Bedenktijd wordt extra handicap

Pas na twintig weken is te zien of een foetus een ernstige afwijking heeft. Ouders hebben nu nog vier weken om dan tot een abortus te besluiten. Worden dat er twee?

Een abortus mag tot 24 weken zwangerschap. Dat wordt mogelijk 22 weken, omdat vroeggeboren baby’s door technische ontwikkelingen meer levenskans krijgen. Foto Sake Elzinga Nederland -Groningen(Gr) .11 -12-1996. AZG ziekenhuis, couveuse afdeling. Baby in couveuse. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

De ouders die bij gynaecoloog Hajo Wildschut in het Erasmus Medisch Centrum verschijnen zijn doorgaans totaal ontredderd. „Ze willen dat kind zó graag en nu hebben ze tijdens de twintigwekenecho gehoord dat het misschien heel ziek wordt geboren. Ze hebben slechts vier weken de tijd om goed geïnformeerd na te denken over hun toekomst en dat van het kind. Zij zijn degenen die jaar in jaar uit voor het kind moeten zorgen.” Wildschut „maakt het niets uit” wat de ouders vervolgens beslissen: abortus of niet. „Maar het moet een weloverwogen beslissing zijn.”

Abortus zal vaker voorkomen dan nu, zegt Hajo Wildschut, als de termijn waarop vrouwen abortus mogen plegen wordt vervroegd. Sterker, er zullen gezonde en gewenste baby’s worden weggehaald omdat ouders ten onrechte vrezen voor een ernstige afwijking. Vanmiddag zou de Tweede Kamer debatteren over de termijn waarop abortus is toegestaan.

Een vrouw mag haar foetus nu laten weghalen tot het 24 weken oud is. Elke vrouw die twintig weken zwanger is krijgt tegenwoordig een echo aangeboden die ook wordt vergoed. Zo’n echo toont mogelijke aangeboren afwijkingen zoals een open rug, een ernstige nierafwijking of een waterhoofd. Eerder dan twintig weken zijn die afwijkingen meestal niet goed zichtbaar. Vervolgens kost het artsen gemiddeld twee weken om met aanvullend onderzoek een diagnose te stellen.

Het vermoeden op een afwijking kan niet altijd worden bevestigd. In 60 procent van de gevallen blijken de eerste aanwijzingen te kloppen: er is een afwijking. De ouders hebben dan nog enkele dagen – binnen de wettelijke abortustermijn – om te beslissen of ze het kindje willen laten leven.

Als de abortustermijn wordt vervroegd tot bijvoorbeeld 22 weken, moeten ouders na de twintigwekenecho vrijwel meteen beslissen. Gynaecoloog Hajo Wildschut: „Ze krijgen dan niet de tijd om nader onderzoek af te wachten. Als ze inderhaast beslissen om het zekere voor het onzekere te nemen – wat sommige ouders zullen doen – dan kunnen ze daar heel erg spijt van krijgen. Het kindje dat wordt weggehaald kan kerngezond zijn of een minder ernstige afwijking hebben dan we vermoedden.” Ouders die dat willen krijgen de afgedreven foetus te zien.

Een vrouw die haar kind om heel andere redenen niet wíl, pleegt een ‘sociale abortus’. Die worden gepleegd in abortusklinieken. Deze klinieken weigeren een abortus uit te voeren na 22 weken zwangerschap. Ze houden die marge aan omdat je zelden helemaal zeker weet wanneer een kind is verwekt. 15 procent van alle abortussen wordt laat gepleegd: tussen tussen 14 en 24 weken zwangerschap. Daarvan gebeurt 8 procent in het ziekenhuis, meestal omdat het kind een aangeboren afwijking blijkt te hebben. In 2006, bijvoorbeeld, ging het om 404 van zulke abortussen.

De termijn staat overigens niet in de wet maar komt voort uit het politiek-maatschappelijke debat. Toen de abortuswet in 1981 van kracht werd, gingen artsen ervan uit dat kinderen levensvatbaar waren vanaf zes maanden zwangerschap. Die termijn is langzaam bekort: 28 tot 24 weken.

Aanleiding voor het debat over vervroeging van de abortustermijn zijn vragen in de Tweede Kamer over de levensvatbaarheid van foetussen. Als te vroeg geboren baby’s het vóór 24 weken al kunnen redden buiten de baarmoeder dankzij de medische vooruitgang, dan zou volgens Kamerlid Henk Jan Ormel (CDA) de abortustermijn van 24 weken moeten verdwijnen. Het idee dat gezonde foetussen in een abortuskliniek worden gedood terwijl ze het op een afdeling neonatologie zouden kunnen redden, is voor velen ondraaglijk.

Gynaecoloog Hajo Wildschut noemt dat laatste een drogreden. De enige abortussen die nu ná 22 weken zwangerschap worden gepleegd zijn die op baby’s met een ernstige afwijking. Die baby’s zouden het dus helemaal niet zomaar redden. Bovendien is levensvatbaarheid een rekbaar begrip. Zonder medische apparatuur en kennis zou ook een te vroeg geboren baby van 28 weken overlijden.

Tegelijkertijd hebben alle neonatologen en verloskundigen in Nederland onlangs afgesproken dat ze een te vroeg geboren baby pas in de couveuse leggen als die 24 weken oud is. Daarvóór is het kind zo kansloos, dat de artsen niks ondernemen, waardoor het sterft. Maar heel soms wordt een gezond kind van 23 weken geboren dat zo graag wil leven, dat arts en ouders tóch besluiten het te behandelen. Neonatoloog Harry Lafeber van het VU Medisch Centrum: „In principe geven we een pasgeborene van 23 weken geen intensieve ondersteuning als onmiddellijk blijkt dat de longen nog niet ontwikkeld zijn. Maar soms wordt zo’n kleintje toch roze en gaat het na enkele minuten huilen – een goed teken. Dat duidt er op dat de longetjes rijper zijn dan gedacht. Dan gaan we proberen dat kind zo goed mogelijke zorg te geven. Dan gaan we er tóch voor.”

Wat moet de doorslag geven voor de maximale abortustermijn? nrc.nl/discussie