijn voor de werknemers wier belangen de bonden behartigen, maar er is een keerzijde. Hoe meer geld bedrijven kwijt zijn aan lonen, hoe minder ze hebben om te investeren. En dus om te groeien.

4. Waar moet ik kopen?

Go West, young man. Dat adagium voor avontuurlijk ingestelde mensen geldt nog steeds. Want de kredietcrisis heeft ook voordelen. Wie de crisis maximaal wil benutten, moet zijn inkopen gaan doen in de VS. De dollar is al jaren aan een gestage glijvlucht bezig, die door de huidige crisis in een stroomversnelling is gekomen.

Met de Fed, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, die keer op keer de rente verlaagt (zoals ook gisteren weer) lijkt het einde van die duikvlucht nog niet in zicht. Door een renteverlaging pompt de Fed eigenlijk nieuwe dollars in het systeem, waardoor de al bestaande dollars minder waard worden.

Keerzijde is dat de euro, maar bijvoorbeeld ook de Japanse yen, steeds meer waard worden in de Verenigde Staten. Vlak na de introductie van de euro kostte die ongeveer 80 dollarcent. Een dollar was dus meer waard dan een euro. Tegenwoordig ‘koop’ je voor een euro 1,60 dollar.

Dus hup, naar New York voor je iPod, je spijkerbroek, je laptop of je sneakers. Of nog makkelijker: naar websites als amazon.com voor cd’s , dvd’s en boeken. Maar pas op, de douane houdt reizigers uit de VS extra in de gaten, juist wegens de goedkope dollar.

Een minpuntje: als je op de pof koopt met je creditcard, houd er dan rekening mee dat banken ook daarmee terughoudender geworden zijn. Lening op lening stapelen wordt lastiger.

5. En mijn hypotheek?

Anders dan in de VS gaat de gemiddelde Nederlandse huizenbezitter niet gebukt onder een subprime-hypotheek met woekerrentes. Zulke hypotheken zijn hier niet verkocht, omdat hypotheekverstrekkers bij ons onder strenger toezicht staan. Wie hier een hypotheek afsluit, heeft in principe voor lange tijd zekerheid over wat hij moet betalen.

Een ander verhaal is natuurlijk welk bedrag er aan het eind van de looptijd gespaard moet zijn. Of erger: belegd moet zijn. Wie een beleggingshypotheek heeft, loopt per definitie meer risico dan de bezitter van een spaarhypotheek. Zeker nu aandelenkoersen wereldwijd onderuit gaan, is het voor beleggingshypotheken nagenoeg ondoenlijk voldoende vermogen op te bouwen.

Is dat erg? Niet echt. Immers, ook een beleggingshypotheek is een afspraak met lange adem. Over een periode van dertig jaar dient een bepaald bedrag bij elkaar belegd te worden. In theorie kan er op een aantal goede jaren een aantal slechte jaren volgen zonder dat het einddoel in gevaar komt. En omgekeerd.

Vervelender kan het zijn voor mensen met een beleggingshypotheek die aan het eind van hun looptijd zitten. Een opgebouwd vermogen in aandelen kan in één klap fors minder waard worden (of zijn geworden) door de huidige crisis. Beleggingshypotheken zijn echter pas een paar jaar in zwang, dus erg acuut zijn de problemen waarschijnlijk niet.

Voor nieuwe huizenkopers is er wel iets veranderd. De buitenlandse prijsvechters die enkele jaren geleden met stunttarieven de Nederlandse hypotheekmarkt opkwamen, hebben onder druk van de crisis hun tarieven verhoogd of zijn er helemaal mee opgehouden (zoals GMAC vorige week). Dat betekent: minder keuze en iets hogere tarieven.

6. Groeit mijn bedrijf nog?

Echt pijn doet de kredietcrisis bij ondernemers. Voor grote bedrijven wordt het steeds lastiger om overnames gefinancierd te krijgen, omdat banken, investeerders en bedrijven elkaar nu wantrouwen. Voor kleine ondernemers geldt iets soortgelijks.

Eind januari maakte de Europese Centrale Bank bekend dat banken terughoudender zijn geworden in het verstrekken van leningen. Vaak zijn de voorwaarden aangepast waaronder een lening verstrekt wordt. Zo eisen banken een steviger onderpand. Maar lenen is ook duurder geworden.

In de praktijk moet een winkelier zich nu uitleveren aan een leverancier, voordat de bank akkoord gaat met een lening – zoals Herman van der Geest van de ‘branchevereniging levensmiddelenhandel’ het uitdrukte. Hij was bang dat de banken het ondernemerschap de nek om zouden draaien.

Lastiger lenen kan op lange termijn inderdaad een rem op ondernemerschap zetten. Immers, noodzakelijke uitbreidingen of overnames worden voor onbepaalde tijd uitgesteld, waarmee de groei van het bedrijf op het tweede plan komt. Dat zou uiteindelijk kunnen leiden tot een afname van de werkgelegenheid.