Toon Tellegens gedichten hebben meer dieren nodig

Toon Tellegen: Hemels en vergeefs. Gedichten. Querido, 63 blz. € 16,95

Toon Tellegen: Hemels en vergeefs. Gedichten. Querido, 63 blz. € 16,95 **

Wanneer iemand Toon Tellegen kent, is de kans groot dat dat is wegens de dierenverhalen die hij voor kinderen heeft geschreven. Hoewel ik helemaal niet van dieren houd (ik eet ze het liefst op), vind ik die verhalen prachtig. Het geheim schuilt hem, denk ik, in de milde vorm van melancholie die door de dieren wordt gekoesterd en in de eenvoud. Er wordt wat aandoenlijk afgetobd in de fauna en Toon Tellegen aquarelleert die beslommeringen in heldere, zachte grijstinten. De weemoedig filosofische ondertoon werkt erg aanstekelijk in combinatie met al die domme dieren die bij tijd en wijle wijs zijn zonder het zelf te weten.

Tellegens poëzie voor volwassenen zal een minder groot publiek kennen, al was het maar omdat het poëzie is. Vorige week werd hem de Constantijn Huygensprijs uitgereikt voor zijn hele oeuvre. Onlangs verscheen zijn bundel, met de typische Tellegentitel, Hemels en vergeefs.

Zijn gedichten lijken wel een beetje op zijn dierenverhalen, behalve dat er geen dieren in voorkomen en dat het geen verhalen zijn. En dat is precies het probleem met zijn poëzie. Ik zal dat uitleggen.

Wat de gedichten van Tellegen gemeen hebben met zijn verhalen is de weemoed, de zachtmoedige melancholie, de filosofische ondertoon en de eenvoud. Dan krijg je bijvoorbeeld een gedicht als ‘Bijna iedereen’: ‘Iedereen voelt zich wel eens ellendig, / verschrikkelijk ellendig, / zo ellendig als nog nooit iemand zich heeft / gevoeld // iedereen denkt wel eens aan de simpelste manier / om snel en overzichtelijk / en zonder al te veel blijvende gevolgen / en ingewikkelde complicaties / eens en voor al volkomen dood te zijn // bijna iedereen schaamt zich wel eens / als hij vervolgens kucht of zijn keel schraapt, / verdergaat / en aan iets onbelangrijks denkt, waar hij nog nooit aan heeft gedacht.’

Je hoeft er niet voor doorgeleerd te hebben om dit te snappen. Het is een simpele, herkenbare gedachte, op een simpele, directe manier opgeschreven. Het raffinement schuilt hem in de details. Het is grappig om te zeggen dat iedereen zich wel eens zo ellendig voelt als nog nooit iemand zich heeft gevoeld. Het feit dat het gevoel onzin is, is al in de formulering aanwezig. Het is een paradox.

Het driedubbele pleonasme ‘eens en voor altijd volkomen dood’ is ook op een functionele manier amusant. Het is een mild gedicht, dat in de slotstrofe helemaal goed afloopt. De filosofische boodschap is dat het vaak de onbelangrijke dingen zijn, die je uit de put kunnen trekken. Nou ja, filosofisch, het is natuurlijk geen Heidegger, maar alla.

Maar toch, ondanks de milde menslievendheid, is dit natuurlijk geen goed gedicht. Misschien wel juist wegens die milde menslievendheid. Het is een braaf huis- tuin-en-keukengedichtje met een braaf huis-tuin-en-keukenfilosofietje dat je met een gerust hart aan je grootmoeder kunt laten lezen zonder te hoeven vrezen voor je erfenis. En het is allemaal vaardig opgeschreven, maar als je meer dan tien van dit soort gedichten achter elkaar leest, dan ga je snakken naar een verboden, opruiende gedachte waar niet bij voorbaat al alle scherpe kantjes vanaf worden geschaafd met een menslievend vijltje.

Het belangrijkste probleem met dit gedicht en de meeste andere gedichten, is de mate van abstractie. Dit gedicht is een gedachte die een gedachte blijft en weigert een gedicht te worden. Wat ze nodig hebben is een verhaal, of dieren zoals de mier en de eekhoorn en de olifant die deze gevoelens en gedachten meemaken en beleven in plaats van dat ze plompverloren worden medegedeeld.

Ilja Leonard Pfeijffer

    • Ilja Leonard Pfeijffer