Shell rekent op aanhoudend hoge olieprijzen

Shell presenteerde gisteren nog eens zijn strategie voor de lange termijn, waarbij de Noordzee minder aandacht krijgt, en het concern zich meer gaat richten moeilijk winbare energie.

Shell is de grootste distributeur van biobrandstoffen ter wereld. Van alle internationale energieconcerns geeft Shell het meeste uit aan onderzoek. En Shell is ook leidend op het gebied van LNG (liquified natural gas, vloeibaar gemaakt gas).

Het bestuur van het Brits-Nederlandse energieconcern Shell deed er gisteren, tijdens de presentatie van de langetermijnstrategie in Londen, alles aan om een goede indruk te maken. Bestuursvoorzitter Jeroen van der Veer straalde rust en stabiliteit uit. We hebben een strategie, en daar houden we aan vast, zei hij.

Het optreden gisteren was onder meer bedoeld om het debacle van 2004 te doen vergeten. Shell had destijds zijn olie- en gasreserves – het levensbloed van energieconcerns – veel te positief voorgesteld. Na herberekening ging er bijna een derde vanaf. Het vertrouwen in het bedrijf kreeg een forse deuk. De gevolgen zijn nog steeds zichtbaar. Ondanks al het goede bedrijfsnieuws van gisteren reageerden de beurzen negatief. In Londen, New York en Amsterdam daalde de koers van Shell.

Ondanks de indrukwekkende lijst van projecten die het energiebedrijf in ontwikkeling heeft, blijft het kampen met een aantal problemen. Nigeria is er een van. Het land is belangrijk voor Shell, maar de olie- en gasproductie is er de afgelopen jaren ingezakt door aanhoudende gewelddadigheden in de Nigerdelta. Van der Veer wilde er gisteren weinig over kwijt. „Er is enige vooruitgang, maar we zijn er nog niet.” Shell zoekt inmiddels zelf naar een andere uitweg: het verlegt de aandacht van de delta naar de Nigeriaanse diepzee. Op open zee wagen de rebellen zich niet zo makkelijk.

Een ander probleem is de olie- en gasproductie van Shell. In 2007 daalde die met 5 procent ten opzichte van het jaar daarvoor, naar 3,2 miljoen vaten olie-equivalent per dag (inclusief gas, waarvan de productie wordt omgerekend naar vaten olie). De verwachting is dat de productie de komende jaren niet erg veel zal stijgen. Misschien gaat hij zelfs verder omlaag. Shell verwacht zelf dat de olie- en gasproductie vanaf 2010 weer met 2 tot 3 procent per jaar omhoog gaat, gezien alle investeringen die het nu doet. Maar of dat ook gebeurt? Shell heeft eerder productieverhogingen in het vooruitzicht gesteld die het niet waar kon maken. Ook in de toekomst kunnen zich onvoorziene problemen aandienen.

Een derde probleem is de winning van olie uit teerzanden in Canada. Shell wil de productie daar fors uitbreiden. Maar de kosten zijn hoog. Tussen de 20 en 25 dollar (13 tot 16 euro) per vat. Het is daarmee een van de duurste vormen van oliewinning. Met de huidige hoge olieprijzen zijn teerzanden toch commercieel interessant. Maar wat als die prijzen gaan zakken? Shell gokt erop dat ze nog jarenlang hoog blijven. Maar daarmee loopt het wel een risico.

Duidelijk is dat Shell zijn aandacht over de wereld aan het herverdelen is. De Noordzee wordt minder belangrijk. Canada krijgt meer aandacht. Australië, Qatar, Rusland, Maleisië ook. Verder richt het bedrijf zich meer op moeilijk winbare en moeilijk verwerkbare energie, zoals olie en gas uit de diepzee van Nigeria, Brazilië en Mexico, gas dat in kleine belletjes zit opgesloten in rotsen, zware olie, en zure olie. Shell is tegelijkertijd bezig zijn raffinaderijen aan te passen zodat ze een breder assortiment aan ruwe olie aankunnen.

De investeringen zullen dit jaar weer verder omhoog gaan, naar circa 25 miljard dollar – in 2000 was dat nog 8 miljard. Veruit het meeste geld gaat naar het vinden en in productie brengen van nieuwe olie- en gasvelden. Shell moet zijn reserves immers aanvullen. Het heeft inmiddels toegang tot bronnen die 66 miljard vaten olie-equivalent bevatten. Genoeg om 55 jaar vooruit te kunnen.

Verder zet het bedrijf zwaar in op nieuwe technologie. En op grote, moeilijk te managen projecten. Met die expertise hoopt het interessant te blijven voor staatsenergiebedrijven, die steeds meer greep krijgen op nationale energiebronnen.

    • Marcel aan de Brugh