Zelfmoordaanslag in Irak eist 50 levens

Meer dan 50 mensen zijn gisteren om het leven gekomen bij een aanslag door een vrouwelijke zelfmoordterrorist in de shi’itische heilige stad Kerbala in het zuiden van Irak.

De autoriteiten vermoeden dat het extreemsunnitische Al-Qaeda-in-Irak achter de aanslag zit, maar geen enkele groep had tot vanmiddag de verantwoordelijkheid opgeëist. Er vielen meer dan 60 gewonden. Onder de doden waren zeven Iraanse pelgrims.

Hoewel de sektarische moorden aanzienlijk zijn afgenomen, met name door een staakt-het-vuren van de zijde van de shi’itische geestelijke Muqtada Sadr, is het aantal zelfmoordaanslagen tamelijk stabiel gebleven. Het aantal burgerdoden neemt sinds het begin van het jaar weer toe, na een sterke vermindering in 2007.

In de Iraakse hoofdstad Bagdad werden gisteren bij een mortieraanval op een voetbalveld vijf mensen gedood en zeven gewond. Eerder op de dag waren zeker twee Iraakse burgers en twee Amerikaanse militairen om het leven gekomen bij bomexplosies.

Tijdens een bezoek aan Irak bestempelde de Amerikaanse vicepresident Dick Cheney de invasie van Irak in 2003 tot „succesvolle onderneming”. „Als je terugkijkt op die vijf jaar”, zei hij, „is het een moeilijke, uitdagende maar niettemin succesvolle onderneming geweest [..] de inspanning waard.” Cheney waarschuwde tegen dusdanig grote terugtrekkingen van Amerikaanse troepen dat de resultaten van de afgelopen maanden erdoor in gevaar zou kunnen worden gebracht. Het is erg belangrijk, zei hij, dat „we niet opgeven voor het werk is gedaan”. Amerikaanse commandanten in Irak bepleiten de terugtrekking van in 2007 extra aangevoerde militairen in juli te bevriezen om te zien hoe de veiligheidssituatie zich dan ontwikkelt. (Reuters, AP, AFP)