Klimaatvluchtelingen geen zaak van defensie

Er is veel kritiek op de hoge schattingen over het aantal klimaatvluchtelingen vanuit gebieden als Afrika en Azië. De angst, zoals omschreven door Mark Schenkel (NRC Handelsblad, 12 maart), is dat dit soort ramingen leidt tot een versterking van het Fort Europa. Maar, of het er nu 50 of 250 miljoen zijn, klimaatvluchtelingen zullen er komen tenzij de juiste maatregelen getroffen worden.

Het voorstel van Javier Solana en Benita Ferrero-Waldner is geen voorbeeld van een juiste maatregel. Zij stellen dat klimaatverandering met al haar gevolgen, zoals klimaatvluchtelingen, een deel van het defensiebeleid van de Europese Unie moet worden. Maar, zal de EU in haar defensiebeleid wel rekening houden met de belangen van de ontwikkelingslanden of alleen zichzelf proberen in te dekken? Een effectievere aanpak is om klimaatvluchtelingen als een ontwikkelingssamenwerkingvraagstuk te benaderen. Dan ligt de nadruk op de situatie van die landen zelf en op het welzijn van de mensen die het grootste risico lopen een klimaatvluchteling te worden. Het beleid zal dan primair gericht zijn op strategieën om de ontwikkelingslanden te assisteren in het zich aanpassen aan klimaatverandering. Dit om te voorkomen dat men plotseling massaal vlucht wanneer de klimaatverandering echt toeslaat. Op deze manier kan naar een oplossing gezocht worden die alle partijen als legitiem beschouwen en zal de kans op effectieve samenwerking groter zijn.