Orkestdirecteur in de roerige jaren zestig

Piet Heuwekemeijer was in de jaren zestig directeur bij het Concertgebouworkest. Hij hekelde het gebrek aan engagement onder musici.

Heuwekemeijer in 1997 Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Mentzel, Vincent

Heuwekemeijer, die zaterdag op zijn 93ste verjaardag overleed, was een van de opmerkelijkste orkestmusici van ons land. Na vijf jaar als kantoorbediende bij een emailfabriek, speelde hij vanaf 1935 als violist van het Concertgebouworkest onder Willem Mengelberg. In 1959 werd hij directeur van het orkest, in 1967 werd hij ontslagen. Van 1968 tot 1980 was Heuwekemeijer directeur van de orkesten en het koor van de om roep. Meer dan dertig jaar bleef onduidelijk waarom Heuwekemeijer met zijn uitgesproken ideeën bij het Concertgebouworkest het veld moest ruimen. Na een half jaar onderhandelen was Heuwekemeijer akkoord gegaan met het ontslag, waarbij werd afgesproken dat beide partijen zich niet zouden uitspreken over het gerezen conflict.

Pas in 2000, in De autobiografie van Piet Heuwekemeijer, gaf hij opening van zaken. Chef-dirigent Bernard Haitink had het vertrouwen in hem opgezegd. Oorzaak was het Plan-Heuwekemeijer, al opgesteld in 1944. Slagwoorden waren repertoirevernieuwing, de vorming van een kamerorkest en andere ensembles uit de gelederen van het orkest, voor concerten met eigentijdse muziek. Heuwekemeijer had zijn plan geactualiseerd als antwoord op een pleidooi van componist Ton de Leeuw voor een mobiel ensemble voor eigentijdse muziek. Haitink dreigde bij uitvoering ontslag te nemen. Dus werd Heuwekemeijer ontslagen.

Piet Heuwekemeijer was al eerder, als vicevoorzitter van de vereniging van de musici van het Concertgebouworkest, betrokken geweest bij een harde confrontatie tussen de werkgever – toen nog het Concertgebouw – en de musicerende werknemers. In 1951 liep een concert onder leiding van de voormalige Nederlander Paul van Kempen, die al voor de oorlog Duitser was geworden, uit op rellen in de zaal. Er werden stinkbommen gegooid, onder het publiek braken felle discussies uit, de politie probeerde de orde te herstellen en het grootste deel van het Concertgebouworkest verliet het podium: zo kon er niet worden gespeeld.

Heuwekemeijer had het teken daarvoor gegeven, al had het bestuur van het Concertgebouw tevoren de musici opgedragen te blijven zitten. De 62 weglopers werden ontslagen wegens dienstweigering. Na bemiddeling van minister Cals (OKW) werd na twee weken het ontslag weer ingetrokken, nadat de musici spijt hadden betuigd dat ze waren weggelopen. Concertgebouw en -orkest werden daarna losgekoppeld.

In een interview in deze krant hekelde Heuwekemeijer het gebrek aan maatschappelijke belangstelling bij musici. „We hebben in de oorlog het vertrek van onze joodse orkestleden over onze kant laten gaan. Dat blijven spelen, ondanks alles, dat zit helaas in musici. Tucholsky zei: ‘De politicus, de schrijver, de filosoof, ze moeten allemaal kleur bekennen. De musicus wordt vereerd en denkt nergens aan. De musicus denkt niet, maar maakt muziek.’ ”