Voedsel is geen olie

Staan we aan de vooravond van massale hongersnoden nu de voedselprijzen stijgen? Komt de wereldvrede in gevaar? Het korte antwoord is nee. Voedsel is geen olie. Voedselvoorraden fluctueren, maar ze raken niet over de hele linie uitgeput tenzij er een planetaire ramp gebeurt. Voedsel is immers een hernieuwbare hulpbron: hetzelfde fotosyntheseproces dat de energie van fossiele brandstoffen heeft vastgelegd, doet ook de planten groeien, en indirect de dieren, die wij eten. Na elk groeiseizoen vullen de voorraden zich weer aan. Doordat het noordelijk en zuidelijk halfrond omgekeerde seizoenen hebben, worden de voorraden dus twee keer per jaar aangevuld. De ingrediënten voor productiegroei zijn allemaal ruimschoots aanwezig (misschien  met uitzondering van fosfaat op de lange termijn). Voedsel is geen olie omdat het wordt geproduceerd door ongeveer een miljard boeren die bijna allemaal zelfstandige ondernemers zijn. Ook al zijn de bedrijven die voedsel verwerken en vermarkten in toenemende mate grote, multinationale ondernemingen, er bestaat geen voedsel-OPEC die de wereld in een wurggreep kan houden. Er is geen enkele technische reden waarom we een toekomstige wereld van negen miljard mensen niet kunnen voeden. Het moet maar weer herhaald worden: honger is een kwestie van koopkracht, niet van tekorten.
Toch is voedsel net olie. Je kunt er mee speculeren op termijnmarkten. Zoals een orkaan in de golf van Mexico effect heeft op de olieprijs, zo heeft een droge zomer effect op de landbouwproductie en de prijzen. Op dit moment stijgen de prijzen snel. Maar daarbij moet worden gezegd dat ze aan het begin van deze eeuw op een historisch dieptepunt lagen. Door de zwakke dollar  treedt overigens een vertekening op. De huidige situatie is dat Nederlanders gemiddeld minder dan 10% van hun inkomen aan voedsel besteden, in tegenstelling tot bijna 40% in de jaren vijftig.
Zowel structurele als conjuncturele factoren verklaren de huidige prijsstijging. Structureel is de zeer snelle groei van de vraag naar granen voor voedsel, veevoer en bier in China, India, Brazilië en een aantal andere landen. De voorraden nemen nu af omdat de productie de vraag niet kan bijhouden, dus gaat de prijs omhoog.
Conjuncturele, toevallige factoren zijn de stijging van de olieprijs die haar weerslag heeft op de landbouw en de ongunstige weersomstandigheden van de laatste jaren in Australië, de VS en delen van Europa, die tot enkele jaren van misoogsten hebben geleid. De braaklegging van landbouwgrond door de VS en de EU heeft sommige van de beste gronden uit productie genomen. De grote hoeveelheid liquide middelen op de wereldmarkt en de bancaire crisis hebben er bovendien toe geleid dat investeren in toekomstige landbouwproductie aantrekkelijker wordt dan ooit. De stijging van grondstoffenprijzen over de gehele linie versterkte verder de nervositeit en het gebrek aan vertrouwen dat er is sinds 11 september 2001. Dat heeft weer geleid tot exportbeperkende maatregelen in een aantal landen, die de prijs verder heeft opgedreven.
Als de grote boosdoener worden biobrandstoffen genoemd. De vraag daarnaar groeit zeer sterk, mede dankzij de subsidiemaatregelen en verplichting in de VS en de EU tot bijmenging van biobrandstoffen in benzine en dieselolie. Deze zijn weer een reactie op geopolitieke overwegingen en klimaatverandering.
Het spookbeeld is dat voedsel wordt omgezet in brandstof en voedselgewassen van de akkers worden verdreven. De effecten zijn er, maar veel minder dan wordt gedacht. Op de echte voedselprijzen (tarwe, rijst) is er geen direct effect, wel op veevoederprijzen (mais). De prijs van suiker (een belangrijke grondstof voor ethanol) is al weer over zijn piek heen. Het grootste potentieel van dit moment zit in bijmenging van bijproducten in conventionele centrales (afval, stro), waarbij dus geen interferentie met voedselprijzen optreedt.
Dit jaar is al 5 procent meer land ingezaaid en de vooruitzichten voor de door droogte geteisterde Australische landbouw zijn voor het eerst weer iets gunstiger. Er is een geweldig potentieel aan goede landbouwgrond die nog niet optimaal wordt gebruikt, zoals in de voormalige Sovjet Unie. De kloof tussen gemiddelde en potentiële opbrengsten is bijna overal nog groot. De technologie is aanwezig, alleen de markt functioneert slecht. Als boeren een eerlijke kans krijgen, zijn ze uitstekend in staat te reageren op hogere prijzen.
Maar we moeten ons wel zorgen maken over de effecten op korte termijn. De hoge prijzen en de volatiliteit op de markten zullen zeker nog een tijd aanhouden. Arme stedelijke consumenten in ontwikkelingslanden zijn daarvan het slachtoffer. Hoge prijzen voor agrarische grondstoffen kunnen leiden tot een ongecontroleerde uitbreiding van het landbouwareaal: na jarenlange daling is bijvoorbeeld de ontbossing in de Amazone nu weer toegenomen. Voor arme landen die grotendeels afhankelijk zijn van de landbouw en de agrarische werkgelegenheid kan de huidige situatie ook een kans bieden, mits er garanties bestaan dat de armen voldoende koopkracht behouden, bijvoorbeeld door voedselbonnen. Voedsel ligt emotioneel gevoelig. Hoge prijzen zijn in veel landen al een aanleiding geweest voor burgers om de straat op te gaan, al gaat het dan meestal om een uiting van een veel omvattender onvrede. Regeringen nemen in zulke situaties vaak onverstandige beslissingen die de productie niet genoeg stimuleren.
We moeten ons ook zorgen maken over het feit dat landbouw en voedsel het stiefkind van de politiek zijn geweest. Er is alle reden om snel te komen tot internationale afspraken, vooruitlopend op de herziening van het Europese landbouwbeleid en het afronden van het landbouwhoofdstuk in de WTO. Een lichtpuntje: in de supermarkt beseft de westerse consument eindelijk dat goedkoop en veilig voedsel niet zonder meer vanzelfsprekend is.
 

    • Louise Fresco