Van jihadisten Irak helft zelfmoordterrorist

Het Amerikaanse leger in Irak heeft op basis van de verhoren van 48 gevangen buitenlanders een profiel van deze gastjihadisten opgesteld. Nog steeds arriveren er 40 per maand.

Hoe word je een buitenlandse strijder/zelfmoordterrorist in Irak en wie zijn het? Het Amerikaanse leger heeft 48 buitenlandse strijders ondervraagd die het de laatste vier maanden in Irak heeft opgepakt en de conclusies zondag tijdens een briefing in Bagdad openbaar gemaakt.

De gastjihadist is gemiddeld 22 jaar oud en ongetrouwd, aldus schout-bij-nacht Gregory Smith, adjunctwoordvoerder van de multinationale troepenmacht, zoals de 150.000 Amerikaanse militairen en de enkele duizenden Britten en andere buitenlandse militairen die hen bijstaan gezamenlijk heten. Hij komt uit een groot gezin uit de lagere klassen, is niet bijzonder religieus opgevoed en wel door zijn vader hard aangepakt, heeft een laagbetaalde baan en vindt het lastig een eigen stempel op het leven te drukken: „eenzame, makkelijk te beïnvloeden jonge mannen die erkenning en aanvaarding willen vinden”.

Hoewel het geweld in Irak op dit moment aanzienlijk is verminderd in vergelijking met dezelfde periode een jaar geleden, neemt het aantal aanslagen met bomvesten, doorgaans toegeschreven aan het sunnitische Al-Qaeda-in-Irak, juist toe. Gisteren doodde een vrouwelijke zelfmoordterrorist ongeveer 50 mensen bij een aanslag in de shi’itische heilige stad Kerbala. In totaal hebben volgens het Nationaal Centrum voor Contraterreur, een Amerikaanse overheidsinstantie, van begin 2004 tot nu 949 zelfmoordterroristen in totaal 10.119 mensen gedood. Van de zelfmoordterroristen is volgens de VS 90 procent afkomstig uit het buitenland, maar dat geldt de mannen: de meesten van de circa 20 vrouwen waren volgens schout-bij-nacht Smith Iraaks.

Midden 2007, op het hoogtepunt, werden elke maand ongeveer 120 buitenlandse terroristen in Irak geïmporteerd, aldus cijfers die Smith gisteren bekendmaakte. Nu is dat aantal verminderd tot 40 of 50 per maand, van wie meer dan de helft zelfmoordterrorist wordt. Van de buitenlanders werd 41 procent binnengebracht uit Noord- en Oost-Afrika; 40 procent is afkomstig uit Saoedi-Arabië.

Dat komt ongeveer overeen met cijfers die eerder dit jaar werden gepubliceerd door het Combating Terrorism Center bij de Amerikaanse militaire academie West Point. Deze cijfers zijn gebaseerd op de Sinjar Records, bijna 700 documenten over buitenlandse strijders die tussen augustus 2006 en augustus 2007 Irak zijn binnengekomen. De Sinjar Records zijn vorig jaar in een schuilplaats van Al-Qaeda-in-Irak gevonden.

Van deze strijders had 41 procent de Saoedische nationaliteit, terwijl Libië met 18 procent op de tweede plaats kwam. De Sinjar-strijders waren gemiddeld 24-25 jaar oud. Een aanzienlijk deel van hen werd gevormd door studenten. Meer dan de helft (56 procent) kwam met de bedoeling zelfmoordterrorist te worden.

De vermindering van de toestroom van buitenlanders wordt aan verscheidene factoren toegeschreven, waaronder de aanpak van netwerken in Irak, de verscherping van grenscontroles als ook toegenomen bewustzijn in veel gastlanden van de gevolgen voor hun eigen veiligheid van de handel in terrorisme, aldus Smith. Het is bekend dat de Saoedische regering zich zorgen maakt over de bedreiging die terugkerende buitenlandse strijders – met gevechtservaring – voor haarzelf vormen.

Uit de verhoren van de 48 buitenlandse gevangenen komt volgens Smith naar voren dat de Al-Qaeda-ronselaars zijn getraind om beïnvloedbare eenzame jonge mannen te spotten. Aan het begin van de rekruteringsperiode raken ze gewoonlijk verwikkeld in een kennelijk onschuldig gesprek over de islam. Pas na weken van gewone religieuze dialoog beginnen de ronselaars de jihad in Irak aan de orde te stellen, zei hij.

De buitenlandse strijders in spe worden vaak eerst benaderd in hun lokale moskee. Anderen worden aangesproken op hun werk. Het indoctrinatieproces begint er vaak mee dat de potentiële rekruten video-opnamen uit Irak worden getoond: „zwaar bewerkte opnamen van Amerikanen die kennelijk Irakezen slecht behandelden en van Al-Qaeda-aanvallen op Amerikanen”, aldus Smith. Voorbeelden zijn op extremistische websites te vinden. „De indoctrinatie is gebaseerd op twee thema’s: ‘Amerikanen mishandelen het Iraakse volk’ en ‘De rekruten hebben een plicht om die wantoestanden te bestrijden door toe te treden tot Al-Qaeda en de jihad hier in Irak’.”

Het is de inschatting van het Amerikaanse leger dat de ronselaars niet zozeer religieus/ideologisch bevlogen zijn. „Het is een lucratieve handel waarmee ze een aanzienlijke hoeveelheid geld verdienen”, zei Smith.

De buitenlandse strijders klaagden dat ze in Irak slecht werden behandeld. Hun Iraakse Al-Qaedabazen stellen zich zeer wantrouwig op jegens hen. Ze kijken neer op geïmporteerde terroristen en behandelen hen erg ruw. De rekruten worden apart gehouden. Ze krijgen vaak te weinig eten.

Tijdens hun ondervraging vertelden de 48 mannen dat ze naar Irak waren gelokt met de belofte dat ze Amerikanen gingen doden. Maar ze waren teleurgesteld dat het grootste deel van het geweld was gericht tegen het Iraakse volk -medemoslims. Smith: „Ze vertelden ons dat ze zich uiteindelijk ontmoedigd voelden en naar huis wilden. Maar hun Al-Qaedachefs hadden hun paspoorten en al hun geld. Ze kregen te horen: ‘Dit is je plicht. Dit is wat je kan doen voor de jihad. Je wordt een martelaar. Dit is wat je moet doen.’”