Ooievaarsbenen

Het was een wrede les voor Robert Gesink. Op de voorlaatste dag van Parijs-Nice uit de leiderstrui gereden worden, nota bene in een afdaling. Gesink zelf zal er anders over denken, maar er zat een grote schoonheid in het verlies. De lepe grijsaard Rebellin deed precies wat hij moest doen: hij zocht en vond de achilleshiel van het bibberende jonkie. Zekerheid versus onzekerheid; de fiets als mes versus de fiets als schuimrubber. De afdaling van de Col du Tanneron is een duivelse grap.

Robert was boos en teleurgesteld. Dat mag en dat moet, laten we zeggen voor vijf minuten. Als het langer duurt dreigt een complex. En dat is die Tanneron nou ook weer niet waard. Ach, Robert Gesink, 21 jaar jong, werd in Cannes van het podium gereden. Eigenlijk was het niet eens van belang. De Mont Ventoux, die was van belang.

Ik was er voor thuis gebleven, donderdagmiddag. Met dank aan de genadige Belgen van de VRT die de hele week live verslag deden van Parijs-Nice. Soms vraag ik me af of er nog iemand werkt bij de buren, maar dit terzijde.

De koninginnerit naar de Mont Ventoux dus. Niet helemaal tot boven, en langs de meest menselijke noordflank – maar een killer blijft het. Ik zie de Duitse vluchter Jens Voigt langzaam vervagen in het spel van de Teutoonse wil tegen de Franse zwaartekracht. Alsof een onzichtbare chirurgijn stiekem een aderlating heeft verricht. Doodgaan op carbon, het blijft een schitterend schouwspel.

Robert Gesink handhaaft zich makkelijk in een vrij omvangrijke groep. Dat lange lichaam in oranje haal je er zo uit. Ja, die heeft overschot. Plat gezegd, die zit uit zijn neus te vreten. De Vlaamse commentatoren vallen in een verzuchting: „Hadden wij er maar zo een.” Gespeculeerd wordt over Roberts toekomst in de Tour. Glorieuze vergezichten worden opengelegd, een kanttekening geplaatst: zijn tijdritten mogen beter. Een wetenschappelijk feit: Gesink trapt bij inspanningstesten 500 watt op de ergometer. „Vijfhonderd watt!”

Robert tussen de grote kanonnen van vandaag, het lijkt hem niets te doen. Vijf kilometer onder de top neemt hij het heft in handen. De grote kanonnen braken poeder in plaats van granaten. Op Cadel Evans na, de nummer twee van de vorige Tour. Die kruipt als een schoothond in het wiel. Zeker is dat Evans de rit gaat winnen, maar zeker is ook dat Gesink de leiderstrui pakt. De ooievaarsbenen maaien in een machtig ritme. Ik verkneukel me aan de hitte van talent, aan de koele onverschilligheid. Niet uit chauvinisme, maar als minnaar van de koers.

Sinds de Ventoux kijkt het peloton vol ontzag op naar Robert Gesink. Je zult het ook maar op moeten nemen tegen vijfhonderd geboekstaafde watts. Daar kun je alleen ratachtige geslepenheid tegenover zetten.