AIVD wist meer dan hij wist van Mohammed B.

De AIVD had informatie over de „gewelddadige uitstraling” van Mohammed B., de moordenaar van filmmaker Theo van Gogh.

Had de moord op Theo van Gogh dan toch voorkomen kunnen worden? In het voorjaar van 2004 stuitte de afdeling radicalisering van de AIVD op een opvallend gewelddadige en dreigende tekst. In How to catch a wolf verklaarde ene ‘Abu Zubair’ de oorlog aan de Nederlandse rechtstaat. Wie Abu Zubair was, wisten de onderzoekers niet. Achterhalen wie er achter het pseudoniem schuilging, lukte niet. Eigenlijk, zo vonden de AIVD-onderzoekers, zou het Centrum voor Islamitisch Terrorisme (CIT) van de dienst onderzoek moeten doen.

Maar bij het CIT was de identiteit van Abu Zubair allang bekend, zo blijkt uit een nieuw onderzoek van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (CTIVD), dat gisteren openbaar werd gemaakt. Een onderzoeksteam van het CIT volgde de zogeheten Hofstadgroep al vanaf 2002 op de voet. Ook het ‘Hofstadteam’ had de tekst van How to Catch a Wolf onder ogen gehad. Het team was ook getipt over wie Abu Zubair was: Mohammed B. Toch besteedde het team niet veel aandacht aan hem. B. trad weliswaar „ondersteunend” op voor het netwerk, zou toenmalig minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) kort na de moord op Van Gogh aan de Tweede Kamer schrijven, maar „vervulde geen sleutelrol”. De AIVD kon niet weten dat B. Van Gogh wilde vermoorden, aldus de minister. Ook in een tweede evaluatie, eind 2006, schreef Remkes dat „niet in redelijkheid kan worden gesteld dat de betrokken overheidsdiensten destijds […] tot een ander oordeel hadden moeten komen”.

Maar was dat wel zo? Op aandringen van de Tweede Kamer onderzocht de CTIVD, het toezichtorgaan voor de inlichtingendiensten AIVD en MIVD, nog eens welke informatie bij de dienst voor handen was over B., én wat er met deze informatie is gedaan.

Het oordeel van de CTIVD is uitermate kritisch. Al vóór de moord had de AIVD informatie waaruit moest blijken dat B. een „actieve en centrale rol” in het Hofstadnetwerk speelde. En er was informatie over de „gewelddadige uitstraling” van B. Volgens de commissie had de dienst veel meer aandacht moeten besteden aan de latere moordenaar van Van Gogh. „De commissie is van oordeel dat de AIVD de rol van Mohammed B. in de Hofstadgroep heeft ondergewaardeerd.”

In 2004 deed de commissie-Havermans onderzoek naar het functioneren van de AIVD. Die commissie stelde vast dat de dienst kampte met gebrekkige informatiesystemen en een groot tekort aan personeel.

Deze „knelpunten” hadden „grote gevolgen” voor het onderzoek naar de Hofstadgroep, schrijft de CTIVD. Het team dat zich bezighield met de Hofstadgroep was „zeer krap” bezet, zo schrijft de commissie, en moest drie onderzoeken tegelijk doen. Door de hoge werkdruk werden operateurs en audiobewerkers (die telefoons afluisterden) over verschillende teams gerouleerd. Tijd om alle telefoontaps te beluisteren en te vertalen was er niet. Herhaalde verzoeken om extra medewerkers werden niet ingewilligd. De CTIVD noemt dit „opmerkelijk”. De ‘bewerker’ die de informatie moest analyseren en leiding moest geven, was net in dienst, en onvoldoende ingewerkt. „Onbegrijpelijk”, zegt de CTIVD.

In theorie hanteert de AIVD een ‘brede benadering’ bij de bestrijding van islamitisch terrorisme. Maar de praktijk van het Hofstadonderzoek was „niet in overeenstemming met de beoogde werkwijze”, stelt de CTIVD vast. Het onderzoeksteam concentreerde zich noodgedwongen op de leden van de groep van wie het grootste gevaar werd verwacht.

Daar kwam nog bij dat er chaotisch werd gewerkt. De verzamelde gegevens werden niet systematisch vastgelegd. Daardoor kon informatie „niet in onderlinge samenhang worden beoordeeld” en was het „vrijwel onmogelijk” om het Hofstadnetwerk goed in kaart te brengen, aldus de commissie.

Maar stel nou dat er wél een persoonsdossier van Mohammed B. was aangelegd? De commissie nam de proef op de som. Maar alle informatie die voor 2 november 2004 beschikbaar was bij de AIVD levert „nog steeds niet het beeld” van een man „van wie het ernstige vermoeden bestaat dat hij direct betrokken is bij de voorbereiding van mogelijke aanslagen”.

De AIVD kon de moord op Van Gogh dus niet voorzien. Daarvoor hadden ze meer aandacht moeten besteden aan Abu Zubair, alias Mohammed B.

    • Steven Derix