Verdeeldheid over missie Tsjaad

Nederland doet vanaf volgende maand mee aan een EU-vredesmissie in Tsjaad. In Den Haag worden vandaag voor- en tegenstanders gehoord.

Hij voelde er helemaal niets voor. „Defensiepersoneel is de dupe van politiek gekonkel”, was de eerste reactie van Jan Kleian, voorzitter van de militaire vakbond ACOM, toen hij hoorde van het kabinetsplan volgende maand zestig militairen naar Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek te sturen. Nu, enkele weken later, vindt Kleian nog precies hetzelfde.

Kleian: „In Afghanistan worden een paar honderd Nederlandse militairen weggehaald, terwijl er, als straks ook de missie naar Darfur doorgaat, een paar honderd militairen naar Afrika worden gestuurd. De PvdA krijgt Afrika en het CDA haalt zijn gelijk met Afghanistan. En dat alles over de rug van de Nederlandse militair.”

Kleian zal zijn ongenoegen over de ‘lichtzinnige omgang’ met militairen vandaag in Den Haag laten horen tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamer over de Europese missie naar Afrika. Met die missen gaat inderdaad een oude wens van de PvdA in vervulling. Die partij ziet Nederlandse militairen veel liever opereren in het diverse fragiele staten tellende Afrika dan in de oorlog tegen het terrorisme die in Afghanistan wordt gevoerd.

Maar volgens de bij het CNV aangesloten vakbond ACOM wordt er door én troepen in Afghanistan te houden én troepen op nieuwe missies naar Afrika te sturen veel te veel van de Nederlandse militairen gevraagd. „De werk- en uitzenddruk is nu al enorm”, zegt voorzitter Kleian. „Er zijn mensen die in 24 maanden 12 maanden zijn uitgezonden. De afspraak was dat tegen één maand uitzending twee maanden thuisblijven zouden staan. Je ziet wat het gevolg is. Defensie zit met een enorm personeelstekort.”

Heel anders is de opvatting van René Grotenhuis, directeur van de katholieke ontwikkelingsorganisatie Cordaid, die vandaag op de hoorzitting eveneens zijn stem zal laten horen. Hij noemt het „een signaal” dat Nederland „serieus in een Afrikaanse vredesmissie wil participeren”. En het werd volgens hem ook tijd. „Er is de afgelopen jaren meermalen gezegd dat in Afrika duidelijke behoefte bestaat aan vredesmissies. En je kunt er effectief werken. Als we alleen maar kijken naar Somalië, word je niet vrolijk. Maar neem landen als Sierra Leone, Congo of Liberia. Het is geen bodemloze put.”

Wel vindt Grotenhuis de missie van Nederlandse kant te beperkt. „Ik vind het grote gemis in het voorstel van de regering dat het alleen maar gaat om militaire aanwezigheid. Er zou tegelijk ook wat ondernomen moeten worden op het punt van diplomatie en ontwikkeling.” Nederland moet wat hem betreft een politiek adviseur en een gender-specialist aan de missie toevoegen.

„De positie van vrouwen in de kampen in het oosten van Tsjaad is enorm kwetsbaar”, meent Grotenhuis. „Het is altijd een wens van Nederland geweest op het gebied van bescherming van vrouwen een voortrekkersrol te spelen. De positie van vrouwen in conflictgebieden staat omschreven in VN-resolutie 1325, maar in de brief van het kabinet waarin de missie is aangekondigd, wordt hier met geen woord over gerept.”

De politiek adviseur kan volgens Grotenhuis het gesprek aangaan met lokale stammen, en tribale leiders want het centraal gezag is niet groot in het gebied waar de EU-missie naartoe gaat. Van belang is verder dat de positie van de Fransen duidelijk wordt, meent de directeur van Cordaid. Frankrijk, dat de leiding krijgt van de missie, heeft een deel van zijn koloniale historie in het gebied liggen. Grotenhuis: „We moeten voorkomen dat onder het mom van een Europese agenda een Franse agenda schuil blijkt te gaan.”