Waar laat je 10.000 vlaggenmasten?

China biedt, zeker met de Olympische Spelen, kansen voor vlaggenproducent Dokkumer Vlaggen Centrale.

Maar ook problemen.

In het naaiatelier van de Dokkumer Vlaggen Centrale worden vlaggen voorzien van een zoom. Foto Sake Elzinga Werkneemsters in het naaiatelier van de Dokkumer Vlaggen Centrale voorzien vlagdoek van een zoom. Foto Sake Elzinga Nederland- Dokkum - ( Friesland) - 11-03-2008 Dokkumer vlaggen centrale. Foto: Sake Elzinga naaimachines naaien Elzinga, Sake

Directeur Robert-Jan Hageman van de Dokkumer Vlaggen Centrale heeft veel om over na te denken, dezer dagen. Moet hij nu wel of niet zo’n 10.000 vlaggenmasten leveren voor de Olympische Spelen in Peking? „Het is op zich een heel mooie deal, met een waarde van enkele honderdduizenden euro’s”, legt hij uit in zijn werkkamer, met uitzicht over het weidse Friese land. „Maar ten eerste is dit soort deals vaak een drama qua betaling. Pas na een jaar krijg je je geld.

Bovendien gaan de onderhandelingen op zijn Chinees. Zo is contractueel vastgelegd dat wij de masten moeten terugnemen na de Spelen. Maar wat moeten wij met 10.000 masten? Het is geen gangbaar model en het is veel te duur om ze aan te passen voor andere klanten. Ook opslaan of vernietigen kost veel geld.”

De Chinezen hadden het liefst gezien dat de Nederlandse vlaggenproducent zijn masten gratis had geleverd en de schenking had beschouwd als reclame voor zichzelf. „We zijn nu hard aan het nadenken of de levering van de masten inderdaad zoveel naamsbekendheid oplevert dat het loont.”

Vier jaar geleden besloot de Dokkumer Vlaggen Centrale de sprong naar China te wagen. „China is een textielland bij uitstek en vormde een bedreiging voor ons. Want qua prijs kunnen we natuurlijk niet tegen de Chinezen op. We hebben toen besloten om Chinese partners te gaan zoeken.”

Hageman bezocht acht vlaggenproducenten in het land en koos er drie uit die voor het Friese bedrijf gingen produceren. „Vlaggen voor de voorraad, zoals landenvlaggen en vlaggen voor enkele grote klanten, worden in China gemaakt. Kleine oplagen en spoedklussen doen we hier in Dokkum.” Het bedrijf maakt jaarlijks circa 1,5 miljoen vlaggen in Nederland en 1 miljoen in China.

Hageman heeft zijn handen vol aan de Chinese zakenpartners. „We hebben ze moeten leren dat ze hun ateliers opgeruimd houden en dat ze veilig moeten werken. Niet met je handen bij onbeveiligde strijkmachines komen bijvoorbeeld. Verder zijn we veel tijd kwijt met het controleren van onderaannemers, want onze klanten willen garanties dat er geen kinderarbeid wordt ingezet voor hun vlaggen en dat het afvalwater wordt gezuiverd. Die controles doen we met onaangekondigde bezoeken van een verificatiebureau.” Inmiddels is één bedrijf afgevallen. „Dat bleek niet betrouwbaar.” Een van de partners heeft onlangs een order voor 100.000 Olympische vlaggen gekregen.

Vorig jaar heeft de Dokkumer Vlaggen Centrale zijn productie in China uitgebreid tot polyester masten. Aanvankelijk waren die bestemd voor de westerse markt, maar ook de Chinezen tonen interesse. „In China hangt men vlaggen bij voorkeur aan een stok of aan een muur. En wordt een vlag wel in een mast gehesen, dan is die meestal van staal, want dat kost daar weinig.” Voor de Olympische Spelen echter zijn stalen masten, in de nabijheid van mensenmassa’s, te gevaarlijk met het oog op onweer. Hageman: „Vandaar dat ons is gevraagd om bij wijze van proef honderd polyster masten te leveren voor bij het Olympisch zwembad. Op basis daarvan willen de Chinezen nu op alle Olympische locaties masten van ons hebben.” Of China ook zonder Olympische Spelen een interessant afzetland is, kan Hageman nog niet zeggen. „Het zijn geen enthousiaste vlaggers, zoals Europeanen of Arabieren.”

De verplaatsing van een deel van de productie naar China is niet de enige verandering die de Dokkumer Vlaggen Centrale de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Als gevolg van toenemende concurrentie, onder andere door de opkomst van digitaal drukken, richt het bedrijf zich steeds meer op de consumentenmarkt. Hoewel bedrijfsvlaggen en de Nederlandse vlag nog altijd de best verkochte producten zijn, maakt het bedrijf nu ook zitzakken, vlaggen voor particulieren, zelfklevende vlaggen en vlagdoek met gaatjes dat de wind beter doorlaat en daardoor 30 procent langer meegaat. „We produceren voor internationale energiemaatschappijen, voor de slager op de hoek en voor die collega die 50 jaar wordt”, vat Hageman zijn afzetmarkt samen. Dankzij die nieuwe producten zit er nog groei in de Europese markt.

Ondanks de globalisering en de diversificatie is vlaggen maken nog een ambachtelijk beroep. „Zeefdrukken blijft de beste techniek die er is”, zegt Hageman in de productiehal, wijzend op een lopende band waar werknemers handmatig verf op een zeefraam gooien. Een metalen rol drukt de verf vervolgens op het onderliggende vlaggendoek. „Het geeft nog steeds een beter resultaat dan digitaal drukken, al investeren we in beide technieken: digitaal drukken is bij een kleine oplage handig, zeefdruk is bij een grotere oplage goedkoper.”

Ook het ‘confectioneren’ van de vlag (zomen) gebeurt handmatig. „We hebben circa tachtig thuiswerkers in Friesland die onze vlaggen afwerken.” Het is goedkoper dan het machinaal afwerken van de vlaggen, aldus Hageman. „Omdat de vlaggen in veel verschillende maten worden gemaakt, zou het te kostbaar zijn om de naaimachines telkens op een andere maat in te stellen.” Het kan nóg goedkoper: vlaggen die de Dokkumer Vlaggen Centrale op voorraad heeft, zoals landenvlaggen en vlaggen voor multinationals, worden in Polen afgewerkt.

Na het drukproces krijgen de vlaggen een nabehandeling, waarbij ze onder andere kleurecht en brandvertragend worden gemaakt. „Ik word de laatste weken, nadat er in Afghanistan Nederlandse vlaggen zijn verbrand, helemaal gek gebeld of we onze vlaggen speciaal brandvertragend maken met het oog op de film van Wilders”, vertelt Hageman. „Maar we maken onze vlaggen al jaren brandvertragend, omdat ze ook wel eens binnen hangen. Dus als je op het journaal een brandende vlag ziet, dan is die niet van ons.”