‘Oost-Europeanen moeten hun plaats verdienen’

Leefbaar Rotterdam stelt nieuwe maatregelen voor om de instroom van Oost- Europeanen „beheersbaar” te houden. „Minister Donner, word wakker!”

De gemeente Rotterdam moet de instroom van migranten uit Oost-Europa aan banden leggen door quota in te stellen voor verschillende achterstandswijken. Andere steden in Nederland zouden dit voorbeeld moeten volgen, met de overheid in een sturende rol. Alleen op die manier kan een stad als Rotterdam (584.000 inwoners, 47 procent van allochtone afkomst) voorkomen dat „deze toch al zo kwetsbare stad in sociaal-economisch opzicht nog verder afglijdt”.

Dat stelt raadslid Marianne van den Anker van de grootste oppositiepartij Leefbaar Rotterdam (veertien zetels) op basis van het vanmorgen gepresenteerde eigen onderzoek Ze blijven komen, maar blijven ze? In Rotterdam verblijven volgens de gemeente momenteel zo’n 15.000 Polen. Van den Anker noemt die schatting „aan de lage en naïeve kant”. Volgens de oud-wethouder en criminologe herbergt Rotterdam momenteel „minimaal 20.000 Polen”. Op basis van dat aantal zou de stad „maximaal tweeduizend Oost-Europeanen moeten toelaten”. De regering zou de juridische grondslag daartoe „op het allerhoogste niveau in Europa” moeten afdwingen. Rotterdam telt al 100.000 inwoners die niet of nauwelijks ingeburgerd zijn, benadrukt Van den Anker.

De quotummaatregel is een van de elf aanbevelingen van Leefbaar Rotterdam (LR). Hij lijkt op de twee jaar geleden afgekondigde Rotterdamwet. Die stelt inkomen uit arbeid, studiefinanciering of pensioen verplicht voor vestiging als nieuwkomer in vier achterstandswijken (20.000 huurwoningen) ‘op Zuid’: Tarwewijk, Hillesluis, Carnisse en Oud-Charlois.

Met de uitkomsten van het eigen onderzoek, uitgevoerd door een 24-jarige studente bedrijfskunde van de Haagse Hogeschool, loopt LR vooruit op de binnenkort te verschijnen langetermijnvisie voor werknemers uit Midden- en Oost-Europese landen van wethouder Hamit Karakus (wonen en ruimtelijke ordening, PvdA). „Karakus vindt dat hij heel goed bezig is, maar een stevige duw in de rug kan hij wel gebruiken”, stelt Van den Anker.

Karakus organiseerde in december een ‘Polentop’. Na overleg met collega-bestuurders uit 53 gemeenten deed hij een klemmend beroep op de overheid om te hulp te schieten, en de wet daar waar nodig aan te passen. Van den Anker noemt de uitkomsten „veel te mager”. Bovendien signaleert haar partij „een te verwachten stroom van gelukszoekers in het kader van het zorgtoerisme”.

Dat laatste ligt voor de hand en gebeurt al, benadrukt Van den Anker. „Minister Donner [Sociale Zaken, red.] bagatelliseert de problemen. Tegen hem zou ik willen zeggen: word wakker! Als jij als Pool hoort en leest dat de voorzieningen in Nederland deugen, en dat er weinig of geen belemmeringen worden opgelegd, dan ga jij toch ook? Het signaal van deze regering en ook van dit college is: kom maar lekker binnen, we mopperen af en toe misschien wat, maar ingrijpen doen we toch niet.”

LR zegt de immigratie niet te willen tegenhouden, maar de instroom „beheersbaar” houden onder het motto ‘de voordelen versterken, de nadelen beperken’. Zelf erkent Van den Anker dat haar partij „ook relatief laat wakker is geworden, maar nu we het eenmaal zijn, moeten we ook durven doorpakken en geen genoegen nemen met het feit dat alle verantwoordelijken het eigen straatje nu schoonvegen”.

Behalve een quotumregeling pleit LR voor het uitbreiden van de bevoegdheden en het aantal huisbezoeken van de interventieteams. Naast de elf aanbevelingen heeft LR tien extra maatregelen opgesteld. Die variëren van het uitzitten van een straf in eigen land tot het invoeren van een green card-systeem.

Van den Anker: „Oost-Europeanen moeten hun plaats in Nederland verdienen. Wie in de fout gaat, begint of weer onderaan of gaat gewoon terug.”

LR-onderzoek en discussie op nrc.nl/binnenland

    • Mark Hoogstad