Ruim baan voor onze prachtige Randstad

Jan Dirk Dorrepaal en Steven van Schuppen menen dat de overheid in het economisch beleid te veel prioriteit legt bij de Randstad (Opiniepagina, 8 maart), getuige het afblazen van de Zuiderzeelijn en toekomstige gevaren door klimaatverandering.

Uit economisch onderzoek door TNO en OESO blijkt dat de Randstad een Europese middenmoter is. De regio scoort middelmatig vanwege bestuurlijke drukte, matige mobiliteit en (in de Zuidvleugel) een laag opleidingsniveau. Binnen Nederland is de Randstad evenwel altijd de economische kern geweest. Ze zal dat blijven. Stijgende arbeidsmobiliteit zal vroeg of laat leiden tot een geïntegreerd stedelijk gebied. De komst van de HSL-Zuid is daarvan een interessant voorbeeld: de woning- en arbeidsmarkten in Rotterdam en Amsterdam kunnen hierdoor verder integreren.

Spreidingsinitiatieven als de Zuiderzeelijn komen, zo wijst kosten-batenanalyse uit, neer op onrendabele ontwikkelingshulp. Het Noorden is nu eenmaal periferie - maar heeft zeker eigen sterke punten: natuurschoon, ruimte en een gezonde leefomgeving. Een Zuiderzeelijn zou deze ruimtelijke kwaliteit ernstig beschadigen.

Dreiging van overstroming vormt geen reden om de Randstad op te geven.

De Nederlandsche Bank berekende de kosten van investeringen in bescherming tegen overstromingen. Mits tijdig wordt geïnvesteerd gaat het om promillen van ons toekomstig inkomen. Als we erin slagen de bestaande woningvoorraad beter toe te snijden op bevolkingskrimp en stijgende welvaart, kan schaarse open ruimte in onze prachtige Randstad en in het Noorden behouden blijven. Daarvoor is wel nodig dat het Randstedelijk bestuur fors slagvaardiger wordt.

Het verdient daarom aanbeveling een Randstadprovincie te heroverwegen.

    • Wouter Jonkhoff Econoom Tno