‘AIVD onderschatte rol van Mohammed B.’

. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft de rol van Mohammed B., die op 2 november 2004 cineast Theo van Gogh vermoordde, onderschat. De dienst had de moord echter niet kunnen voorkomen. Tot die conclusie komt de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

Volgens de kamercommissie beschikte de AIVD al vóór de moord op Van Gogh over informatie dat Mohammed B. „een actieve en belangrijke rol” speelde in de zogeheten Hofstadgroep. Uit deze informatie kwam B. bovendien naar voren als een „als een persoon met een gewelddadige uitstraling’’, aldus de CTIVD. De commissie vindt dat de AIVD de beschikbare informatie niet goed heeft benut.

De conclusies van de CITVD gaan in tegen datgene wat de destijds verantwoordelijke minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) aan de Tweede Kamer heeft gemeld. In een ‘feitenrelaas’ dat een week na de moord op Van Gogh naar de Kamer werd gestuurd, stelde de minster dat Mohammed B. weliswaar „ondersteunend optrad ten behoeve van de leden van het Hofstadnetwerk, maar dat hij in deze kring geen sleutelrol vervulde.”

Het onderzoek van de kamercommissie stelt dat de doelstelling van de AIVD om islamitische terroristische netwerken ‘breed’ te benaderen, niet in de is praktijk gebracht. Het AIVD-onderzoeksteam dat verantwoordelijk was voor de Hofstadgroep concentreerde zich alleen op de leden die volgens de dienst een acuut gevaar vormden. Daardoor was er minder aandacht voor Mohammed B., alhoewel het team wist dat deze onder de het pseudoniem ‘Abu Zubair’ zeer radicale en gewelddadige teksten had verspreid. Een ander AIVD-team, dat zich bezig hield met ‘radicalisering’ onder moslims, vond de teksten wél belangrijk, maar wist niet wie Abu Zubair was. De teams konden geen informatie uitwisselen, omdat er geen centraal persoonsdossier van Mohammed B. was opgemaakt. „Het onderzoek naar Mohammed B. viel zo tussen de wal en het schip’’, schrijft de commissie.

Ondanks alle kritiek is de commissie niet van mening dat de AIVD de moord op Van Gogh had kunnen voorkomen. De CTIVD heeft alsnog een persoonsdossier samengesteld van de destijds beschikbare informatie. Daaruit ontstaat niet „het beeld van een persoon ten aanzien van wie het ernstige vermoeden bestaat dat hij direct betrokken is bij het voorbereiden van eventuele aanslagen’’.