Rustig wachten kan niet meer

We moeten op dit moment kiezen voor kernenergie. Daarmee winnen we tijd om betere alternatieven te onderzoeken, zegt Tim van der Hagen.

Tekening Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

De eindeloos voortkabbelende discussie over kernenergie doet vermoeden dat men de ernst van het energieprobleem en van het klimaatprobleem sterk onderschat. Terwijl andere landen tot actie overgaan, blijft Nederland liever in gesprek. Over twintig jaar is de gasbel in Slochteren op, oude centrales raken versleten – er zal eens een besluit genomen moeten worden.

Wereldwijd zijn zo’n 35 kerncentrales in aanbouw en er zijn concrete plannen voor enkele honderden nieuwe kerncentrales. De redenen voor die snelle groei zijn alom bekend: kernenergie is grootschalig toepasbaar, veilig, economisch concurrerend en met een verwaarloosbare CO2-uitstoot. Bovendien beperkt het de afhankelijkheid van het buitenland en zijn ook de langetermijnkosten goed voorspelbaar doordat fluctuaties van de grondstofprijs nauwelijks invloed hebben op de kilowattuurprijs. In Europa komt 35 procent van de elektriciteit uit kerncentrales. Ook Nederland maakt daar via import graag gebruik van.

Terecht wordt door velen gesteld dat kernenergie geen optie is als het afvalprobleem nog een open eind heeft. Blijkbaar is het besef weggezakt dat de nucleaire industrie de noodzakelijke technologie voor het verwerken van radioactief afval reeds heeft ontwikkeld en voor een groot deel in gebruik heeft genomen. In Finland en Zweden is men vergevorderd met de definitieve berging van hoogradioactief afval in de geologische ondergrond.

Aangezien het om geringe volumes gaat (minder dan 1,5 m3 per jaar voor een kerncentrale zoals Borssele) heeft Nederland ervoor kunnen kiezen om al het radioactief afval (van de kernreactoren, industrieel en uit de medische sector) tot een periode van 100 jaar bij de COVRA in Vlissingen te stallen, opdat in die periode ofwel draagvlak voor de berging in zout, klei of graniet wordt verkregen of dat een betere oplossing wordt ontwikkeld.

In tegenstelling tot de situatie bij fossielgestookte centrales zijn de kosten van de verwerking en de berging van radioactief afval en die van de uiteindelijke ontmanteling van de kerncentrale reeds verwerkt in de kilowattuurprijs.

Uranium kan nog voor eeuwen economisch worden gewonnen in politiek stabiele landen. Die periode wordt vergroot tot tienduizenden jaren wanneer de zogenoemde vierde generatie kerncentrales waaraan momenteel wordt gewerkt, in bedrijf komen. In die centrales wordt het uraniumerts tot honderdmaal beter benut en wordt minder afval geproduceerd, dat bovendien korter radioactief blijft. Een bergingsduur van het afval van zo’n 1.000 jaar volstaat. Ook de restproducten van de huidige kerncentrales kunnen dan worden benut.

We leven in een zeer kwetsbare samenleving. Kerncentrales vormen met al hun beton en dikwandig staal welhaast ondoordringbare bunkers en behoren zo tot de veiligste industriële objecten. Voor het produceren van een nucleair wapen zijn geld en tijd nodig, geen kerncentrale.

Wie voor een duurzame energievoorziening kiest, kiest nu voor kernenergie. De tijd van het produceren van rapporten en overleg had al achter ons moeten liggen, daadkracht is hard nodig. Aangezien er mondiaal slechts een handvol leveranciers van kerncentrales is, is het zaak dat Nederland snel besluit tot aanschaf, zodat we niet onderaan in de orderportefeuille komen.

De overheid moet zich voorbereiden op de behandeling van een vergunningsaanvraag. De vergunningsprocedure moet naar Amerikaans voorbeeld sterk worden ingekort, bij voorbeeld door één bepaald type kerncentrale in Europese context een vergunning te verlenen, zodat alleen het gebruik daarvan op een bepaalde locatie nog aan een vergunningstraject onderhevig is.

De milieubeweging zou de patstelling moeten openbreken door te eisen dat een Europese eindberging voor het afval daadwerkelijk wordt gerealiseerd en dat door het toepassen van het opwerken van gebruikte splijtstof de uranium grondstof zo goed mogelijk wordt benut en de afvalstroom zo klein mogelijk wordt gemaakt.

Onze kleinkinderen zullen het ons verwijten als we nog langer dralen, we hebben de luxe niet om te wachten tot die ene ultieme energieconversie-optie is uitontwikkeld en op grote schaal is ingezet. Dat duurt nog vele decennia. In de tussentijd moet de maatschappij blijven draaien op fossiele brandstoffen en op kernenergie, al is het maar om optimale energievormen te kunnen ontwikkelen. Met kernenergie kopen we tijd, tijd om andere opties een kans te geven.

Tim van der Hagen is hoogleraar reactorfysica aan de Technische Universiteit Delft en directeur van het Reactor Instituut Delft.

    • Tim van der Hagen